2002/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.P. van Corstanje

tegen

1. de hoofdredacteur van Zembla (NPS/VARA)
2. de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad
3. de hoofdredacteur van Omroep Brabant

Bij brief van 16 juli 2001 met drie bijlagen heeft C.P. van Corstanje te Tilburg (klager) een klacht inge-diend tegen de hoofdredacteuren van Zembla, het Brabants Dagblad en Omroep Brabant (verweerders). Hierop heeft L. Donders, waarnemend hoofdredacteur van Omroep Brabant, gereageerd bij brief van 8 oktober 2001 met twee bijlagen. Mr. L.W.M. Brummelhuis, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 9 oktober 2001 met negen bijlagen. En in een schrijven van 15 oktober 2001 met zeven bijlagen heeft T. van Brussel, programmadirecteur van de VARA, gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 december 2001. Klager is daar verschenen en aan de zijde van verweerders zijn verschenen D.J. Roeleven en E.R. Lansdorp, programmamakers bij de VARA, M. Bartelsman, adjunct-eindredacteur bij de VARA, en voornoemde Brummelhuis. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een video-opname van de gewraakte Zembla-uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 7 juni 2001 is een aflevering van Zembla uitgezonden met de titel “Leefbaar Nederland?” over ‘de vraagtekens rond Leefbaar Nederland’ (hierna: de Zembla-uitzending). In de Zembla-uitzending komt de volgende, door een voice-over gesproken, passage voor:
“Leefbaar Nederland blijkt aantrekkelijk voor mensen met extreemrechtse sympathieën en de screening is niet waterdicht. Want komend weekeinde staat op de kandidatenlijst voor het partijbestuur een man die in 1990 nog lijsttrekker was voor de Centrum Democraten. In de brochure van Leefbaar Nederland staat dat hij geen politiek verleden heeft.”
Tegelijkertijd met deze woorden worden achtereenvolgens in beeld gebracht:
- een pagina uit de brochure van Leefbaar Nederland van mei 2001 met de verkiezingslijst voor het partijbestuur met daarop de naam van klager;
- een pagina uit die brochure met een foto en gegevens van klager;
- een stuk betrekking hebbend op de Centrum Democraten met daarop de naam van klager;
- een uitvergroting van de hiervoor bedoelde pagina met gegevens van klager met uitgelicht de woorden “Politiek verleden: geen”.
Vervolgens is op 8 juni 2001 in het Brabant Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Na onthullingen in tv-programma Zembla – Oud-Tilburgs CD-lid uit Leefbaar Nederland gegooid”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De voormalig lijsttrekker van de Centrum Democraten (CD) in Tilburg, C. van Corstanje, is gisteren met onmiddellijke ingang geschorst als kandidaat-bestuurslid van de nieuwe politieke partij Leefbaar Nederland.”;
“Het tv-programma Zembla onthulde gisteravond de achtergronden van Van Corstanje, die in 1990 een vergeefse poging deed om in de Tilburgse gemeenteraad te komen.”;
“Van Corstanje schreef in april van dit jaar aan Leefbaar Nederland, dat hij zich kandidaat wilde stellen voor het bestuur. Hij voegde eraan toe ‘geen politiek verleden’ te hebben.” en
“Oud-CD-lijsttrekker Van Corstanje was gisteravond niet bereikbaar voor commentaar.”

