2002/64 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de gemeente Vorden

tegen

de hoofdredacteur van het Gelders Dagblad

Bij brief van 16 juli 2002 met drie bijlagen heeft de gemeente Vorden (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Gelders Dagblad (verweerder). Hierop heeft R. Krabben, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord bij brief van 26 augustus 2002 met een bijlage. Klaagster heeft vervolgens haar klacht nader toegelicht in een schrijven van 18 september 2002, waarop voornoemde Krabben ten slotte heeft gereageerd bij brief van 2 oktober 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 oktober 2002. Namens klaagster waren daar wethouder mevrouw D.J. Mulderije-Meulenbroek en G. Limpers aanwezig. Krabben is eveneens verschenen.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 3 juli 2002 heeft klaagster een brief verstuurd aan de lokale en regionale pers betreffende de presentatie van het ontwikkelingsplan ‘Poort tot ’t Groote Veld’. In haar brief schrijft klaagster:
Hierbij zend ik u onder embargo tot en met 8 juli a.s. het eindconcept van het ontwikkelingsplan, dat bureau van der Tuuk in nauwe samenwerking met (…) heeft opgesteld. Dit plan is nu gereed voor een eerste presentatie aan omwonenden en belanghebbenden. Deze presentatie is gepland op maandag 8 juli a.s. van 20.30 tot 22.00 uur bij Hotel Bakker in Vorden. Ook u nodig ik hiervoor van harte uit.

Diezelfde dag is in het Gelders Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Avontuur en rust in Poort Groote Veld – Plan bij zwembad Vorden”, waarin aandacht aan de inhoud van het ontwikkelingsplan is besteed. In het artikel wordt vermeld:
Het plan is opgesteld door bureau Van der Tuuk, in opdracht van de gemeente Vorden. (…) In Hotel Bakker in Vorden wordt maandagavond het plan gepresenteerd. Deze bijeenkomst begint om half negen.

Vervolgens is op 6 juli 2002 in het Gelders Dagblad in de rubriek ‘Lokaal Journaal’ onder de kop “Groote Veld” het volgende bericht geplaatst:
Abusievelijk is deze week in de krant vermeld dat de informatiebijeenkomst over de plannen Poort tot ’t Groote Veld bedoeld was voor belangstellenden. De presentatie bij hotel Bakker is echter alleen bedoeld voor belanghebbenden en omwonenden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat wethouder Mulderije vóór de toezending van de brief van 3 juli 2002 telefonisch contact heeft gehad met de redactie van het Gelders Dagblad. In dat gesprek heeft Mulderije aangegeven op welke wijze het plan aan belanghebbenden en raadsleden van Vorden gepresenteerd zou worden. Daarbij heeft Mulderije meegedeeld dat zij het ongewenst en ongepast vond als betrokkenen vóór de presentatie via de media informatie over het plan zouden verkrijgen. De redactie heeft in dit gesprek niet aangegeven dat de mogelijkheid bestond dat zij zich niet aan een embargo zou houden. Als de redactie dat wel had gedaan, dan zou het plan niet zijn toegezonden. Verweerder heeft bovendien geen contact met klaagster opgenomen na ontvangst van de brief van 3 juli 2002. Klaagster mocht er dan ook op vertrouwen dat publicatie over het plan niet eerder dan op 9 juli 2002 zou plaatsvinden. Niettemin heeft verweerder op 3 juli 2002 over het plan gepubliceerd en derhalve het embargo geschonden. Verder meent klaagster dat verweerder direct na het besluit om toch tot publicatie over te gaan, haar daarover had moeten inlichten. Zij zou dan in de gelegenheid zijn geweest om belanghebbenden en raadsleden of eerder te informeren over het ontwikkelingsplan of hen te informeren over de schending van het embargo.
Daarnaast bevat het artikel een onjuistheid. Het plan werd gepresenteerd voor belanghebbenden, die daarvoor een uitnodiging ontvingen. Dit is niet in het artikel vermeld, waardoor veel meer mensen naar de presentatie zijn gekomen dan waarop gerekend was en waarvoor capaciteit bestond. Bovendien was het plan nog niet gereed voor presentatie aan belangstellenden. De rectificatie van 6 juli 2002 is niet afdoende, aangezien deze in een klein hoekje is ‘verstopt’.
De voortijdige publicatie heeft het vertrouwen van klaagster in de journalistieke integriteit ernstig geschaad en haar relatie met de pers op scherp gezet. De publicatie heeft verder schade toegebracht aan het aanzien van het gemeentebestuur, aldus klaagster.

