2003/3 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.M.H. Timmer

tegen

H. van de Kolk en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij brief van 4 oktober 2002 met twee bijlagen heeft J.M.H. Timmer te Uffelte (klager) een klacht ingediend tegen H. van de Kolk en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (verweerders). Hierop heeft A.J. te Velthuis, lezersredacteur van de krant, gereageerd in een brief van 11 oktober 2002 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 november 2002. Klager is daar verschenen en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders is voornoemde Van de Kolk verschenen.

DE FEITEN

Op 10 september is in De Twentsche Courant Tubantia, editie Vriezenveen, een artikel van de hand van Van de Kolk verschenen onder de kop “Huisarts Timmer vertrekt met noorderzon – Westerhaarse arts laat patiënten en collega’s achter met veel vraagtekens”.
De intro van het artikel luidt:
Opeens was hij weg, met de noorderzon vertrokken. Huisarts J.M.H. Timmer uit Westerhaar verscheen vorige week maandag niet meer op zijn praktijk. Hij liet enkel een kort afscheidsbriefje achter voor zijn patiënten. Zijn diensten heeft hij overgedragen aan een waarnemer. Patiënten, collega’s en zorgverzekeraar Amicon snappen er niets van.

Diezelfde dag is op de voorpagina van alle edities van de krant het artikel “Arts uit Westerhaar met noorderzon vertrokken” gepubliceerd.

Op 17 september 2002 heeft de krant in een artikel met de kop “Ook opvolger Timmer vertrok met stille trom” opnieuw aandacht aan de kwestie besteed.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat door de lay-out en toonzetting van het artikel ten onrechte de indruk wordt gewekt dat hij een voortvluchtige crimineel is. Al in maart 2002 is klager begonnen met de voorbereiding van de overdracht van zijn praktijk. Zijn patiënten hebben ruim voor zijn vertrek persoonlijk een brief gehad. Van de Kolk was daarvan op de hoogte. In een brief aan verzekeraar Amicon heeft klager duidelijk aangegeven, waarom hij zijn praktijk overdroeg. Die overdracht is ook keurig geregeld en heeft plaatsgevonden, zoals dat dagelijks overal in Nederland gebeurt, aldus klager. Op 28 augustus 2002 hebben de hele dag verhuiswagens voor de deur gestaan. Van een ‘vertrek bij noorderzon’, dat - volgens het woordenboek -betekent ‘stiekem ‘s nachts ervandoor gaan met achterlaten van schulden’, is dan ook geen sprake. Klager heeft van zijn patiënten onder meer bloemstukken en talloze bedankbriefjes ontvangen.
Volgens klager was zijn telefoonnummer zowel bij zijn assistente als bij zijn opvolger bekend. Bovendien wordt zijn post doorgezonden. Verweerders hadden hem dan ook wederhoor kunnen bieden, maar hebben dat nagelaten.
Klager stelt dat verweerders zijn afgegaan op eenzijdige informatie van onder meer verzekeraar Amicon, die betrokken is bij de opvolging van klagers praktijk. Hij concludeert dat aldus sprake is van eenzijdige, onjuiste berichtgeving, waardoor zijn goede naam in diskrediet is gebracht.

Verweerders stellen dat Van de Kolk tevergeefs heeft geprobeerd om na het weekeinde van 1 september 2002 via het woonhuis annex de praktijkruimte met klager in contact te komen. Vervolgens heeft hij zes bronnen - waaronder een zorgmanager van Amicon, een apotheker en twee doktersassistentes - geraadpleegd om achter de verblijfplaats van klager te komen. Aan alle zes is expliciet naar een adres of telefoonnummer van klager gevraagd. Geen van hen kon antwoord op die vraag geven. Van de Kolk heeft derhalve voldoende getracht om wederhoor toe te passen. Achteraf bleek hem dat klager in het weekeinde van zondag 1 september was verhuisd.
Blijkens de afscheidsbrief die klager aan zijn patiënten heeft gestuurd, heeft hij zijn praktijk per 1 september 2002 overgedragen. De brief is gedateerd ‘augustus 2002’, zonder vermelding van een exacte datum. Volgens verweerders had klager in juli 2002 aan Amicon laten weten dat hij zijn praktijk nog drie jaar wilde voortzetten. Daar heeft hij zich niet aangehouden. Dit rechtvaardigt dat Van de Kolk heeft geschreven over een ‘plotselinge aftocht’.
Volgens verweerders is verzekeraar Amicon ontevreden over de wijze, waarop klager zijn praktijk heeft overgedragen. De overdracht brengt kosten voor Amicon mee, die doorgaans worden doorberekend aan de premiebetalers. Verder betwisten voormalige patiënten van klager dat sprake is van ‘een uitstekende opvolger’, zoals klager in zijn afscheidsbrief heeft geschreven. Van de Kolk was van mening dat klager meer verantwoording aan zijn patiënten had moeten afleggen. De publicatie diende derhalve een breder belang.
Dat klager zich voelt afgeschilderd als een voortvluchtig crimineel, komt voor zijn rekening. Tot aan de onderhavige procedure wist Van de Kolk, en velen met hem, niet waar klager zich bevond. Door zijn ‘overhaaste’ vertrek uit Westerhaar kon klager verwachten dat hierover een eenzijdig beeld naar buiten zou kunnen ontstaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Zoals klager terecht heeft opgemerkt, heeft de term ‘met de noorderzon vertrekken’ de negatieve betekenis ‘zich in de nacht stil uit de voeten maken, ongemerkt heengaan, meestal met achterlating van schulden’. Ter zitting heeft Van de Kolk verklaard dat hij zich daarvan bewust is, evenals van het feit dat term ‘aftocht’, in vergelijking met de term ‘vertrek’, een negatieve lading heeft. Naar zijn eigen zeggen heeft Van de Kolk weloverwogen die negatieve termen gekozen, omdat hij had horen vertellen dat klager ‘als een dief in de nacht’ was vertrokken.

Aldus bevat het artikel ernstige beschuldigingen aan het adres van klager, waarvan niet is gebleken dat deze door de feiten worden gestaafd. Bovendien moet een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zouden zijn geuit door een geïnterviewde, maakt dat niet anders (vgl. onder meer Jacobs/Eilanden-Nieuws, RvdJ 2002/32). Verweerders hadden de beschuldigingen derhalve in elk geval niet mogen publiceren, zonder klager in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Van de Kolk heeft ter zitting desgevraagd meegedeeld dat hij telefonisch heeft geprobeerd klager via derden te bereiken. Daarbij heeft hij meegedeeld ‘op zoek te zijn naar Timmer’, zonder duidelijk te maken dat en waarom hij contact met klager echt nodig had. Evenmin heeft hij klager schriftelijk in de gelegenheid gesteld te reageren, alvorens over publicatie te beslissen. Naar het oordeel van de Raad heeft Van de Kolk aldus onvoldoende ondernomen om met klager in contact te komen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat zouden kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken.

De Raad komt tot de slotsom dat verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid aanvaardbaar is, door over klager te berichten, zoals zij hebben gedaan en na te laten wederhoor toe te passen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Twentsche Courant Tubantia te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 januari 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. C.M. Buijs en mw. mr. V. Keur, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-03