2002/66 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de gemeente Utrecht en mevrouw ing. M.A. van den Bergh

tegen

J. Mentens en de hoofdredacteur van ‘1opdeMiddag’ (AVRO, Radio 1)

Bij brief van 26 juli 2002 met zes bijlagen, waaronder een transcriptie van de gewraakte uitzending, heeft mr. J.H. van der Velden, advocaat te Utrecht, namens de gemeente Utrecht en wethouder mevrouw ing. M.A. van den Bergh (klagers) een klacht ingediend tegen J. Mentens en de hoofdredacteur van het AVRO-radioprogramma ‘1opdeMiddag’ (verweerders). Hierop heeft voornoemde Mentens, eindredacteur, gereageerd bij brief van 10 september 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 oktober 2002. Aan de zijde van klagers zijn wethouder Van den Bergh en mr. Van der Velden verschenen. Namens verweerders zijn Mentens, L. de Bruin (redacteur) en C. Bosch (verslaggever) verschenen. Mr. Van der Velden heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 20 februari 2002 heeft de AVRO een aflevering van het radioprogramma ‘1opdeMiddag’ uitgezonden, waarin aandacht wordt besteed aan bouwplannen voor een parkeergarage in het centrum van Utrecht (hierna: de uitzending). In de uitzending komen - naast wethouder Van den Bergh – mevrouw Blom van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, en personen van de Vereniging Oud-Utrecht, Leefbaar Utrecht en Groen Links aan het woord. De uitzending wordt ingeleid als volgt:
De Utrechtse wethouder van Verkeer en Vervoer, Yet van den Bergh, heeft de gemeenteraad niet volledig ingelicht over de bouwplannen voor een parkeergarage in het centrum van Utrecht. Van den Bergh wil een 5 lagen diepe garage bouwen voor 350 auto’s onder het Lucas Bolwerk. (…) Hoewel er nog geen officieel bouwplan ligt ging de Raad onlangs akkoord met het bouwen onder het Lucas Bolwerk. Zij waren in de veronderstelling dat de Rijksdienst voor Monumentenzorg daarmee instemt maar niks is minder waar; Monumentenzorg kent het plan niet.

Diezelfde dag heeft de AVRO een persbericht doen uitgaan onder de kop “Wethouder Leefbaar Utrecht misleidt Raad”. De intro van dit bericht luidt:
De Utrechtse wethouder Yet van den Bergh van Verkeer en Vervoer heeft de gemeenteraad onjuist ingelicht over de bouwplannen van een parkeergarage in de binnenstad. Verschillende raadsleden voelen zich door haar ‘op het verkeerde been gezet.’ Dit blijkt uit een reportage van het AVRO radioprogamma 1opdeMiddag.

