2003/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van de Zwolse Courant

Bij brief van 25 november 2002 met drie bijlage heeft mr. M.J. Seijbel, advocaat te Zwolle, namens X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant (verweerder). Hierop heeft H. Beltman, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 8 januari 2003. Mr. Seijbel heeft de klacht nog nader toegelicht in een schrijven van 22 januari 2003. Ten slotte heeft Beltman daarop gereageerd bij brief van 4 februari 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 februari 2003 in aanwezigheid van voornoemde Beltman. Klager is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 12 oktober 2002 is in de Zwolse Courant een artikel verschenen onder de kop “Griek in centrum Zwolle fraudeert voor tonnen – Geen boekhouding en veel zwartwerkers: ‘Restaurant een grote puinhoop’”. Klager is de in de kop bedoelde Griek. Volgens het bericht worden klager en de bedrijfsleider van het restaurant verdacht van het plegen van frauduleuze handelingen waardoor de fiscus en bedrijfsvereniging benadeeld zijn.
Vervolgens is op 15 oktober 2002 in de Zwolse Courant het artikel “Pijnlijke publicatie: Sirtaki treft geen blaam” gepubliceerd.
Ten slotte is in de Zwolse Courant van 25 oktober 2002 nog aandacht aan de zaak besteed in een artikel met de kop “Grieks restaurant moet boeten voor ‘puinhoop’”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het centrum van Zwolle twee Griekse restaurants zijn gevestigd. Door in het artikel van 15 oktober 2002 restaurant Sirtaki van alle blaam te zuiveren, heeft verweerder duidelijk gemaakt dat de strafzaak betrekking heeft op het restaurant van klager. Daardoor is ook klager in de artikelen herkenbaar geworden, temeer nu zijn initialen in de artikelen van 12 en 25 oktober 2002 zijn vermeld. Verweerder had kunnen volstaan met het geven van een algemene aanduiding van het restaurant, zonder de vermelding van het soort ervan. Klager meent dat een zodanige formulering voor de inhoud van het bericht geen verschil had gemaakt. Bovendien had het artikel dan niet tot ophef geleid bij restaurant Sirtaki en had verweerder dat restaurant niet uitdrukkelijk van blaam behoeven te zuiveren. Dat vanaf een strafzitting de namen van verdachten ‘op straat liggen’ laat onverlet de zorgvuldigheid waarmee met die gegevens moet worden omgesprongen, aldus klager.
Verder betoogt hij dat in het artikel van 12 oktober 2002 sprake is van eenzijdige berichtgeving. In het artikel is een beschrijving gegeven van de strafzaak, de eis van de officier van justitie en de kwalificatie die de officier van justitie aan de bedrijfsvoering van het restaurant geeft. Weliswaar is van beide verdachten een ter zitting afgelegde verklaring geciteerd, maar van het pleidooi van de raadsman van klager - waarin ook de juridische haken en ogen van de zaak werden besproken - is niets weergegeven. Klager wijst erop dat de bedrijfsleider is vrijgesproken, terwijl het in het artikel van 12 oktober 2002 weergegeven citaat van de bedrijfsleider daar niet direct op wijst. De raadsman heeft ontlastende factoren naar voren gebracht, die niet gepubliceerd zijn. Klager acht het dan ook onzorgvuldig dat de betrokken journalist na het requisitoir de zaal heeft verlaten.
Bovendien is het artikel naar de mening van klager niet neutraal van toon. Hij wijst in dit verband op de subkop van het artikel van 12 oktober 2002. Daarin wordt de officier van justitie geciteerd die het restaurant ‘een grote puinhoop’ noemt. Dit citaat wordt in het artikel herhaald. De kwalificatie ‘puinhoop’ wordt ook twee keer genoemd in het artikel van 25 oktober 2002.
Klager betoogt dat door de combinatie van deze factoren – herkenning, eenzijdigheid in de berichtgeving en berichtgeving op niet-neutrale toon – hij en zijn restaurant onnodig publiekelijk in een kwaad daglicht worden geplaatst. Verweerder heeft daardoor gehandeld in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid, aldus klager.

