2003/16 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting El Tawheed en M. El Shershaby

tegen

de hoofdredacteur van NOVA (NPS/VARA Televisie)

Bij brief van 25 oktober 2002 heeft mr. A.H. Westendorp namens Stichting El Tawheed, gevestigd te Amsterdam en M. El Shershaby, wonende te Amsterdam (klagers), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NOVA (verweerder). In een brief van 18 november 2002 met twee bijlagen, heeft P. ter Horst namens verweerder op de klacht gereageerd. Het verweer is aangevuld bij brief van 20 november 2002 met vier bijlagen, waaronder een videoband met de gewraakte uitzendingen. Klagers hebben nader gereageerd bij brief van 10 december 2002 van mr. Westendorp.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 januari 2003. Namens klagers waren aanwezig El Shershaby en Zaari, bestuursleden van de stichting, alsmede mr. Westendorp. Verweerder was niet aanwezig.

DE FEITEN

In de uitzendingen van NOVA van 13, 14 en 15 juni 2002 is aandacht besteed aan preken uitgesproken in Nederlandse moskeeën. Daarbij zijn preekfragmenten uitgezonden, die door verweerder zijn opgenomen in verschillende Nederlandse moskeeën, waaronder de moskee die door de stichting El Tawheed wordt beheerd.

De teneur van de uitzendingen is dat in Nederland een groep imams antiwesterse retoriek gebruikt en verkondigt dat niet de democratische wetten, maar alleen de islamitische wetten gelden. Dit is expliciet gesteld met betrekking tot imams van het Comité voor Ahl Soennah, in het bijzonder imam Fawaz uit Den Haag. Verweerder heeft daarbij een aantal malen benadrukt dat het hier gaat om radicale imams van enkele moskeeën, die niet representatief zijn voor moslims in Nederland.

Verweerder heeft in de uitzendingen drie preekfragmenten uit de moskee El Tawheed gebruikt, afkomstig uit vrijdaggebeden uitgesproken in april en mei 2002. Verweerder heeft opnamen van de desbetreffende preken gemaakt zonder daarover in contact te treden met het bestuur.

Uitgezonden preekfragmenten van de El Tawheed moskee bevatten onder meer de volgende teksten:
Allah reken af met uw vijanden en drijf ze uiteen. Laat de grond onder hun voeten beven. Zend uw onafwendbare toorn neer op die ongelovigen. Zend uw onafwendbare toorn neer op de criminelen. Zend uw onafwendbare toorn neer op de onderdrukkers. Maak van hun leven een hel zoals zij van het leven van de moslims een hel hebben gemaakt. (…) Allah wijs de weg aan onze broeders want ze weten niet wat goed voor hun is. Allah, wees hun herder en hun beschermer en reken af met uw vijanden, de vijanden van uw godsdienst. Allah, drijf ze uiteen. Laat ze de wonderen van uw macht voelen. Allah, vergeef ons onze zonden. Breng onze moslim broeders overal bij elkaar.
en
De geleerden zeiden het volgende over de kuisheid: het is de plicht van de vrouw om haar man te gehoorzamen in deze, al heeft ze geen zin in hem. De enige uitzondering is wanneer ze net bevallen is of ongesteld is. Dan kan de man niet aan de vrouw komen. (…)
en
In de islamitische landen zien we de laatste tijd een aanval op de islamitische strafwetten. Die wetten zijn doelwit geworden van een agressieve aanval van de kant van de vijanden van de islam en hun volgelingen binnen de islamitische landen. Ze gebruiken in hun campagne allerlei leuzen zoals de vrijheid, de menselijkheid en nog meer andere leuzen die een schijn van barmhartigheid hebben maar eigenlijk ellende, onzedelijkheid en vernietiging verhullen. In naam van de vrijheid hebben de vrouwen voor de obsceniteit gekozen. In naam van de vrijheid ook blijft niets meer heilig. (…)
Van tijd tot tijd horen we sommigen die beweren dat het stenigen, de vergeldingswetten en andere straffen die ik straks ga citeren strijdig zijn met de vrijheid van de mens, de zogenaamde vrijheid, menselijkheid en andere slogans waarin sommige moslims zijn gaan geloven vanwege hun onwetendheid.
Stenigen is de straf voor overspel, de vergeldingsstraf is de straf voor wie groot onrecht en verderf op de aarde zaait. Deze straffen zijn door Allah bepaald en door zijn profeet bevestigd. Welk recht hebben nu de moslims om die straffen te verwerpen? Hoe kunnen ze onderdelen van de godsdienst verwerpen terwijl die boven hun macht zijn? Hoe is dat te verklaren? De verklaring is dat de moslims in een staat van onwetendheid verkeren. (…)

