2002/65 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

L.C.M. van Hassel

tegen

P. Jansen en de hoofdredacteur van BN/DeStem

Bij brief van 23 juli 2002 met vijf bijlagen heeft L.C.M. van Hassel te Zundert (klaagster) een klacht ingediend tegen P. Jansen en de hoofdredacteur van BN/DeStem (verweerders). Hierop heeft A.J.A. Rooms, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord bij brief van 30 juli 2002. Klaagster heeft vervolgens haar klacht nader toegelicht in een schrijven van 12 augustus, waarop voornoemde Rooms ten slotte heeft gereageerd bij brief van 23 augustus 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 oktober 2002 in aanwezigheid van klaagster. Verweerders zijn daar niet verschenen

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klaagster desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 18 juli 2002 is in BN/DeStem een artikel verschenen onder de kop “Uitspraak RvS over Zundertse ‘puist’”. De intro van het artikel luidt:
L. van Hassel moet accepteren dat haar woning aan de Molenstraat 107 in Zundert in de toekomst mogelijk als een eenzame vooruitgeschoven puist in de geherprofileerde Molenstraat/Wernhoutseweg zal steken. De Raad van State heeft haar bezwaren tegen het bestemmingsplan ‘Bebouwde Kom Zundert/Wernhout’ verworpen.

Naar aanleiding van dit artikel heeft klaagster een ingezonden brief gestuurd. Deze brief is op 20 juli 2002 in BN/DeStem in de rubriek ‘Lezersbrieven’ geplaatst onder de kop “Schattig huisje”. Deze brief bevat onder meer de passages:
Ik heb mij gestoord aan de kop ‘Zundertse puist’ boven een artikel over de uitspraak van de Raad van State over de herprofilering van de Molenstraat/Wernhoutseweg in Zundert. Ook staan er onjuistheden in het artikel. De schrijver heeft een verkeerd adres vermeld.
en
Volgens het artikel heb ik tijdens de zitting gesproken over een eenzame vooruitgeschoven puist. Die uitspraak heb ik over mijn huis niet gedaan. Ik heb slechts gezegd dat indien de verlegde rooilijn zou worden doorgetrokken mijn huis ten opzichte van andere bebouwing naar voren zou komen te staan. De voorzitter van de afdeling rechtspraak heeft daar een goedgeaard grapje over gemaakt, wat in het artikel aan mij is toegeschreven.
Het slot van de brief luidt:
Veel mensen zouden graag zo’n schattig huisje willen bewonen op zo’n ideale plek.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij sinds 1995 procedures voert in verband met de bestemming van haar woonomgeving. Een aantal van die procedures heeft zij ook gewonnen. Bij de zitting van de Raad van State waarover het artikel gaat, was pers aanwezig. Tijdens die zitting heeft klaagster aan de leden van de Raad uitgelegd dat indien de voorgevelrooilijn naast haar woning naar achteren gelegd zou worden, haar huis ten opzichte van de toekomstig geplande bebouwing naar voren zou komen te staan. De voorzitter zag die rooilijn waarschijnlijk letterlijk voor zich als een hobbeltje in een lijn en maakte daarover een goed bedoeld grapje.
Doordat dit grapje is overgenomen in de kop van het artikel voelt klaagster zich vernederd en beledigd. Overigens heeft Jansen zijn artikel de kop “Groen licht voor herprofilering Molenstraat/Wernhoutseweg” gegeven, maar is die kop door de eindredactie van BN/DeStem gewijzigd, aldus klaagster. Zij vindt het bovendien kwetsend dat in het artikel staat dat zij zélf haar huis een ‘puist’ zou hebben genoemd. Verder bevat het artikel onjuistheden, zoals het adres van klaagsters broer in plaats van haar eigen adres. Over een en ander heeft zij na de publicatie contact gehad met Jansen en Rooms. Deze laatste deelde haar mee dat de kop naar zijn mening niet fout was en dat hij geen reden zag om het artikel te rectificeren. Vervolgens heeft klaagster, op voorstel van Rooms, een ingezonden brief gestuurd. Zij heeft daarover contact gehad met redacteur R. Kloeg, die de brief enigszins heeft aangepast en vóór plaatsing aan klaagster heeft gefaxt. Doordat klaagster die aangepaste brief snel moest beoordelen, zodat deze nog de volgende dag kon worden geplaatst, heeft zij niet opgemerkt dat er aan het eind twee foutjes in zijn geslopen.

De hoofdredacteur van BN/DeStem stelt dat de visie van Jansen in deze kwestie niet van belang is, omdat de verantwoordelijkheid voor plaatsing bij de hoofdredactie ligt. Verder stelt hij dat klaagster naar aanleiding van de publicatie diverse keren contact heeft gehad met verschillende redactieleden. Klaagster heeft daarbij duidelijk gemaakt dat er in het artikel een onjuist adres is vermeld en te kennen gegeven dat zij ongelukkig was met de woordkeuze ‘puist’. Aan klaagster is meegedeeld dat het onjuiste adres onmiddellijk gerectificeerd kon worden. Zij heeft dat aanbod afgeslagen, omdat dan opnieuw de aandacht daarop gevestigd zou worden. Verder is aan klaagster voorgesteld om in een lezersbrief haar ongenoegen over het gebruik van het woord ‘puist’ kenbaar te maken. Van die mogelijkheid heeft klaagster gebruik gemaakt, waarbij haar zelfs assistentie is verleend door een redacteur van BN/DeStem. De brief is vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan klaagster, die telefonisch liet weten dat zij zich in de strekking ervan kon vinden. Daarmee was en is de zaak voor de hoofdredactie van BN/DeStem afgedaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat in het artikel de woning van klaagster is aangeduid als ‘puist’. Dat klaagster deze aanduiding als negatief heeft ervaren, leidt nog niet tot de conclusie dat verweerders onzorgvuldig jegens haar hebben gehandeld. Anders dan klaagster is de Raad van oordeel dat de term ‘puist’ in het onderhavige geval de neutrale betekenis ‘uitsteeksel’ heeft en dat die term niet ten onrechte is gebruikt. Ook voor het overige hebben verweerders geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dat het woord ‘puist’ aan klaagster is toegeschreven in plaats van aan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak is weliswaar niet juist, maar niet zo onzorgvuldig dat daarmee de klacht gegrond is. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat aan klaagster de mogelijkheid is geboden een ingezonden brief te publiceren en de redactie van BN/DeStem klaagster daarbij bovendien heeft geholpen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/DeStem te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, H. van Gessel en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-65