Verweerder stelt dat het door klaagster eenzijdig opgelegde embargo niet voldeed aan de uitgangspunten die door het Genootschap van Hoofdredacteuren zijn vastgesteld. Volgens die uitgangspunten worden embargo’s slechts in die uitzonderlijke gevallen aanvaard waarin het nieuws nog moet ontstaan en indien aanvaarding van het embargo noodzakelijk is voor een goede verwerking van het nieuws.
Naar de mening van verweerder zou het nieuws over het ontwikkelingsplan niet ontstaan op 8 juli 2002, maar was dat al gebeurd op het moment dat het bureau Van der Tuuk zijn rapport uitbracht. Dat rapport behoort een openbaar stuk te zijn, hetgeen klaagster kennelijk ook vindt omdat zij het rapport aan omwonenden en belangstellenden zou presenteren. Het simpele feit dat klaagster het ongewenst vindt dat omwonenden en belanghebbenden het plan uit de krant vernemen, is – aldus verweerder - onvoldoende basis voor een embargo.
In de uitgangspunten van het Genootschap staat ook dat de reden voor een embargo moet worden vermeld. Aan die voorwaarde heeft klaagster evenmin voldaan. Verweerder beschouwt de impliciete bedoeling van klaagster, dat met publicatie wordt gewacht tot na de presentatie aan omwonenden en belanghebbenden, als voldoende duidelijk. Hij betreurt dat de redactie klaagster niet vooraf heeft geïnformeerd over het feit dat en waarom het embargo niet zou worden nageleefd en erkent dat de redactie op dat punt onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarmee is echter niet gezegd dat het embargo had moeten worden gerespecteerd, aldus verweerder.
Hij benadrukt dat klaagster het embargo eenzijdig heeft willen opleggen, dat de redactie niet vooraf is gevraagd of ze het rapport van Van der Tuuk onder voorwaarde van embargo wilde ontvangen, en dat de redactie nimmer heeft toegezegd het embargo te zullen respecteren. Dat is ook niet gebeurd in het telefoongesprek met wethouder Mulderije, waarnaar klaagster verwijst. In dat telefoongesprek is alleen aan de orde geweest het aanbod van wethouder Mulderije een toelichting op het ontwikkelingsplan te geven, welke toelichting pas na de informatieavond van 8 juli gepubliceerd mocht worden. De redactie heeft van dat aanbod geen gebruik willen maken en heeft ervoor gekozen het nieuws te publiceren.
Verder stelt verweerder dat hij er na de publicatie van 3 juli 2002 door de voorlichter van klaagster op is gewezen dat de bijeenkomst van 8 juli 2002 alleen voor omwonenden en belanghebbenden was bedoeld. In een artikel van 6 juli 2002 is de berichtgeving op dit punt rechtgezet. De rubriek ‘Lokaal Journaal’ is bij uitstek de plaats waar lezers gewend zijn berichten aan te treffen over activiteiten die in de regio worden gehouden. Voor het publiceren van de rectificatie was dit derhalve een logische plaats.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat een embargo niet eenzijdig bindend kan worden opgelegd door de informatieverstrekker. Een embargo dient te voren tussen de informatieverstrekker en de pers te worden overeengekomen, hetzij doordat de verstrekking van bepaalde gegevens volgens gevestigde gewoonte onder embargo plaatsvindt dan wel doordat tevoren het embargo expliciet is aanvaard. Aangezien van een expliciete aanvaarding geen sprake is geweest, doet de vraag zich voor of de gegevens waar het hier om gaat volgens gevestigde gewoonte onder embargo worden verstrekt. Voor de beantwoording van die vraag kan worden aangesloten bij de door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren opgestelde embargoregeling, waarin onder meer wordt bepaald:
1. Vergaard nieuws is vrij voor publicatie.
2. Eenzijdig gevraagde uitzonderingen daarop (embargo’s) worden slechts in uitzonderlijke gevallen aanvaard indien het nieuws nog moet ontstaan en indien dat noodzakelijk is voor een goede verwerking van dat nieuws.
3. De reden tot embargo moet worden vermeld.

De Raad deelt het standpunt van verweerder dat het embargo dat klaagster heeft willen opleggen niet voldoet aan deze bepalingen, zodat verweerder zich terecht niet aan het embargo gebonden heeft geacht. Het zou beter zijn geweest indien verweerder zulks voor de publicatie van 3 juli 2002 aan klaagster kenbaar had gemaakt. Deze omissie is echter niet van zodanige aard dat verweerder daarmee grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Ten overvloede overweegt de Raad dat hij het nuttig acht dat aan de embargoregeling, waarop verweerder zich heeft beroepen, ruimere bekendheid wordt gegeven. (vgl. onder meer: Academisch Ziekenhuis Nijmegen tegen Leeuwarder Courant, RvdJ 1991/2 en Gemeente Vleuten-de Meern tegen Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 1980/13).

De Raad heeft niet kunnen constateren dat het artikel van 3 juli 2002 de door klaagster gestelde onjuistheid bevat. Voorzover echter uit de tekst van dit artikel begrepen zou moeten worden dat de informatiebijeenkomst van 8 juli 2002 open zou staan voor alle belangstellenden in plaats van alleen omwonenden en belanghebbenden, heeft verweerder dit tijdig en voldoende duidelijk rechtgezet in het bericht van 6 juli 2002.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Gelders Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, H. van Gessel en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-64