2002/61 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Taxi Seubers BV

tegen

J. Bonjer en G.J. Laan, hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden

Bij brief van 11 juli 2002 met acht bijlagen heeft drs. mr. A.N.J. Kerstholt, advocaat te Groningen, namens Taxi Seubers BV (klaagster) een klacht ingediend tegen J. Bonjer en G.J. Laan, hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden (verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 17 juli 2002. Klaagster heeft haar klacht vervolgens toegelicht in een schrijven van 8 augustus 2002. Verweerders hebben daarop nog gereageerd bij brief van 15 augustus 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 2002. Namens klaagster is daar mr. P. van Wijngaarden verschenen. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Laan en J. Venema, verslaggever, verschenen.

DE FEITEN

Op 15 juni 2002 is op de voorpagina van Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van voornoemde Venema verschenen onder de kop “Taxiritten ouderen in Drenthe onveilig – Deel wagenpark niet APK-gekeurd”. De intro van het artikel luidt:
Het gesubsidieerde vervoer van gehandicapten en ouderen in Drenthe is onveilig. Het taxibedrijf Seubers in het Drentse Aalten dat in vrijwel geheel Drenthe het zogenoemde WVG-vervoer uitvoert, lapt op verschillende terreinen de regels aan de laars. Dit zeggen (ex)-chauffeurs en bedrijven die zaken met Seubers hebben gedaan.
De laatste zin van het artikel meldt: “De directie van Seubers wil niet inhoudelijk reageren.

Diezelfde dag verscheen in Dagblad van het Noorden een vervolgartikel onder de kop “Taxibedrijf Seubers onder vuur”. Het slot van dit artikel luidt:
De familie Seubers wenst geen reactie te geven op de uitlatingen van het (voormalig) personeel. Via advocaat drs. mr. A.N.J. Kerstholt laat het personenvervoersbedrijf weten dat “het artikel zoveel feitelijke onjuistheden bevat dat het niet zinvol is te reageren”.

Op 21 juni 2002 is in Dagblad van het Noorden opnieuw aandacht aan de kwestie besteed in twee artikelen onder de kop “Boze taxichauffeurs halen verhaal bij Dagblad” respectievelijk “’In elk bedrijf gebeurt wel eens wat’”. Laatstgenoemd artikel bevat onder meer de volgende passages:
De taxichauffeurs van Seubers kwamen met zo’n zestig busjes naar het kantoor van Hazewinkel Pers in Groningen om hun ongenoegen over de berichtgeving kenbaar te maken. Zij voelen zich persoonlijk geraakt door de verhalen over hun werkgever.
en
Hoofdredacteur Jan Bonjer: “Feit is dat er wat aan de hand is bij Seubers. Een regionale krant kan daaraan niet voorbij gaan.” De chauffeurs verwijten de krant eenzijdige berichtgeving. Bonjer stelt dat dat komt door de weigering van de directie op de aantijgingen te reageren. “Wij hebben vier keer geprobeerd een reactie te krijgen.
Onder de tussenkop “Geen gesprek” wordt in het artikel bericht:
Directeur Michel Seubers heeft z’n chauffeurs gisteren na hun protestactie bij Dagblad van het Noorden toegezegd te reageren op de publicaties. Na bemiddeling door werknemers is een afspraak gemaakt met de krant. Seubers kwam echter niet opdagen op het afgesproken tijdstip. Seubers’ advocaat A.N.J. Kerstholt, zegt dat dat berust op ‘miscommunicatie’. Namens de ondernemer laat hij andermaal weten dat Seubers niet inhoudelijk op de verhalen wil reageren omdat ze ‘te veel feitelijke onjuistheden bevatten’. De directeur en zijn advocaat spraken gisteravond alsnog met de hoofdredactie van de krant. Onderwerp van het gesprek was de relatie tussen de krant en het taxibedrijf.

Vervolgens is op 22 juni 2002 in Dagblad van het Noorden een hoofdredactioneel commentaar verschenen onder de kop “Taxi Seubers”. Het slot van dit artikel luidt:
We blijven dus bij ons verhaal. Ondanks de terughoudende opstelling van de directie van Seubers blijft deze krant ook de dialoog zoeken.

