2003/34 deels gegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Gay Krant
 
Bij klaagschrift van 18 december 2002 met drie bijlagen (ontvangen op 8 januari 2003) heeft mr. M.I. Westervaarder namens X (klage­r) een klacht inge­diend tegen de hoofdredacteur van de Gay Krant, uitgegeven door Best Publishing Group, gevestigd te Best (verweerder). Bij brief van 28 januari 2003 met vijftien bijlagen heeft H. van Velde, eindredacteur van de Gay Krant, namens verweerder op de klacht gereageerd. Bij repliek van 21 februari 2003 met elf bijlagen en bij dupliek van 6 maart 2003 met drie bijlagen hebben mr. Westervaarder en Van Velde de standpunten van respectievelijk klager en verweerder nader toegelicht. 
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 april 2003. Namens klager was mr. Westervaarder aanwezig. Verweerder, H. Krol, was in persoon aanwezig, vergezeld door Van Velde.
 
DE FEITEN
 
In de Gay Krant van 2 maart 2002 is onder de kop “(X) verweert zich tegen kritiek op homokoningin” een artikel verschenen over klager en over de organisatie van de jaarlijkse ‘homokoningin-verkiezing’, waar klager bij betrokken is. Aan de publicatie van het artikel is een interview met klager vooraf gegaan. Bij het hoofdartikel zijn enkele rubrieken, een artikel en een naschrift gevoegd, welke op het hoofdartikel betrekking hebben. Binnen het kader van het hoofdartikel zijn twee foto’s met onderschriften afgedrukt, waarop onder anderen klager is afgebeeld.
 
In het hoofdartikel is onder meer de volgende passage opgenomen:
(…) (X) is ook de man die in 1987 dertien foto’s had gestolen van een Amsterdamse homopooier om er later vooraanstaande bordeelbezoekers mee te kunnen chanteren of hen met een publicatie in diskrediet te brengen. Het waren niet de minsten die zich negatief uitlieten over de man die ooit werkte als telefonist voor de Tweede Kamer, en die op dit moment zijn brood verdient als barkeeper, discjockey en platenplugger. (…)
 
In het naschrift is onder meer vermeld:
(…) Je vraagt je oprecht af waarom eerbiedwaardige artiesten als Imca Marina en Ruth Jacott zich willen inlaten met een man met alle kenmerken van een ongeleid projectiel. (…) Het valt al evenzeer te betreuren dat de Brabantse homohoreca zich zo voor het karretje van (X) laat spannen. Als er al een homokoningin nodig zou zijn, dan verdient ze een waardiger organisatie dan de huidige.
 
In het nevenartikel komen onder meer de volgende passages voor:
(…) Overigens kunnen ook de nodige vraagtekens worden gezet bij enkele andere uitlatingen die (X) in het interview met de Gay Krant doet en bij, niet te vergeten, het geweten van de man. Immers, van een ‘warme’ relatie tussen hemzelf en burgemeester Wallage is volgens de gemeente Groningen geen enkele sprake. En erger nog, bij de redactie van het Tros programma Opgelicht wordt hij gezien als sluwe oplichter die tientallen mensen dupeerde. (…)
Redactie Trosprogramma Opgelicht:
“(X)? Die staat bij ons als een zeer onbetrouwbaar persoon te boek. We hebben hem twee keer in de uitzending gehad, omdat hij zich in Utrecht op grote schaal bezig hield met het oplichten van woningzoekende studenten.” (…)
 
De tekst van het hoofdartikel is daags voor publicatie per telefax naar een door klager genoemd telefaxnummer gezonden. Klager heeft naar aanleiding hiervan geen op- of aanmerkingen doorgegeven. De andere, bij het hoofdartikel gevoegde stukken zijn niet vooraf ter inzage gegeven.
 