Bij twee preken uit de El Tawheed moskee is ten onrechte gesteld dat deze afkomstig waren van de voorzitter van de stichting, El Shershaby. Deze preken zijn uitgesproken door een andere imam van de stichting. Verweerder heeft deze onjuistheid op eigen initiatief gerectificeerd op 15 juni 2002. De rectificatie is op verzoek van de stichting herhaald in de uitzending van 1 juli 2002, zowel in beeld alsook voorgelezen door de presentator.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat zij uitsluitend de islam verkondigen, zonder daaraan politieke standpunten te verbinden. De preekfragmenten van de Stichting El Tawheed zijn volgens klagers van strikt religieuze aard en zijn niet tegen de Nederlandse samenleving en het Westen gericht. Door preekfragmenten te gebruiken, heeft verweerder de teksten uit hun verband gelicht. Voorts worden, door het koppelen van smeekbedes van Stichting El Tawheed aan andere uitgezonden smeekbedes, de imams van El Tawheed over één kam geschoren met collega-imams en wordt ten onrechte de indruk gewekt dat zij radicale moslims zijn. Voorts stellen klagers dat verweerder voor het uitzenden van de vrijdagpreken en het maken van geluidsopnamen in hun moskee – conform het huishoudelijk reglement van de moskee - toestemming had moeten vragen en tevens dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Verweerder heeft volgens klagers nimmer contact met hen opgenomen.
El Shershaby klaagt zelfstandig nog over het feit dat ten onrechte een preek waarin wordt gesproken over het stenigen van vrouwen, aan hem is toegeschreven. Daarbij is niet alleen zijn naam genoemd, maar is een beschrijving van hem gegeven: “Deze Egyptenaar woont al jaren in Nederland. Hij is voorzitter van de moskee El Tawheed in Amsterdam en voorzitter van de Asidieq school.”. De rectificatie van 1 juli 2002 is voor El Shershaby onvoldoende, nu weliswaar is aangegeven dat de preekfragmenten niet aan hem moeten worden toegeschreven, maar nagelaten is het van hem geschetste beeld, dat hij zich zou keren tegen de Nederlandse samenleving en tegen het Westen, te corrigeren.

Verweerder stelt de bedoeling te hebben gehad inzicht te krijgen in de preken van imams verbonden aan onder andere de stichting El Tawheed. Deze stichting was eerder al in het nieuws geweest vanwege uitlatingen van haar voorzitter El Shershaby, die toen tot commotie hebben geleid. Gezien de waarheidsvinding en het maatschappelijk belang heeft verweerder ervoor gekozen de besturen van de moskeeën niet in te lichten over het maken van de geluidsopnamen. Wel heeft hij zich bewust beperkt tot het maken van geluidsopnamen, zodat de persoonlijke levenssfeer in de moskeeën niet werd aangetast. Verweerder stelt te hebben getracht het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen. Op de dag van uitzending en de dag daarvoor heeft hij gebeld met de stichting El Tawheed. Daar wilde niemand hem te woord staan, ook niet toen met behulp van een tolk werd gevraagd naar El Shershaby. Een collega-imam uit Den Haag heeft wel gebruik gemaakt van de door verweerder geboden mogelijkheid in de uitzending te reageren.
Verweerder stelt dat hij in de uitzending heeft laten horen dat de imams van El Tawheed voorstander zijn van de islamitische wetgeving, dat zij zich verzetten tegen de normen en waarden van de Nederlandse samenleving en antiwesterse retoriek gebruiken. Volgens verweerder was er voldoende aanleiding de El Tawheed moskee in de uitzendingen te betrekken. De opmerkingen over ‘een stichting met antiwesterse opvattingen, waarin zich een groep radicale imams heeft georganiseerd’, hebben echter betrekking op het Comité voor Ahl Soennah, een comité waarvan El Shershaby bestuurslid is.
Ten aanzien van de klacht van El Shershaby zelf stelt verweerder dat de rectificatie van 1 juli 2002 voldoende is geweest. Bovendien heeft verweerder in de uitzending mede over El Shershaby gesproken in zijn hoedanigheid van voorzitter van de stichting El Tawheed, met de daaraan verbonden verantwoordelijkheden voor wat in zijn moskee wordt gezegd, en als bestuurslid van het Comité voor Ahl Soennah.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de lijn van eerdere uitspraken stelt de Raad voorop dat een journalist met ‘open vizier’ te werk behoort te gaan, dat wil zeggen zijn hoedanigheid vooraf bekend moet maken. Slechts indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden kan rechtvaardiging bestaan voor het niet naleven van deze regel. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn gelegen in het maatschappelijk belang, dat met een publicatie wordt gediend. Dit belang betreft niet alleen het aan de kaak stellen van misstanden, teneinde te bewerkstelligen dat zij onderzocht worden, maar tevens het informeren van het publiek over feiten en bijzonderheden die de ernst van een situatie scherper naar voren doen komen en die zonder de gevolgde werkwijze niet aan het licht gebracht zouden kunnen worden (vgl. onder meer: RvdJ 2001/37, 2000/5 en 2000/15).