Op 21 februari 2002 heeft de AVRO nog een persbericht verspreid onder de kop “AVRO ontkent met klem beschuldiging gemeente Utrecht misleiding pers”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat er in de uitzending ten onrechte van wordt uitgegaan dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg niet is geïnformeerd over het plan om de te bouwen parkeergarage uit vijf in plaats van twee lagen te laten bestaan, en dat Van den Bergh in strijd met de waarheid tijdens de raadsvergadering van 7 februari 2002 heeft gesuggereerd dat de Rijksdienst wél op de hoogte was van dat plan. Aldus is in de uitzending ten onrechte als vaststaand feit aangenomen dat Van den Bergh de gemeenteraad van de gemeente Utrecht heeft misleid.
Klagers stellen voorts dat verweerders hadden kunnen weten dat de beschuldiging aan het adres van Van den Bergh ongegrond is. Op 18 februari 2002 heeft redacteur De Bruin contact opgenomen met de voorlichter van Van den Bergh, de heer K. van Tankeren. In dat gesprek heeft Van Tankeren erop gewezen dat in een publicatie in ‘Ons Utrecht’ van 13 februari 2002 een vergelijkbaar onterecht verwijt aan het adres van de wethouder is gemaakt en dat zij dit verwijt in ‘Ons Utrecht’ van 20 februari 2002 zou weerleggen. Verder bood Van Tankeren aan om notulen te sturen van de vergadering van de gemeentelijke Dienst Monumentenzorg en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van 17 januari 2002, waaruit blijkt dat de Rijksdienst wel degelijk was geïnformeerd over het voornemen een parkeergarage met vijf lagen te bouwen. In die notulen staat onder het kopje ‘Lucas Bolwerk’ uitdrukkelijk vermeld: “Het is de bedoeling dat hier een parkeergarage komt van 5 lagen onder de grond.” Blijkens de notulen was mevrouw Blom namens de Rijksdienst bij die vergadering van 17 januari 2002 aanwezig en heeft zij over de kwestie ook een opmerking gemaakt. De Bruin heeft het aanbod tot toezending van de notulen echter als niet relevant van de hand gewezen.
Naar de mening van klagers zijn aldus voor de wethouder ontlastende bewijzen bewust niet in de uitzending betrokken. Verweerders hebben bovendien een groot aantal inhoudelijke reacties van Van den Bergh niet in de uitzending opgenomen. Zo is onder meer niet uitgezonden haar mededeling dat zij de gemeenteraad niet heeft meegedeeld dat de Rijksdienst definitief met het plan had ingestemd, maar dat zij enkel inschatte dat de locatie onder het Lucas Bolwerk meer kans van slagen zou hebben dan de locatie Janskerkhof. Voorts zijn gesprekken met de geïnterviewden verknipt tot een soort ronde-tafeldiscussie, waarbij de gestelde vragen aan onder meer wethouder Van den Bergh en mevrouw Blom grotendeels zijn weggelaten. Hierdoor ontstaat bij de luisteraar de volledig onjuiste indruk dat de geïnterviewden over en weer op elkaar reageren en dat dus ook Van den Bergh in de gelegenheid is gesteld een weerwoord te geven, hetgeen niet het geval is. Weliswaar heeft de redactie nog contact gehad met een gemeenteraadslid van Leefbaar Utrecht, maar de reactie van het raadslid kan niet als een wederhoor namens burgemeester en wethouders door de behandelend wethouder worden aangemerkt. Klagers concluderen dat verweerders het beginsel van hoor en wederhoor niet naar behoren hebben toegepast.
Verder wijzen zij erop dat ook uit de inmiddels vastgestelde notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 7 februari 2002 blijkt, dat wethouder Van den Bergh de gemeenteraad niet verkeerd heeft geïnformeerd. Uit die raadsnotulen wordt duidelijk dat Van den Bergh absoluut niet heeft gesteld of gesuggereerd dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg akkoord zou zijn gegaan met de realisatie van een parkeergarage onder het Lucas Bolwerk. Overigens ging het in de gemeenteraadsvergadering niet om instemming van de gemeenteraad met het bouwplan, maar om een besluit over een nog nader uit te voeren aanvullend haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid van een grotere garage op deze locatie. Ten onrechte heeft de interviewer tijdens de uitzending gesuggereerd dat de notulen van de raadsvergadering op dat moment al beschikbaar waren en dat hij daaruit citeert. Deze notulen waren ten tijde van de uitzending nog niet uitgewerkt. De door de interviewer gestelde inhoud van de notulen staat haaks op die van de uitgewerkte notulen.
Volgens klagers worden hun standpunten bovendien ondersteund door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. In een brief van 6 juni 2002 schrijft de Rijksdienst onder meer: “dat de AVRO onder meer de inhoudelijke conclusie construeert dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg “de onbekendheid bij Monumentenzorg van een plan om een garage te bouwen onder het Lucas Bolwerk van vijf parkeerlagen in plaats van twee lagen”, zou hebben bevestigd.” Verwijzend naar de notulen van het overleg van 17 januari 2002 stelt de Rijksdienst in haar brief dat die conclusie onjuist is. Uit de brief van de Rijksdienst blijkt tevens dat door de gemeente volledig de juiste procedure is gevolgd en dat dit door de Rijksdienst wordt ondersteund. Tijdens de uitzending was al een bespreking gepland voor 7 maart 2002 voor nader overleg omtrent het aangepaste plan. In haar brief schrijft de Rijksdienst hierover: “Anders dan (…) door de interviewer gesteld, was dit een regulier inhoudelijk overleg over de uitwerking van het plan. Ten onrechte stelt de interviewer dat dit overleg niet over de inhoud maar over de commotie zou gaan inzake de geringe mate van geïnformeerd zijn van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
De onzorgvuldige berichtgeving in de uitzending is, aldus klagers, versterkt door het persbericht van 20 februari 2002. Daarin staat als feitelijke constatering dat wethouder Van den Bergh de gemeenteraad onjuist heeft ingelicht over de bouwplannen van de parkeergarage. Na een reactie van de gemeente heeft de AVRO bovendien in haar persbericht van 21 februari 2002 haar beschuldiging gehandhaafd.
Samenvattend stellen klagers dat verweerders onjuiste en suggestieve conclusies hebben geconstrueerd en uitgezonden. Verweerders hebben onvoldoende gestreefd naar waarheidsvinding en ontlastende informatie genegeerd. Bovendien is Van den Bergh een inhoudelijk weerwoord onthouden, althans is dit niet uitgezonden. Verweerders hebben vervolgens de aantoonbaar onjuiste conclusies in persberichten benadrukt en geweigerd een rectificatie uit te zenden. Klagers concluderen dat verweerders aldus op een ernstige wijze journalistieke normen hebben overschreden, ten gevolge waarvan klagers in hun eer en goede naam zijn aangetast.