Verweerder stelt dat hij in de berichtgeving over de strafzaak tegen klager uiterst zorgvuldig te werk is gegaan. Hij wijst erop dat in de journalistiek niet de regel geldt dat in berichtgeving herkenning van individuen onder alle omstandigheden en in het extreme voorkomen moeten worden. Volgens verweerder dient klager zich te realiseren dat een strafzitting openbaar is en dat vanaf dat moment verdachten niet meer absoluut anoniem zijn. Niettemin zijn, conform de in journalistiek Nederland algemeen gehanteerde uitgangspunten, van klager slechts de initialen vermeld. Van het restaurant is gesteld dat het een ‘Grieks restaurant in de Zwolse binnenstad’ betreft. Dat berichtgeving over een strafzitting niet zelden leidt tot (een zekere mate van) herkenning is duidelijk, en heeft ook de eigenaar van restaurant Sirtaki ervaren. Verweerder heeft de bescherming van deze onschuldige restaurateur willen laten prevaleren en hem bewust van blaam gezuiverd in het artikel van 15 oktober 2002.
Verder stelt verweerder dat van eenzijdige berichtgeving geen sprake is. In het artikel van 12 oktober 2002 zijn heel nadrukkelijk de belangrijkste passages weergegeven van hetgeen de verdachte ter zitting heeft gezegd. De journalist mocht ervan uitgaan dat die woorden overeen zouden komen met hetgeen de raadman van de verdachte naar voren zou brengen. Het artikel van 12 oktober 2002 bevat een goede weergave van hetgeen zich tijdens de terechtzitting heeft afgespeeld. Een verdachte heeft geen recht op de krant als forum, aldus verweerder.
Ten slotte stelt hij dat hij voldoende neutraal en objectief over de kwestie heeft bericht. Dat een oordeel of mening van de officier van justitie soms wat nadrukkelijk naar voren komt, is heel gewoon en komt vaak voor. Overigens meent verweerder dat er geen verplichting tot neutrale berichtgeving bestaat. Onder omstandigheden kan hij zelfs besluiten een verre van neutrale toonzetting te hanteren. In die keuze is hij in vergaande mate vrij.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Vaste lijn is dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten en veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden, die gelegen kunnen zijn in de belangen van derden alsmede in het maatschappelijk belang dat met de publicatie wordt gediend, kan afwijking van deze regel gerechtvaardigd zijn. (vgl. onder meer: X/Nieuwe Revu, RvdJ 2002/21en Van ’t Hof/Goudsche Courant, RvdJ 2000/26).
De bedoeling is dat het belang van betrokkene bij de bescherming van zijn privacy steeds wordt afgewogen tegen mogelijke belangen van derden c.q. het maatschappelijk belangen en dat genoemd privacy-belang slechts voor andere belangen wijkt indien daar zwaarwichtige redenen voor bestaan.
De onderhavige publicatie gaat echter in eerste instantie om een onderneming, het restaurant van klager, en niet om zijn persoon. Klager heeft gesteld dat hij belang heeft bij een oordeel van de Raad, nu het aantal klanten van het restaurant, en daarmee de omzet, sinds de plaatsing van de artikelen aanzienlijk is teruggelopen. Dit belang is echter niet het privacybelang dat de hiervoor gestelde norm beoogt te beschermen.
Daarbij komt dat verweerder heeft aangevoerd dat hij door de aanduiding van klagers restaurant als ‘Grieks restaurant in de binnenstad van Zwolle’ in het artikel van 12 oktober 2002 alsmede door de publicatie van 15 oktober 2002 belangen van anderen heeft willen beschermen. Het standpunt van klager dat verweerder had moeten volstaan met een algemenere formulering kan niet worden gevolgd. Het voorkomen van verwarring met andere restaurants kon de handelwijze van verweerder rechtvaardigen.
Op grond van het voorgaande komt de Raad tot de slotsom verweerder door het restaurant van klager aan te duiden op de wijze zoals hij heeft gedaan niet journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Verder betwist klager niet zozeer de inhoud van de berichtgeving als wel de wijze waarop aan de strafzaak aandacht is besteed. Met name acht klager het onzorgvuldig dat niets uit het pleidooi van zijn raadsman is weergegeven. Anders dan klager betoogt, was verweerder daar niet toe gehouden. Volgens het vaste oordeel van de Raad is niet ontoelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt (zie onder meer: Bloemsma/De Twentsche Courant Tubantia, RvdJ 2001/10 en Jagt/Haagsche Courant, RvdJ 2001/35).

Gezien het bovenstaande komt de Raad tot de conclusie dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, door te berichten over de strafzaak tegen klager op de wijze zoals hij heeft gedaan.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 3 juni 2003 door mr. R.W.L. Loeb, T.G.G. Bouwman, mr. A. Herstel, mw. J.A. Koerts en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-33