2003/2 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E. Hoedemaker

tegen

de hoofdredacteur van Panorama

Bij brieven van 9 september 2002 met drie bijlagen en van 16 september 2002 met twee bijlagen heeft E. Hoedemaker te IJlst (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Panorama (verweerder). Hierop heeft F.R. Hitzert, hoofdredacteur, geantwoord in een schrijven van 24 september 2002. Vervolgens heeft klager zijn klacht nader toegelicht bij brief van 28 september 2002. Daarop heeft Hitzert nog gereageerd in een brief van 7 oktober 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 november 2002 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 14 augustus 2002 is in Panorama nummer 34 een artikel verschenen onder de kop “De hongermoordenaar – Hoe lang houdt Volkert van der G. het vol?”. Het artikel wordt op alle pagina’s aangeduid als ‘Dossier hongerstaking’ en bevat - ingekaderd onder de kop “Volkerts voorgangers” - tevens enige informatie over andere hongerstakers, waaronder klager.

Naar aanleiding van de publicatie heeft klager op 22 augustus 2002 telefonisch contact gehad met chef-redacteur H. van Alphen en om rectificatie verzocht.

Vervolgens is in Panorama nummer 37, lopend van 4 tot 11 september 2002, in de rubriek ‘Hoogachtend’ onder de kop “Hongerstaking” een ingezonden brief gepubliceerd die wordt toegeschreven aan klager.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel van 14 augustus 2002 zijn naam zonder overleg en ongevraagd in verband is gebracht met Volkert van der G en dat hij ten onrechte wordt aangeduid als een van ‘Volkerts voorgangers’. Klager wil op geen enkele wijze met hem worden geassocieerd. Daarbij komt dat de over zijn hongerstaking opgenomen informatie onjuist en onvolledig is. Zijn hongerstaking kreeg destijds landelijke aandacht in de pers, maar Panorama was toen niet geïnteresseerd. Door zijn hongerstaking nu te koppelen aan die van Volkert van der G., wordt zijn naam alleen gebruikt voor sensationele en commerciële doeleinden. Volgens klager is hij aldus in zijn eer en goede naam aangetast.
Verder stelt hij dat in het artikel uitspraken zijn toegeschreven aan internist in opleiding J. Beers, maar dat deze niet voorkomt in de bestanden van de Nederlandsche Internisten Vereeniging.

Klager stelt ten slotte dat Van Alphen in het telefoongesprek van 22 augustus 2002 rectificatie heeft toegezegd en dat die rectificatie aan hem zou worden voorgelegd. Een voorstel van Van Alphen om een ingezonden brief te schrijven die dan zou worden gepubliceerd, heeft klager afgewezen, omdat de verantwoordelijkheid voor het artikel naar zijn mening alleen bij verweerder ligt. Niettemin is in Panorama nummer 37 een stuk geplaatst, dat als een ingezonden brief van zijn hand is aangeduid. De brief is echter niet door hem geschreven en bevat bovendien onjuistheden. Verweerder had in ieder geval het stuk voor publicatie aan klager moeten voorleggen, hetgeen niet is gebeurd. Door publicatie van het bericht in Panorama nummer 37 heeft verweerder opnieuw onzorgvuldig gehandeld, aldus klager.