Op 16 maart 2002 is in de Gay Krant een artikel gepubliceerd, getiteld “Dutch Divas en Siep de Haan ontvangen Manfreds Gouden Driehoek”. Boven de kop staat als subkop “Eindhoven breekt met (X)”. Bij het artikel is een foto van klager gevoegd.
In dit artikel zijn onder meer de volgende passages opgenomen:
(…) “Laat ik het maar eens klip en klaar stellen”, zo meldt Frans Meulenberg met een diepe zucht, “(X) is een eerste klas oplichter en aartsleugenaar. Hij bedriegt mensen en speelt ze tegen elkaar uit. Het ergste is nog wel dat hij in zijn eigen gedachtespinsels gelooft.” (…)
Later dit jaar zal (X) zich bij de rechtbank in Utrecht moeten verantwoorden omdat hij in die stad een kamer minstens 43 keer verhuurd zou hebben aan studenten. Van elke student zou hij contant een borgsom en de eerste maand huur hebben ontvangen. Vanwege een eerdere veroordeling wegens oplichting moet hij nog een taakstraf van 240 uur uitdienen, maar in 1996 liet hij door zijn advocaat aanvoeren dat hij wegens zijn terminale ziekte daar geen mogelijkheden meer voor zag.” (…)
 
Over het artikel van 16 maart 2002 is klager geraadpleegd noch geïnformeerd.
 
Klager heeft bij brief van 2 april 2003 van zijn advocaat op de artikelen gereageerd en heeft verweerder gesommeerd deze te rectificeren. Verweerder is daar niet toe overgegaan.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat sprake is van dusdanig ernstige beschuldigingen, dat de journalist bij zijn werk bijzondere zorgvuldigheid had moeten betrachten. De artikelen geven van die zorgvuldigheid geen blijk. Ook stelt klager dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Het hoofdartikel van 2 maart 2002 is hem eerst daags voor publicatie toegezonden, zodat hij niet meer heeft kunnen reageren. Ten aanzien van de andere, bij het hoofdartikel geplaatste stukken en de publicatie van 16 maart 2002 is hem ten onrechte niet om een reactie gevraagd. Klager stelt voorts dat zonder zijn toestemming foto’s van hem zijn gepubliceerd, waardoor hij in zijn recht op privacy is aangetast. De strafrechtelijke vervolging van klager had niet mogen worden vermeld, nu geen sprake was van een veroordeling: klager was slechts verdachte. Voorts is de berichtgeving naar de mening van klager tendentieus en grievend, wat geen maatschappelijk te beschermen doel dient en slechts lijkt voort te komen uit persoonlijke rancune van verweerder jegens klager. Verweerder heeft volgens klager de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.       
 
