2003/18 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Munnix

tegen

P. Bots en de hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad

Bij brief van 14 november 2002 met vijf bijlagen heeft R. Munnix te Horn (klager), een klacht ingediend tegen P. Bots en de hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad (verweerders). Namens verweerders heeft H. Brinkman, chef redacteur a.i. gereageerd in een brief van 27 november 2002 met een bijlage. Klager en verweerders hebben hun standpunten nader toegelicht in brieven van respectievelijk 8 december en 24 december 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 januari 2003. Partijen waren daarbij niet aanwezig.

DE FEITEN

Begin 2002 zijn bij een wethouder, raadsleden en enkele ambtenaren van de gemeente Haelen vernielingen aangericht, zoals door het gooien van stenen door de ramen. De burgemeester heeft een premie uitgeloofd voor de gouden tip die leidt naar de stenengooier.

In Limburgs Dagblad van 30 maart 2002 is op de voorpagina, onder de kop “Klikpremie Haelen levert bruikbare tip op” een nieuwsbericht aan de kwestie gewijd. In dit nieuwsbericht wordt verwezen naar een reportage in een van de bijlagen. In de reportage is, onder de kop “Kleine intifada in Haelen”, het volgende vermeld:
Tot nu toe is één tip binnengekomen. De melding is zodanig dat de gemeente binnenkort een aanhouding verwacht. Al wordt dit bij de politie weer ontkend. Om wie het gaat is nog onduidelijk. Wel is bekend dat de politie vorige week bij een bewoner van de Haelerweg in Horn aanklopte met wat vragen over deze kwestie. De man is geen onbekende bij de gemeente. Hij streed in het verleden fanatiek tegen een drempel die voor zijn huis was aangelegd. De man won de zaak en kreeg 25.000 gulden planschadevergoeding. Woordvoerster Nelleke Padmos van de politie Limburg-Noord erkent dat de naam van de Hornaar woensdag ter sprake is gekomen in een overleg tussen de burgemeester en de leider van het politieonderzoek. Toch is de man geen ‘verdachte’, benadrukt Padmos. “Hij staat nog niet op het lijstje. In deze zaak is nog niemand aangehouden en er zijn ook nog geen concrete verdachten gehoord.”verzekert ze. De kans dat de man uit Horn de dader is, wordt klein geacht in Haelen. (…)

Een aantal elementen uit deze tekst is ook in het nieuwsbericht op de voorpagina vermeld.

In april 2002 heeft klager in een openbare raadsvergadering het woord genomen over de kwestie. In Limburgs Dagblad van 24 april 2002 is naar aanleiding daarvan, onder de kop “Man ontkent gooien van stenen in Haelen”, een artikel gepubliceerd waarin is vermeld:
Een opmerkelijke actie, maandagavond tijdens de raadsvergadering in Haelen: R. Munnix uit Horn maakte gebruik van het spreekrecht om nadrukkelijk te verklaren dat hij niét ‘de stenengooier’ is geweest. Munnix was weliswaar ontboden op het politiebureau en door de recherche ondervraagd, maar tegen hem was geen bewijs gevonden. Door zich in het openbaar hierover uit te laten, hoopt Munnix dat hiermee een einde komt aan de geruchtenstroom. Burgemeester J. Heijmans bevestigde later tijdens de vergadering dat Munnix inderdaad geen blaam treft. (…)

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerders hem herkenbaar in verband hebben gebracht met de kwestie rond het gooien van stenen in de gemeente Haelen, terwijl vaststaat dat hij daarmee niet van doen heeft gehad. Klager meent dat verweerders aldus ten onrechte zijn privacy hebben geschonden.

Verweerders stellen dat in het artikel van 30 maart 2002 de naam van klager niet is genoemd. De vermelding dat een inwoner van Haelen in deze kwestie door de politie was gehoord, was relevant voor het verhaal. Toegevoegd is dat de politie niet verwachtte dat het hier de verdachte zou betreffen. De vermelding dat deze inwoner jarenlang tegen een drempel voor zijn huis vocht, was volgens verweerders eveneens relevant in een verhaal over bedreigingen jegens gemeentebestuurders. Door later in een openbare raadsvergadering, die door de lokale omroep live wordt uitgezonden, het woord te nemen, heeft klager zelf de publiciteit gezocht. Verweerders achten het vanzelfsprekend dat zij daarover hebben bericht. Zij hebben daarbij vermeld dat klager volgens de burgemeester geen blaam treft.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het nieuwsbericht en de reportage van 30 maart 2002 wordt klager niet bij naam genoemd. Hij wordt echter wel op zodanige wijze beschreven dat aan te nemen valt dat zijn omgeving hem zal herkennen. Het onderwerp van de beide publicaties in aanmerking genomen - het onderzoek naar de identitieit van de stenengooier -, gaat het echter zowel bij de mededeling dat de politie bij "klager" had aangeklopt met vragen over de kwestie, als bij de mededeling dat "klager" in het verleden jarenlang fanatiek had gestreden tegen de voor zijn huis door de gemeente aangelegde verkeersdrempel om een relevant feit. Dit gevoegd bij het feit dat uitdrukkelijk is vermeld dat volgens de gemeente een aanhouding aanstaande is, maar dat de politie desgevraagd a) niet verwacht dat de door haar gehoorde man de stenengooier zal blijken te zijn en b) die man niet als verdachte beschouwt, kan niet worden geoordeeld dat sprake is van berichtgeving waarin de privacy van klager zonder noodzaak is aangetast.

De volledige naam van klager is pas gepubliceerd, nadat klager in de gemeenteraad was opgetreden. Daarmee heeft klager zelf de publiciteit gezocht. Hij kan verweerders niet verwijten dat zij hierover hebben bericht. Verweerders hebben bovendien in het desbetreffende artikel vermeld dat klager volgens de burgemeester geen blaam treft.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Limburgs Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 maart 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, A. Herstel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2003-18