2003/26 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.R. Fernandes

tegen

de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 20 oktober 2002 met vier bijlagen heeft R.R. Fernandes te Oudenbosch (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd (verweerder). Bij brief van 2 maart 2003 heeft klager nog een bijlage aan het dossier toegevoegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 maart 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn geestelijk gehandicapte dochter onrecht is aangedaan. Op 30 juni 2002 heeft hij verweerder een brief met bijlagen gestuurd en verweerder gevraagd of hij bereid was aandacht aan de zaak van zijn dochter te besteden. In een brief van 21 juli 2002 heeft klager verweerder aan zijn eerdere brief herinnerd. Vervolgens heeft klager een tweede herinnering gestuurd op 11 augustus 2002 en verweerder verzocht de stukken te retourneren, in het geval dat hij niet geïnteresseerd was in klagers zaak. Klager heeft dit verzoek herhaald in een brief van 29 september 2002. Verweerder heeft echter niet op de brieven gereageerd, noch de stukken geretourneerd, aldus klager.
Verder stelt hij dat Krishna Salikram wél over hem en zijn dochter heeft bericht. Met de publicatie van Salikram kan klager iedereen wijzen op het onrecht en leed dat hem en zijn gezin is aangedaan.

Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht komt erop neer dat verweerder ongemotiveerd, althans zonder goede grond weigert een publicatie te wijden aan klagers zaak (het onrecht dat volgens hem is aangedaan aan zijn geestelijk gehandicapte dochter). Klaarblijkelijk ter illustratie van die in zijn ogen onaanvaardbare weigerachtige houding wijst klager erop dat verweerder niet op zijn brieven reageert en attendeert hij op de wijze waarop verweerder omgaat met dossierstukken die klager hem, naar de Raad begrijpt: niet in origineel maar in kopie, heeft toegezonden.
De klacht is ongegrond. Verweerder is geheel vrij in zijn selectie van nieuws. Het niet publiceren over klagers zaak kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat verweerder de door hem als journalist in acht te nemen grenzen heeft overschreden (vgl. Lindeman/Blees e.a., RvdJ 1999/48). Anders dan klager lijkt te menen behoefde verweerder zijn keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover hem ook niet te verantwoorden.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 mei 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. mr. V. Keur, mw. drs. J.W.M. Kok en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-26