2003/28 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.R. Fernandes

tegen

M. Koolhoven (De Telegraaf)

Bij brief van 10 november 2002 met elf bijlagen heeft R.R. Fernandes te Oudenbosch (klager) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven (verweerder). Bij brief van 2 maart 2003 heeft klager nog een bijlage aan het dossier toegevoegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 maart 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij verweerder bij brief van 5 augustus 2001 heeft benaderd met het verzoek aandacht te besteden aan het onrecht dat zijn geestelijk gehandicapte dochter is aangedaan. Hierop heeft verweerder gereageerd in een brief van 7 augustus 2001. Klager heeft verweerder nog aanvullende informatie verstrekt bij brieven van 12 augustus 2001, 19 augustus 2001, 26 augustus 2001 en 3 februari 2002. Op 17 februari 2002 heeft klager verweerder een herinnering gestuurd en verweerder verzocht de stukken te retourneren, in het geval dat hij niet geïnteresseerd was in klagers zaak. Vervolgens heeft klager zich bij brief van 24 februari 2002 tot de hoofdredactie van De Telegraaf gewend. Daarop heeft klager een brief van verweerder, gedateerd 27 februari 2002, ontvangen. In die brief schrijft verweerder: “Bij mijn weten heb ik u al in een veel eerder stadium laten weten dat uw verhaal niet voor publicatie in De Telegraaf in aanmerking komt. Gezien uw belang bij publicatie kan ik mij voorstellen dat u dit besluit betreurt. (...) Ik stuur u de correspondentie en stukken, voor zover in mijn bezit, hierbij retour.” Klager heeft op die brief gereageerd in een schrijven van 3 maart 2002. Ten slotte wijst klager op een laatste reactie van verweerder van 6 maart 2002, waarin deze bericht niet meer over stukken van klager te beschikken. Volgens klager wordt hij door diverse journalisten van De Telegraaf tegengewerkt in de zaak betreffende zijn dochter. Bovendien laten die journalisten na zijn eigendommen terug te geven.
Verder stelt hij dat Krishna Salikram wél over hem en zijn dochter heeft bericht. Met de publicatie van Salikram kan klager iedereen wijzen op het onrecht en leed dat hem en zijn gezin is aangedaan.

In een brief van 11 maart 2003 heeft A. Reekers, adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf, meegedeeld dat verweerder niet inhoudelijk op de klacht, die hem een compleet raadsel is, reageert.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht komt erop neer dat verweerder ongemotiveerd, althans zonder goede grond weigert een publicatie te wijden aan klagers zaak (het onrecht dat volgens hem is aangedaan aan zijn geestelijk gehandicapte dochter). Klaarblijkelijk ter illustratie van die in zijn ogen onaanvaardbare weigerachtige houding wijst klager op de wijze waarop verweerder op zijn brieven reageert en omgaat met dossierstukken die klager hem, naar de Raad begrijpt: niet in origineel maar in kopie, heeft toegezonden.
De klacht is ongegrond. Verweerder is geheel vrij in zijn selectie van nieuws. Het niet publiceren over klagers zaak kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat verweerder de door hem als journalist in acht te nemen grenzen heeft overschreden (vgl. Lindeman/Blees e.a., RvdJ 1999/48). Anders dan klager lijkt te menen behoefde verweerder zijn keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover hem ook niet te verantwoorden.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 mei 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-28