Verweerder stelt dat naar zijn mening geen reden voor rectificatie bestaat en betwist dat Van Alphen aan klager heeft toegezegd dat rectificatie zou plaatsvinden. Volgens verweerder toonde klager zich in het telefoongesprek met Van Alphen buitengewoon geëmotioneerd. Van Alphen heeft toen, mede ingegeven door de heftige emoties van klager, aangeboden een ingezonden brief met klagers reactie in een van de eerstvolgende edities van Panorama te publiceren. Daarop meldde klager dat hij niet zelf zo een brief wilde schrijven, waarna Van Alphen heeft aangeboden die brief namens klager op te stellen en te publiceren. Daarmee is klager in datzelfde gesprek van 22 augustus 2002 akkoord gegaan en conform die afspraak is vervolgens de brief namens klager in Panorama nummer 37 geplaatst. Het verbaast verweerder dat klager zich van deze afspraken niets meer kan herinneren. Hij oppert dat klagers herinnering in deze wellicht is vertroebeld door zijn heftige emoties ten tijde van het telefoongesprek met Van Alphen.
Verweerder meent dat hij op geen enkele manier jegens klager onzorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft allereerst betrekking op de publicatie van 14 augustus 2002 in Panorama nummer 34. Door informatie over zijn hongerstaking op te nemen in een lijstje met de kop “Volkerts voorgangers” wordt volgens klager de indruk gewekt dat hij een moordenaar is met vergelijkbare motieven als die Volkert van der G. naar verluid heeft gehad. Mede in aanmerking genomen dat klagers hongerstaking een nieuwsfeit betreft, waarover de media destijds hebben gepubliceerd, heeft verweerder niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld door informatie over de hongerstaking te publiceren. Dat zulks is geschied onder de kop “Volkerts voorgangers” is, bezien in de context van het gehele artikel, niet onaanvaardbaar. Het is de lezers voldoende duidelijk gemaakt dat de hongerstaking van Volkert van der G. het thema van de publicatie is en niet het strafbaar feit, waarvan deze wordt verdacht.
Klager heeft verder gesteld dat het artikel onjuiste en onvolledige informatie over zijn hongerstaking bevat en heeft ter zake in een gesloten envelop informatie aan de Raad doen toekomen. Aan klager is meegedeeld dat de Raad alleen van die informatie kennis zou nemen, indien ook verweerder daarvan in kennis zou worden gesteld. Vervolgens heeft klager de Raad bericht dat verweerder niet heeft gereageerd op zijn verzoek de informatie als vertrouwelijk te beschouwen. Klager heeft daarom de Raad verzocht het stuk niet in de behandeling van de klacht te betrekken maar te vernietigen.
De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat de gepubliceerde informatie over klagers hongerstaking onjuist c.q. onvolledig is, zodat de desbetreffende klacht reeds om die reden niet kan slagen.
Evenmin kan de Raad vaststellen dat in het artikel ten onrechte uitspraken zijn toegeschreven aan een internist in opleiding met de naam J. Beers, terwijl van overige relevante onjuistheden niet is gebleken.
Met de publicatie van 14 augustus 2002 heeft verweerder derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Verweerder heeft met de publicatie in Panorama 37 wél onjuist jegens klager gehandeld. Hij heeft zich in dit verband beroepen op afspraken die Van Alphen met klager zou hebben gemaakt, inhoudende dat Van Alphen namens klager een ingezonden brief zou opstellen die vervolgens zou worden gepubliceerd. Klager heeft betwist dat hij dergelijke afspraken met Van Alphen heeft gemaakt. Er is voorts geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan vaststellen dat het standpunt van een der partijen juist is.
Echter, zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat de door verweerder gestelde afspraak met klager wel is gemaakt, heeft verweerder op dit punt in acht te nemen grenzen overschreden. Immers, vaststaat dat de zogeheten brief niet door klager maar door verweerder is opgesteld, doch is gepubliceerd als van klager afkomstig. In dit geval had de brief ten minste eerst ter fiattering aan klager moeten worden voorgelegd, terwijl onweersproken is dat zulks niet is gebeurd. Het bezwaar tegen de gevolgde handelwijze klemt te meer, nu verweerder heeft aangegeven dat klager in het telefoongesprek met Van Alphen heftig geëmotioneerd was, zodat extra terughoudendheid geboden was.

BESLISSING

De klacht is gegrond voorzover deze betrekking heeft op de publicatie in Panorama nummer 37, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 januari 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. C.M. Buijs en mw. mr. V. Keur, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-02