2003/31 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

K.C. Wils

tegen

B. Oostra en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 29 januari 2003 met een bijlage heeft K.C. Wils te Bunde (klaagster) een klacht ingediend tegen B. Oostra en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (verweerders). Hierop heeft mr. J. Koster, advocaat te Maastricht, namens verweerders gereageerd in een brief van 24 februari 2003 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 maart 2003. Klaagster was daar niet aanwezig. Namens verweerders is H.J.E. Driessen, adjunct-hoofdredacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 11 januari 2003 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Oostra verschenen onder de kop “LPF’er gebruikte vals adres in Sittard”. De intro van het artikel luidt:
A. de Jong, lid van het hoofdbestuur van de LPF en kandidaat voor de Statenverkiezingen in Limburg, heeft voor zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel als LPF-bestuurder een vals adres gebruikt.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
De Jong heeft zich op 6 december in Sittard-Geleen laten uitschrijven. Hij is verhuisd naar Iepenlaan 57 in Bunde, het woonadres van secretaris K. Wils van het Limburgse LPF-bestuur. De Jong erkent de verhuizing. ,,Ik sta ingeschreven in Nederland en verder is er niets aan de hand.” LPF-secretaris Wils wil over de zaak geen uitspraken doen. Volgens Wils is het adres van De Jong ,,vertrouwelijke, privacy-gevoelige” informatie.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat door publicatie van haar volledige adres haar privacy is aangetast. Gezien alle moeilijkheden rond de politieke partij waarvoor zij actief is, voelt zij zich door de publicatie bovendien onveilig.
Oostra heeft een aantal keren telefonisch contact met haar gehad. Daarbij heeft zij steeds geweigerd commentaar te geven. Zij heeft nooit toestemming gegeven haar adres op deze wijze te gebruiken.
Ten slotte stelt klaagster dat Oostra het adres niet van haar gekregen heeft en dat het onduidelijk is hoe hij daaraan is gekomen.

Verweerders stellen dat het artikel gaat over de adressen die LPF-bestuurder De Jong heeft opgevoerd. Die adressen spelen een cruciale rol in het artikel. Daaruit blijkt dat De Jong zich kennelijk heeft laten inschrijven op adressen waar hij niet woont, waaronder dat van klaagster, om zich op die wijze verkiesbaar te kunnen stellen voor de Provinciale Staten.
Verweerders wijzen erop dat klaagster de juistheid van het artikel niet betwist. Klaagster heeft er kennelijk mee ingestemd dat De Jong zich op haar woonadres heeft ingeschreven. Aan klaagster is ook diverse malen om commentaar gevraagd, maar zij heeft volstaan met de mededeling - als geciteerd in het artikel - dat het adres van De Jong ‘vertrouwelijke, privacy-gevoelige informatie’ zou zijn.
Verder stellen verweerders dat het adres van klaagster in openbaar toegankelijke bronnen is opgenomen. Het adres is onder meer als secretariaatsadres van LPF Limburg vermeld op de website van de partij. Als iemand het secretariaat van een politieke partij vervult, moet hij niet verbaasd zijn als dat adres in media wordt genoemd indien daarvoor een journalistieke aanleiding bestaat. Het noemen van het adres van klaagster was in dit geval functioneel en noodzakelijk om de betreffende misstand aan de kaak te kunnen stellen, aldus verweerders. Het mogelijke privacybelang van klaagster diende daarvoor te wijken.
Ter zitting deelt Driessen nog mee, dat De Jong is teruggetreden en dat het hele bestuur van LPF Limburg is afgetreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad brengt de journalistieke verantwoordelijkheid mee dat de persoonlijke levenssfeer van personen, waarover wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is.

In het artikel wordt een journalistiek relevant nieuwsfeit aan de orde gesteld, te weten dat LPF-bestuurder De Jong valse adressen opgaf kennelijk ten einde zich verkiesbaar te kunnen stellen voor de Provinciale Staten van Limburg. Bezien in deze context is publicatie van het volledige adres van klaagster in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk te achten. Bij dit oordeel is met name in aanmerking genomen dat klaagster de secretaris was van de politieke groepering die De Jong kandidaat wilde stellen, dat haar adres in die hoedanigheid was vermeld op de eigen website van de LPF en dat zij kennelijk – zij heeft zich immers, toen Oostra haar om commentaar vroeg, niet op het standpunt gesteld dat zij niet geweten heeft van de inschrijving – ermee heeft ingestemd dat De Jong dat adres gebruikte opdat hij zou kunnen voldoen aan de door de wet gestelde vereisten voor verkiesbaarheid.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is verantwoord is door in dit geval het volledige adres van klaagster te vermelden (vgl. onder meer: X/De Telegraaf, RvdJ 2002/51).

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 mei 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-31