Diezelfde dag heeft Dagblad van het Noorden verschillende reacties van lezers gepubliceerd onder de kop “’Ik ben tevreden. Seubers heeft geweldig personeel en liefde voor de klant.’” De reacties worden ingeleid als volgt:
De publicaties in deze krant over het Aalder taxibedrijf Seubers, verantwoordelijk voor het meeste WVG-vervoer (Wet Voorziening Gehandicapten) in de provincie, hebben een grote stroom reacties van lezers teweeg gebracht. De meeste ondersteunen de berichtgeving. Enkele lezers van het Dagblad van het Noorden vinden de publicaties tendentieus.

Eveneens op 22 juni 2002 is in de editie Emmen van Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Advocaat geplaagde Seubers: Ze gaf vol gas en lanceerde zichzelf”. Daarin uit een vrouw uit Emmen forse kritiek aan het adres van klaagster. Volgens de vrouw kwam ze “door ondeskundig handelen van de chauffeuse twee keer ten val met haar scooter”. In het artikel wordt tevens mr. Kerstholt aan het woord gelaten, die namens klaagster de geuite beschuldigingen weerspreekt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij voorafgaand aan de publicaties van 15 juni 2002 in de gelegenheid is gesteld te reageren. Na lezing van de concepttekst heeft zij besloten niet inhoudelijk te reageren, omdat dit vanwege de hoeveelheid feitelijke onjuistheden niet zinvol was. Ondanks klaagsters verzoek niet te publiceren, zijn verweerders op 15 juni tot publicatie overgegaan. De gepubliceerde tekst komt niet geheel overeen met de concepttekst, aldus klaagster. Haar was onder meer niet bekend dat op de voorpagina van de krant de - volgens klaagster onjuiste, suggestieve en tendentieuze - kop “Taxiritten ouderen in Drenthe onveilig” zou worden geplaatst. Verder is haar niet meegedeeld dat het vervolgartikel zou worden geplaatst als hoofdartikel in de zaterdagbijlage.
De negatieve publicaties van 15 juni waren voor het personeel van klaagster aanleiding om op 20 juni bij Dagblad van het Noorden te protesteren tegen de in hun ogen tendentieuze berichtgeving. Over dit protest heeft Dagblad van het Noorden op 21 juni 2002 gepubliceerd.
Op 20 juni heeft ’s avonds een gesprek plaatsgevonden tussen Venema, Bonjer, klaagster en haar raadsman. In dat gesprek heeft klaagster opnieuw meegedeeld dat de artikelen zoveel feitelijke onjuistheden bevatten, dat naar haar mening inhoudelijk reageren niet zinvol is. Zij heeft benadrukt dat zij wél inhoudelijk zou reageren op eventueel nieuwe publicaties, indien en voorzover die publicaties betrekking zouden hebben op te verifiëren feiten. Daarbij heeft zij verweerders voorgehouden dat het gebruikmaken van anonieme bronnen het verifiëren van feiten bijna onmogelijk maakt.
Vervolgens heeft Venema in de namiddag van 21 juni 2002 contact opgenomen met de raadsman van klaagster, met het verzoek te reageren op een conceptartikel dat op 22 juni 2002 zou worden gepubliceerd. Venema deelde mee dat het artikel zou gaan over binnengekomen – positieve en negatieve – reacties van lezers. Volgens klaagsters raadman behoefde daarop niet inhoudelijk gereageerd te worden, aangezien het geen nieuwe feiten betrof. Aan het eind van het telefoongesprek berichtte Venema voorts dat hij bezig was met een artikel over een klacht van een vrouw uit Emmen. Daarop meldde klaagsters raadsman dat hij deze te verifiëren informatie met klaagster zou bespreken en dat klaagster daarop inhoudelijk zou reageren. Klaagster heeft die avond laten weten dat zij de informatie volledig kon weerleggen. Venema heeft toegezegd dat de volledige reactie van klaagster zou worden opgenomen in het te publiceren artikel. Voor klaagster was het belangrijk dat zij aldus, door inhoudelijk te reageren op verifieerbare feiten, kon aantonen dat zij niet wegloopt voor kritiek. Daardoor zou bij de lezers een evenwichtiger beeld kunnen ontstaan over (de berichtgeving rond) klaagster.
Over een en ander hebben de raadsman van klaagster en Venema op 21 juni diverse malen telefonisch contact gehad. In die gesprekken heeft Venema met geen woord gerept over het hoofdredactioneel commentaar dat eveneens op 22 juni 2002 zou verschijnen en dat qua inhoud en toonzetting niet los kan worden gezien van de wel aangekondigde artikelen.
Doordat het commentaar is geplaatst in alle edities van Dagblad van het Noorden, terwijl klaagsters reactie op de kritiek van de vrouw uit Emmen alleen is gepubliceerd in de editie Emmen, is sprake van onjuiste, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Verweerders waren op 21 juni op de hoogte van het feit dat klaagster inhoudelijk zou reageren en daarover in dialoog was met Dagblad van het Noorden. Door niettemin op 22 juni in het hoofdredactioneel commentaar te berichten “We blijven dus bij ons verhaal. Ondanks de terughoudende opstelling van de directie van Seubers blijft deze krant ook de dialoog zoeken.” suggereren verweerders dat klaagster op dat moment nog niet inhoudelijk zou hebben gereageerd. Die mededeling is apert en aantoonbaar onjuist. Verweerders hadden hetzij het commentaar moeten aanpassen aan de op dat moment bij hun bekende feiten dan wel publicatie van het commentaar achterwege moeten laten, teneinde misleiding en tendentieuze berichtgeving te voorkomen. Zij hebben dit ten onrechte nagelaten. Daardoor hebben lezers in de regio Emmen kunnen constateren dat klaagster weldegelijk reageert op nieuw onthulde feiten en beschuldigingen, maar hebben de overige lezers van Dagblad van het Noorden dat niet kunnen vaststellen.