Verweerder stelt dat klager zelf contact heeft opgenomen teneinde te worden geïnterviewd over zijn jaarlijkse homokoningin-verkiezing. In de Gay Krant staat een weergave van het gesprek. De tekst daarvan heeft klager 24 uur in zijn bezit gehad, maar hij heeft er niet op gereageerd. Voor de foto’s heeft klager nadrukkelijk geposeerd; hij hoopte zelfs dat zijn foto op de cover zou worden gebruikt. De veronderstelling dat de foto’s zonder zijn toestemming zijn gebruikt, is volgens verweerder dan ook niet juist.
Verweerder stelt dat hij al jaren wordt geconfronteerd met negatieve verhalen over klager. Hij heeft daar al eerder aandacht aan besteed. Klager is ook al enkele malen onderwerp geweest voor een item in het Tros tv-programma Opgelicht. Dit had bijvoorbeeld betrekking op het verhuren van een en dezelfde kamer aan 43 studenten en op het stelen van foto’s van een Amsterdamse bordeelhouder om er later vooraanstaande bezoekers mee te kunnen chanteren. Verweerder ziet het als zijn taak de doelgroep en achterban te waarschuwen en te beschermen tegen individuen die het niet al te nauw nemen met algemeen geaccepteerde waarden en normen. Verweerder heeft dat in dit geval gedaan door klager op zijn eigen verzoek uitgebreid aan het woord te laten en vervolgens wederhoor toe te passen bij diegenen die hij in het interview heeft genoemd. Bijna de complete redactie heeft hiertoe stad en land afgebeld. Verweerder meent juist zeer zorgvuldig te werk te zijn gegaan. Dat voor het artikel van 16 maart geen wederhoor aan klager is gevraagd, is gevolg van het feit dat klager na de publicatie van 2 maart te kennen had gegeven geen contact meer met de redactie van verweerder te willen hebben.
Verweerder wijst nog op diverse bronnen. Door de jaren heen hebben al verschillende gedupeerden uit het homo(horeca)circuit, die door klager benadeeld waren, zich bij verweerder gemeld. Bij het toegepaste wederhoor is opnieuw van verschillende kanten bevestigd dat klager anderen dupeert. Het is een vaststaand feit dat klager in het verleden is veroordeeld voor uitkeringsfraude en dat hij in de kwestie van de huurzwendel verdachte was. Verweerder wijst er nog op dat J. Heijligers, die bij het interview met klager aanwezig was en met hem heeft geposeerd voor de foto, schriftelijk verweerders lezing van de gang van zaken heeft bevestigd en dat namens weekblad Privé is bevestigd dat klager dit blad compromitterende foto’s heeft aangeboden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager heeft ten behoeve van het artikel van 2 maart 2002 meegewerkt aan een interview met verweerder. De tekst van het op het interview gebaseerde artikel is daags voor publicatie ter inzage aan klager toegezonden, waarmee klager de gelegenheid is geboden eventuele op- of aanmerkingen op het artikel te geven. De aldus gehanteerde termijn van inzage is, wanneer daarover geen andersluidende afspraken zijn gemaakt, niet ongebruikelijk.
 
Het interview met klager is te beschouwen als ‘hoor’, waarop verweerder wederhoor heeft toegepast bij onder meer een aantal door klager in het interview genoemde personen. De weergave daarvan, in de bij het hoofdartikel gevoegde stukken, behoefde onder de gegeven omstandigheden niet opnieuw aan klager te worden voorgelegd.
Klager moet worden nagegeven dat hij in de berichtgeving van verweerder sterk wordt gediskwalificeerd. Gelet op het door verweerder geschetste doel van de publicatie, te weten het waarschuwen van homohorecaondernemers voor iemand die al verschillende keren personen uit die doelgroep heeft benadeeld, is dit echter niet ongeoorloofd, mits voor die beschuldigingen voldoende betrouwbare bronnen voorhanden zijn. Verweerder heeft naar het oordeel van de Raad daartoe voldoende materiaal en bronnen aangevoerd. Het vermelden van een strafrechtelijke veroordeling in het verleden en een nieuwe strafrechtelijke vervolging is in dit licht eveneens relevant.
 
Ten aanzien van de gepubliceerde foto’s van klager is voldoende komen vast te staan dat klager voor dat doel voor een fotograaf van verweerder heeft geposeerd. Onder die omstandigheden kan klager in redelijkheid niet stellen dat de foto’s zonder zijn toestemming zijn gepubliceerd. 
 
Tot zover is de klacht ongegrond.
 
Wel is de Raad van oordeel dat verweerder klager in de gelegenheid had behoren te stellen op het artikel van 16 maart 2002 te reageren. Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Ook indien juist is – als door verweerder gesteld – dat klager na de publicatie van het artikel van 2 maart 2002 te kennen had gegeven geen contact meer met de redactie van verweerder te willen hebben, vormt die opmerking nog geen vrijbrief om het toepassen van wederhoor achterwege te laten. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is deels gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Gay Krant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 4 juni 2003 door mr. D. Allewijn, voorzit­ter, mw. C.J.E.M. Joosten, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegen­woor­dig­heid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.