In een radio-uitzending van 7 juni 2001 heeft Omroep Brabant aandacht aan de kwestie besteed als volgt:
“De nieuwe politieke partij Leefbaar Nederland heeft vandaag kandidaat-bestuurslid Van Corstanje met onmiddellijke ingang geschorst. Volgens het tv-programma Zembla is hij de voormalige lijsttrekker van de Centrum Democraten in Tilburg. (...) Van Corstanje schreef in april van dit jaar aan Leefbaar Nederland, dat hij zich kandidaat wilde stellen voor het bestuur en voegde eraan toe ,,geen politiek verleden” te hebben. Van Corstanje stond in 1990 boven aan de lijst van de CD bij de verkiezingen in Tilburg, maar hij nam geen zitting in de gemeenteraad.”
Een vervolgbericht, uitgezonden op 8 juni 2001, luidt:
“Het oud-Tilburgs CD-lid Van Corstanje houdt zich schuil na de commotie die over hem is ontstaan. Van Corstanje is gisteren geschorst als kandidaat-bestuurslid van de nieuwe landelijke politieke partij Leefbaar Nederland. Hij had zijn extreemrechtse politieke verleden verzwegen. (...) Van Corstanje stapte in 1990 op bij de Centrum Democraten in Tilburg na een aantal bedreigingen aan zijn adres. In de partij in Tilburg was destijds onenigheid ontstaan omdat sommige partijleden beweerden dat ze onder valse voorwendselen getekend hadden als kandidaat voor de CD.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij twaalf jaar geleden kortstondig lid is geweest van de Centrum Democraten, maar dat hij nooit het gedachtegoed van die partij heeft gedeeld. Door een administratieve fout is hij op een verkiezingslijst gezet en hij heeft vervolgens zeer spoedig met die partij gebroken, aldus klager. Hij benadrukt dat hij nooit racistische uitspraken heeft gedaan, joodse familieleden heeft, en dat hij een zeer goede samenwerking en verstandhouding heeft met vertegenwoordigers van diverse migrantengroeperingen. Ter zitting voegt klager hieraan toe dat hij niet de rest van zijn leven geconfronteerd wil worden met het feit dat hij ooit op de kieslijst van de CD heeft gestaan. Hij erkent dat tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 wel op hem gestemd kon worden.
Wat betreft de Zembla-uitzending stelt klager dat hij daarvan niet vooraf op de hoogte is gesteld en daarin ten onrechte is afgebeeld als een persoon met een extreemrechts gedachtegoed. Het heeft hem geschokt dat hij na twaalf jaar nog in verband is gebracht met de CD. Hetzelfde geldt voor de publicatie in het Brabants Dagblad, dat bovendien een twaalf jaar oude foto van hem heeft geplaatst en racistische uitspraken aan hem heeft toegeschreven die hij nooit heeft gedaan. Klager wijst erop dat ook de artikelen in het Brabants Dagblad van twaalf jaar geleden op onwaarheden berustten.
Door de Zembla-uitzending, het gewraakte artikel in het Brabants Dagblad en de berichten van Omroep Brabant, waarin de kwestie aan de orde is geweest, is klager ernstig in zijn goede eer en naam aangetast. Ten gevolge van die berichtgeving kan hij zich bovendien niet langer verkiesbaar stellen voor Leefbaar Nederland.

Verweerder sub 1. stelt voorop dat de Zembla-uitzending was gewijd aan de politieke partij Leefbaar Nederland, haar kopstukken en de lokale bewegingen, die aan de wieg hebben gestaan van de landelijke partij. In het programma is aandacht besteed aan het feit dat mensen die in het verleden blijk hebben gegeven te sympathiseren met extreem rechts zich tot Leefbaar Nederland aangetrokken voelen. Eerder dit jaar was in het nieuws geweest dat de partij mensen, die lid waren geweest van extreemrechtse organisaties, geweigerd had. In die context moet de berichtgeving over klager worden bezien. Tijdens het onderzoek voor de Zembla-uitzending bleek dat klager in 1990 lijsttrekker was geweest van de CD. Zijn naam stond vermeld op de kieslijst en in die hoedanigheid is hij destijds geïnterviewd door het Brabants Dagblad. Dit gegeven is bovendien gecheckt bij de voorzitter van de kiesraad. In de brochure ‘Leesbaar Nederland’, waarin alle kandidaat-bestuursleden van Leefbaar Nederland zich voorstelden, stond echter vermeld dat klager geen politiek verleden had. Deze niet met elkaar te verenigen feiten zijn op in de Zembla-uitzending naast elkaar gelegd. De stukken waarop een beroep is gedaan zijn openbaar te verkrijgen. Het item over klager duurde niet langer dan twee minuten en van enige uitlating dat hij racistische uitspraken zou hebben gedaan is geen sprake. Aldus zijn objectief waarneembare feiten, die relevant waren voor de context – te weten het ter discussie stellen van het beoordelingsvermogen van Leefbaar Nederland aangaande haar (bestuurs)leden - op neutrale wijze gepresenteerd.

