2003/22 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

NS Groep N.V.

tegen

A. Croonenberg, J. Smit en de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 15 januari 2003 met een bijlage heeft mr. P. van Toor, Stafdirecteur Algemene en Juridische Zaken, namens NS Groep N.V. gevestigd te Utrecht (klaagster) een klacht ingediend tegen A. Croonenberg, J. Smit en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (verweerders). Hierop heeft H. Steenhuis, hoofdredacteur, bij e-mail van 28 januari 2003 meegedeeld dat hij geen heil ziet in een behandeling van geschillen door de Raad voor de Journalistiek en daarom geen reden ziet om te reageren op de klacht.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 februari 2003. Namens klaagster zijn daar voornoemde Van Toor en mevrouw F. Kraaijeveld, medewerkster van de afdeling Corporate Communicatie, verschenen. Van Toor heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een notitie.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Zijdens klaagster is desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behande-ling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 3 januari 2003 is in HP/De Tijd een artikel van de hand van Croonenberg en Smit verschenen onder de kop “Overleven op het spoor – Hoe u de NS te slim af bent”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
U heeft groot gelijk als u voortaan niet meer wilt betalen (zwartrijden), of slechts gedeeltelijk (u reist grijs), of als u – helemaal feest – de prijsverhoging aangrijpt om juist méér te gaan verdienen. U vraagt telkens geld terug van de NS, als het even kan dagelijks. Moreel verwerpelijk? Mwah… bekijkt u het liever zo: u brengt de prijs van het product in balans met de kwaliteit ervan.
en
Eerst het zwartrijden. Handleiding overbodig: u koopt geen kaartje en u nestelt zich gerieflijk in de eerste klas. (…) Zorg wel voor een geldig identiteitsbewijs, voldoende contanten en een deugdelijke risicoanalyse, anders loopt u de kans de leatherboys van de spoorwegpolitie tegen het lijf te lopen. Ingewikkeld, zo’n risicoanalyse? Welnee. U hoeft slechts twee dingen te weten: hoe vaak er gemiddeld op het traject wordt gecontroleerd en wat u moet betalen wanneer u wordt gesnapt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de lezers, onder andere door middel van tips, worden opgeroepen c.q. aangezet tot a) zwart- dan wel grijs rijden en b) tot het oplichten van klaagster door het valselijk invullen van zogeheten ‘Geld terug bij vertraging’-formulieren. Het artikel bevat een groot aantal details ter zake, die de gemiddelde lezer niet kent. Indien personen deze tips opvolgen, loopt klaagster inkomsten mis. Voorts wordt op diffamerende wijze over NS-personeel geschreven. Volgens klaagster zijn aldus met het artikel de grenzen van de journalistieke vrijheid overschreden.
Klaagster wijst erop dat onder meer de reizigersvereniging Rover negatief op het gewraakte artikel heeft gereageerd. Bovendien heeft een aantal lezers in ingezonden, en in HP/De Tijd gepubliceerde brieven hun ongenoegen over het artikel kenbaar gemaakt.

Verweerders hebben niet inhoudelijk op de klacht gereageerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Nu verweerders niet inhoudelijk op de klacht hebben gereageerd, kan de Raad niet met zekerheid vaststellen met welk oogmerk het artikel is geschreven. In aanmerking genomen dat het artikel als achtergrondartikel is gepresenteerd, neemt de Raad aan dat verweerders in de publicatie (vermeende) misstanden in klaagsters bedrijfsvoering aan de kaak hebben willen stellen. Dit is op zichzelf maatschappelijk relevant en journalistiek geboden. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen (vgl. onder meer Van Veenendaal en Van Doorn/Van Zanten e.a., RvdJ 2001/25).

Tot de misstanden die aan de kaak worden gesteld, behoort kennelijk ook de – althans in de ogen van de auteurs - niet-waterdichte controle op (structureel) reizen zonder vervoersbewijs. Ook op dit specifieke vlak geldt, dat het op zichzelf relevant en journalistiek geboden kan zijn hierop in te gaan, zelfs indien daarbij ontduikingsmethoden aan het publiek bekend worden gesteld. Dat dat in het onderhavige geval op provocerende wijze is geschied doordat de stijlvorm van een handleiding voor misbruik is gekozen, maakt dit op zichzelf niet anders.

Onzorgvuldig acht de Raad het echter, dat voorafgaande aan de publicatie geen contact met klaagster is opgenomen. Gelet op de aard en ernst van de aan het adres van klaagster geuite kritiek, hadden verweerders in dit geval klaagster in de gelegenheid behoren te stellen haar visie te geven. Door dat na te laten hebben verweerders grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 april 2003 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-22