In deze zaak is sprake van dergelijke bijzondere omstandigheden. De gewraakte geluidsopnamen werden gemaakt teneinde het publiek te informeren over de inhoud van preken van imams in bepaalde moskeeën in Nederland. Daarmee werd een maatschappelijk belang, gelegen in het kennisnemen van onder moslims in Nederland levende althans verkondigde opvattingen, gediend. Voldoende aannemelijk is dat, wanneer verweerder vooraf toestemming zou hebben gevraagd voor het maken van opnamen, hetzij die toestemming niet zou zijn verleend, hetzij de thans opgenomen en uitgezonden, naar Nederlandse maatstaven controversiële en radicale teksten destijds niet, althans niet in dezelfde vorm zouden zijn uitgesproken. Op grond van dit alles is verweerder met de door hem toegepaste wijze van informatievergaring niet over de schreef gegaan.

Verweerder heeft ervoor gekozen preekfragmenten van verschillende imams uit verschillende moskeeën te laten horen en van deskundig commentaar te doen voorzien. Daarmee werd het risico geschapen dat bij minder oplettende kijkers de indruk zou kunnen ontstaan dat die imams zonder meer elkaars standpunten deelden, en dat bijvoorbeeld ook in de moskee van El Tawheed radicale teksten als “Laat de Amerikaanse en zionistische belangen maar naar de hel gaan” werden uitgesproken of onderschreven. Naar het oordeel van de Raad kan echter niet gezegd worden dat verweerder, gegeven de gekozen opzet van de uitzendingen, onvoldoende maatregelen heeft genomen teneinde die indruk zo veel mogelijk te vermijden. Ook de klacht dat de imams van El Tawheed in de uitzendingen te zeer over één kam zouden zijn geschoren met andere, in de uitzendingen als radicaal aangemerkte imams is derhalve ongegrond. Het standpunt van klagers dat het bij de smeekbedes van El Tawheed, anders dan bij uitlatingen van radicale imams het geval is, slechts gaat om teksten van strikt religieuze aard, wordt verworpen. Zo valt bijvoorbeeld niet in te zien wat het religieuze karakter zou zijn van een uitlating als “Ze (bedoeld zijn de vijanden van de islam die zich keren tegen de islamitische strafwetten) gebruiken in hun campagne allerlei leuzen, zoals de vrijheid, de menselijkheid en nog meer andere leuzen die een schijn van barmhartigheid hebben, maar eigenlijk ellende, onzedelijkheid en vernietiging verhullen.

Volgens klagers zou verweerder de uitgezonden teksten uit hun verband hebben gelicht, maar klagers hebben nagelaten toe te lichten waaruit dat blijkt. Ook dit onderdeel van de klacht moet daarom worden verworpen.

De vraag of verweerder, zoals deze stelt maar klagers ontkennen, voorafgaand aan de uitzendingen contact met klagers heeft gezocht met de bedoeling hun reactie te vernemen, kan onbeantwoord blijven. Vaststaat dat de teksten waarom het hier gaat in de moskee van El Tawheed zijn uitgesproken. Klagers hebben weliswaar aangevoerd dat verweerder een en ander uit zijn verband zou hebben gelicht, maar daarvan is, zoals reeds opgemerkt, niets gebleken. Het gaat hier dus om het geval dat teksten waarvan niet wordt betwist dat zij zijn uitgesproken en waarvan moet worden aangenomen dat zij niet uit hun verband zijn gelicht, worden uitgezonden voorzien van kritisch deskundig commentaar. In een dergelijk geval is niet vereist dat de journalist degene van wie die teksten afkomstig zijn in de gelegenheid stelt op dat commentaar te reageren alvorens tot publicatie over te gaan. Om deze reden wordt de klacht, dat verweerder ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast, verworpen.

De klacht van El Shershaby zelf is eveneens ongegrond. Met de op 15 juni en 1 juli 2002 uitgezonden rectificaties heeft verweerder de onjuiste toeschrijving van het in de klacht bedoelde preekfragment op toereikende wijze rechtgezet.

BESLISSING

De klachten zijn ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van NOVA.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 maart 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, A. Herstel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2003-16