Volgens verweerder sub 2. bevat het artikel van 8 juni 2001 een feitelijke weergave van het feit dat klager was geschorst als kandidaat-bestuurslid van Leefbaar Nederland en van klagers belevenissen in Tilburg bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990. Overigens was ook in het verleden de berichtgeving over klager van feitelijke aard, waarbij verweerder wijst op de laatste alinea van het op 12 maart 1990 in het Brabants Dagblad gepubliceerde artikel:
“Van Corstanje beweert desgevraagd niet van een oneigenlijke ledenwerving op de hoogte te zijn en bestrijdt de opmerking van zijn collega R. Hutten (14e op de lijst) dat hij ,,erin geluisd is.””

Ter zake van het radiobericht van 7 juni 2001 stelt verweerder sub 3. dat daarin is gemeld wat in de Zembla-uitzending naar voren was gebracht. De vermelding over klagers plaats op de verkiezingslijst en de mededeling dat hij geen zitting had genomen in de gemeenteraad zijn feitelijk juist. Naar aanleiding van de Zembla-uitzending heeft een van de redacteuren van Omroep Brabant contact gezocht met klager om hem de gelegenheid te geven te reageren. Aangezien klager niet bereikbaar was, is aan zijn partner gevraagd of klager contact wilde opnemen. Klagers partner zou het verzoek doorgeven, maar deelde tegelijkertijd mee dat klager ‘zich schuil hield’. Verschillende pogingen om klager later alsnog te bereiken waren tevergeefs. Een en ander is bericht in de radio-uitzending van 8 juni 2001, waarin tevens werd meegedeeld dat destijds in de CD in Tilburg onenigheid was ontstaan over plaatsing op de kieslijst, hetgeen eveneens feitelijk juist is. Verweerder sub 3. concludeert dat hij zich in de berichtgeving aan de feiten heeft gehouden en alles in het werk heeft gesteld om klager te laten reageren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat klager, door zijn kandidaatstelling als bestuurslid voor de landelijke politieke partij Leefbaar Nederland, in het voorjaar van 2001 een ‘publieke figuur’ is geworden. Hoewel mogelijk pijnlijk voor klager, diende hij zich daardoor een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen (vgl. Van Hemert tegen Pruim e.a., RvdJ 2001/08). Een onderzoek naar de antecedenten van iemand die zich voor een (bestuurs)functie van een politieke partij beschikbaar heeft gesteld, is journalistiek gebruikelijk en maatschappelijk relevant, en valt – bijzondere omstandigheden daargelaten - onder de hiervoor bedoelde te aanvaarden aantasting van de privacy.
Daarbij komt dat klager niet heeft weersproken dat hij bij zijn kandidaatstelling heeft meegedeeld dat hij ‘geen politiek verleden’ had, terwijl vaststaat dat hij in 1990 op de kieslijst van de Centrum Democraten in Tilburg heeft gestaan. Klager heeft in dat verband gesteld dat sprake was van een administratieve fout. Ter zitting heeft hij echter toegegeven dat zijn plaatsing op de kieslijst (mede) een gevolg was van zijn eigen handelwijze. Bovendien heeft hij erkend dat hij feitelijk verkiesbaar was ten tijde van de gemeenteraadsverkiezingen in dat jaar. Voorts staat vast dat het Brabants Dagblad destijds over klager, in zijn hoedanigheid van CD-lijsttrekker, heeft bericht en dat klager tegen die berichtgeving nooit eerder heeft geprotesteerd.
Verweerder sub 1. heeft zich in de gewraakte Zembla-uitzending zowel gebaseerd op de berichtgeving van het Brabants Dagblad in 1990 als op andere openbare bronnen. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat aan de Zembla-uitzending een ondeugdelijk onderzoek ten grondslag ligt.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat met de Zembla-uitzending geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad is voorts van oordeel dat de berichtgeving door het Brabants Dagblad en Omroep Brabant een feitelijke weergave bevat van de Zembla-uitzending en gebeurtenissen uit klagers politieke verleden. Ook deze berichtgeving is derhalve niet journalistiek onzorgvuldig. Dat in het Brabants Dagblad een archieffoto van klager is geplaatst is evenmin ontoelaatbaar.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in uitzendingen van Zembla en Omroep Brabant respectievelijk deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 februari 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-07