2003/37 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.J. Kleef

tegen

J. Visser en de hoofdredacteur van Johan

Bij brief van 19 februari 2003 met een bijlage heeft M.J. Kleef te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen J. Visser en de hoofdredacteur van Johan (verweerders). J. Visser heeft, als schrijver van de recensie en als adjunct-hoofdredacteur van Johan, op de klacht gereageerd in een brief van 11 maart 2003, nadien aangevuld in een brief van 2 april 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 april 2003, in aanwezigheid van klaagster. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Klaagster heeft een boek geschreven, getiteld “Winter Wonderland, het opmerkelijke slotakkoord van Dennis Bergkamp”. Visser heeft dit boek gerecenseerd in het januarinummer 2003 van het voetbalmaandblad Johan. De recensie heeft een negatieve teneur en behelst onder meer de volgende passages:
Kleef heeft geen woord met haar held gewisseld, zelfs niet gesproken met de mindere goden die hem omgeven. Ze heeft alleen maar twee jaar lang naar hem gekeken, op tv en af en toe in het stadion.
en
Maar erger dan het forse aantal fouten en misvattingen (dat Bergkamp zich wel eens door de tabloids laat interviewen bijvoorbeeld) is dat Kleef niets nieuws over Bergkamp heeft te melden en er zelfs niet in slaagt iets origineels over hem op te merken.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de recensie een groot aantal feitelijke onjuistheden bevat. Zo heeft zij Bergkamp veelvuldig gesproken, net als de ‘mindere goden’ waarmee Visser waarschijnlijk de andere Arsenal-spelers en de coach bedoelt. Zeker 80 % van de quotes in het boek zijn uit de eerste hand, terwijl vermeld is wanneer dat niet het geval was, aldus klaagster. In de twee seizoenen waarop het boek betrekking heeft, heeft klaagster op de perstribune in het stadion meer dan 30 wedstrijden van Arsenal bijgewoond. Klaagster stelt dat in de boekbespreking ten onrechte de indruk wordt gewekt dat zij een fan is die zittend voor de tv een boekje bij elkaar heeft getikt aan de hand van artikelen van anderen. Ook stelt zij dat het boek ten onrechte wordt afgedaan als zijnde samengesteld uit geleend en algemeen bekend materiaal. De feitelijke onjuistheden uit de boekbespreking schaden niet alleen haar reputatie, maar waarschijnlijk ook de verkoop van het boek en daarmee haar inkomsten, aldus klaagster.

Verweerders stellen dat Visser het boek zo slecht vond en datgene wat de schrijfster over Bergkamp opmerkt zo gedateerd, dat hij zich onmogelijk kon voorstellen dat er stevig met de hoofdpersoon van het boek was gesproken. Dit is achteraf een te voorbarige conclusie geweest, aldus verweerders. Zij stellen dat het schrijven van een recensie iets anders is dan het vervaardigen van een bericht, interview of reportage naar journalistieke maatstaven. Dat neemt niet weg dat als er in een recensie feitelijke onjuistheden staan, deze volgens verweerders gecorrigeerd moeten worden. Indien klaagster zich daarover bij verweerders had beklaagd, had rectificatie kunnen plaatsvinden. Zij heeft zich echter rechtstreeks tot de Raad gewend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan een recensent een grote mate van vrijheid toe, niet alleen wat betreft de vorm van de recensie, maar ook en vooral ten aanzien van de inhoud. Bij het geven van zijn oordeel over het werk waarop de recensie betrekking heeft, behoeft de recensent zich in het algemeen niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van de maker van het besproken werk. Bovendien is het beginsel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, bij recensies niet aan de orde (vgl. onder meer: Van Dam tegen Werkhoven, RvdJ 2002/35).

De vrijheid van een recensent is echter niet onbegrensd. Bij het voorgaande dient voorop te staan dat een recensie geen onjuistheden mag bevatten.

Vast is komen te staan dat de recensie van het door klaagster geschreven boek feitelijke onjuistheden bevat. Zo is niet juist dat klaagster geen woord met Bergkamp – of met de hem omringende ‘mindere goden’ – heeft gewisseld en is niet juist dat zij de wedstrijden van Arsenal vooral op tv en slechts sporadisch in het stadion heeft gevolgd. Deze feitelijke onjuistheden beïnvloeden in negatieve zin het beeld dat in de recensie van het boek van klaagster wordt geschetst.

Door deze onzorgvuldigheid hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dat klaagster niet eerst contact met verweerders heeft opgenomen alvorens zich tot de Raad te wenden, doet – hoewel dat wel voor de hand had gelegen – daar niet aan af.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Johan te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 4 juni 2003 door mr. D. Allewijn, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, prof.dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2003-37