Verweerders schetsen allereerst de wijze van totstandkoming van de uitzending. De redactie was in eerste instantie van plan een item te maken over de bestuurlijke afweging van economische en monumentale belangen. De redactie heeft daartoe op 18 februari 2002 contact opgenomen met de woordvoerder van de gemeente Utrecht, de heer Van Tankeren, en hem verzocht een gesprek met wethouder Van den Bergh te arrangeren. Tegelijkertijd legde de redactie contacten voor gesprekken met andere relevante organisaties, waaronder de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De redactie sprak vervolgens met mevrouw Blom, die bij de Rijksdienst het dossier inzake de parkeergarage onder het Lucas Bolwerk beheerde. Uit dit gesprek werd duidelijk dat de Rijksdienst niet op de hoogte was van het plan om een parkeergarage van vijf in plaats van twee parkeerlagen te bouwen, zulks in weerwil van een eerdere mededeling van Van Tankeren dat dat wel het geval was. In het daarop volgende interview met wethouder Van den Bergh, op 19 februari 2002, heeft de redactie de wethouder geconfronteerd met de uitspraken van mevrouw Blom en haar in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Uit de gegeven reactie van Van den Bergh blijkt dat de door haar jegens de gemeenteraad geuite suggestie, dat het plan voor een parkeergarage met vijf lagen aan Monumentenzorg bekend was en afdoende met Monumentenzorg is besproken, onjuist en misleidend is. Aldus was de onbekendheid van de Rijksdienst met de plannen voor een parkeergarage van vijf lagen, althans het verzuim van de wethouder om de Rijksdienst tijdig en volledig te informeren, het hoofdonderwerp van de uitzending geworden. Ter onderbouwing heeft de redactie op 20 februari 2002 een telefonisch ‘rondje’ langs de betrokken wethouder en diverse raadsleden gemaakt. Van den Bergh was op dat moment niet bereid of in staat een reactie te geven, waarop de redactie werd doorverwezen naar de woordvoerster van en raadslid voor Leefbaar Utrecht, de partij waartoe Van den Bergh behoort.
Het beginsel van hoor en wederhoor is derhalve naar behoren toegepast, aldus verweerders. De in de uitzending gedane mededelingen van mevrouw Blom laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Niet valt in te zien dat verweerders een inhoudelijke conclusie zouden hebben ‘geconstrueerd’. Op grond van de mededelingen van mevrouw Blom is er geen andere conclusie mogelijk, dan zoals die in de uitzending is weergegeven. Dat mevrouw Blom c.q. de Rijksdienst inmiddels een genuanceerder standpunt zegt te hebben doet niet ter zake. Verweerders mochten en moesten afgaan op de mededelingen die hun ten tijde van de uitzending waren gedaan, en deze waren duidelijk: de Rijksdienst was niet op de hoogte van de substantiële uitbreiding van de plannen voor de parkeergarage van twee naar vijf lagen.
Met de verwijzing naar de notulen van het op 17 januari 2002 gehouden overleg, gaan klagers eraan voorbij dat de plansituatie rond het Lucas Bolwerk geen regulier agendapunt betrof maar een door mevrouw Blom ingebracht punt, omdat zij in de wandelgangen had vernomen dat sprake was van plannen voor een veel grotere parkeergarage. Uit de notulen blijkt voorts dat er op dat moment nog geen tekening bestond en dat de aanwezige van de gemeente Utrecht geen weet had van een totaalplan. Niettemin blijken de plannen voor een parkeergarage met vijf lagen op 7 februari 2002 aan de gemeenteraad te zijn voorgelegd als zijnde besproken met Monumentenzorg, hetgeen is bevestigd door meerdere raadsleden die hebben benadrukt dat Van den Bergh die suggestie sterk had gewekt.
Van journalistieke onzorgvuldigheid is derhalve geen sprake, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de uitzending wordt beweerd dat wethouder Van den Bergh de gemeenteraad van de gemeente Utrecht onjuist c.q. onvolledig heeft geïnformeerd over de bouwplannen voor de parkeergarage onder het Lucas Bolwerk in het centrum van Utrecht. Aldus bevat het artikel zeer ernstige beschuldigingen aan het adres van Van den Bergh.

Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van dergelijke ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zijn geuit door een geïnterviewde, maakt zulks niet anders (vgl. onder meer Jacobs tegen Eilanden, RvdJ 2002/32). Verweerders hadden de beschuldigingen derhalve niet mogen publiceren zonder Van den Bergh in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Uit de transcriptie van de uitzending kan niet worden opgemaakt dat de beschuldigingen expliciet aan Van den Bergh zijn voorgelegd. Verweerders hebben aangeboden de Raad in de gelegenheid te stellen het ruwe materiaal van de uitzending te beluisteren. De Raad heeft het aanbod van de hand gewezen, omdat verweerders daaraan de voorwaarde verbonden dat klagers niet van dit materiaal in kennis gesteld zouden worden. Derhalve is niet komen vast te staan dat verweerders Van den Bergh de mogelijkheid hebben geboden op de beschuldigingen te reageren. Aangezien de beschuldigingen betrekking hebben op Van den Bergh in de uitoefening van haar functie van wethouder, kan – anders dan verweerders betogen – niet worden geconcludeerd dat verweerders aan de hiervoor bedoelde verplichting hebben voldaan door een partijgenoot van Van den Bergh om commentaar te vragen.

Verweerders hebben naar voren gebracht dat zij in eerste instantie voornemens waren een uitzending te maken over de bestuurlijke afweging van economische en monumentale belangen, en dat voor dat onderwerp de notulen van het overleg tussen de gemeentelijke Dienst Monumentenzorg en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van 17 januari 2002 naar hun mening niet relevant waren. Volgens verweerders is de inhoud van de uitzending later gewijzigd, en kreeg de uitzending als hoofdonderwerp de onbekendheid van de Rijksdienst met de plannen voor een parkeergarage van vijf lagen, althans het verzuim van de wethouder om de Rijksdienst tijdig en volledig te informeren. Ter zitting is aan verweerders de vraag voorgelegd, waarom zij - toen de inhoud van de uitzending werd gewijzigd - niet alsnog de hiervoor bedoelde notulen bij klagers hebben opgevaagd. Daarop hebben verweerders geantwoord dat zij reeds op andere wijze van deze notulen hadden kennisgenomen.
In deze notulen is onder “Door Anita (Blom, Rijksdienst voor de Monumentenzorg) ingebrachte punten” vermeld:
Lucas Bolwerk – Het is de bedoeling, dat hier een parkeergarage komt van 5 lagen onder de grond. Er is nog geen tekening hiervan. De Raad heeft nog geen beslissing genomen. Anita vraagt of er een totaalplan is voor de stad. Dit is bij Mark (Stafleu, Gemeente Utrecht) niet bekend. Binnenkort krijgt Anita een afvaardiging van de Vereniging Oud Utrecht om hun bezwaren tegen deze garage kenbaar te maken.
Hieruit kan niet anders worden geconcludeerd dan dat mevrouw Blom c.q. de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in ieder geval op 17 januari 2002, en derhalve vóór de gemeenteraadsvergadering van 7 februari 2002, op de hoogte was van het plan om onder het Lucas Bolwerk een parkeergarage met vijf parkeerlagen te bouwen. Voorzover al juist zou zijn dat mevrouw Blom in een interview zou hebben meegedeeld dat de Rijksdienst níet van dat plan op de hoogte was, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, hadden verweerders - gelet op de inhoud van de notulen - niet mogen afgaan op de juistheid van een dergelijke mededeling. Ook een eventuele mededeling van mevrouw Blom, dat zij niet door Van den Bergh c.q. de gemeente over de plannen is geïnformeerd, maar in de wandelgangen over de plannen heeft vernomen – voorzover juist, hetgeen de Raad evenmin kan vaststellen – biedt onvoldoende grond voor de in de uitzending geuite, zeer ernstige, beschuldigingen.

Gelet op het bovenstaande, dat evenzeer geldt met betrekking tot de door verweerders verspreide persberichten, is de Raad van oordeel dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma ‘1opdeMiddag’.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, H. van Gessel en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-66