Verweerders stellen zich op het standpunt dat de chronologische opsomming van de gebeurtenissen aangeeft dat zij keer op keer hebben geprobeerd klaagster voorafgaand, tijdens en na publicatie te laten reageren. Nadat verweerders onrustbarende berichten over de werkwijze van klaagster hadden bereikt, heeft Venema onderzoek verricht en zoveel mogelijk concrete voorbeelden verzameld. Uiteraard heeft hij ook contact gezocht met klaagster. Deze weigerde alle contacten maar liet, voorafgaand aan de publicaties van 15 juni, via haar raadsman per fax weten dat ‘het artikel zoveel feitelijke onjuistheden bevat dat het niet zinvol is te reageren’. De inhoud van deze fax is opgenomen in de artikelen die op 15 juni 2002 zijn gepubliceerd.
Nadat al op 18 juni 2002 een eerste compilatie van reacties in de krant is verschenen, waarin de meerderheid de kritiek op klaagster ondersteunde, hebben verweerders op 20 juni een delegatie van het personeel van klaagster ontvangen. Over de grieven van het personeel ten aanzien van de berichtgeving is ruimhartig door een andere verslaggever in Dagblad van het Noorden van 21 juni 2002 bericht. Daarnaast is tijdens die bijeenkomst een aantal radio- en televisiestations in de gelegenheid gesteld de grieven van het personeel te registreren. Met het personeel is afgesproken dat verweerders diezelfde dag nog de directie van klaagster en haar raadsman zouden ontvangen. Hoewel de verslaggever paraat was om direct uit de mond van de directeur van klaagster diens visie op de zaak op te tekenen, bleef hij op advies van zijn raadsman bij zijn weigering inhoudelijk op de beschuldigingen in te gaan.
Met name na de actie van het personeel van klaagster zijn verweerders overspoeld met zowel negatieve als positieve reacties. Een evenwichtige selectie daarvan is gepubliceerd op 22 juni 2002. Ondanks het feit dat de voor klaagster negatieve berichtgeving werd ondersteund door de meerderheid van de reacties, hebben verweerders ervoor gekozen boven de reacties een positieve kop te plaatsen. Het verhaal van de vrouw uit Emmen, dat nadere uitwerking verdiende, was het eerste bericht waarop klaagster heeft gereageerd. Uiteraard is die reactie ook uitgebreid in het betreffende artikel weergegeven. Het betrof een enkel geval uit Emmen, zodat ervoor is gekozen dat verhaal alleen in de editie Emmen te publiceren, mede omdat diezelfde dag in alle edities de tweede verzameling van reacties zou verschijnen.
Samengevat stellen verweerders dat zij bewust zowel positieve als negatieve reacties op hun berichtgeving hebben geplaatst. Klaagster heeft slechts in één specifiek geval gereageerd en verder geen gebruik gemaakt van een herhaaldelijk gedaan aanbod dat wel te doen. Het slot van het hoofdredactioneel commentaar berust op de eigen waarneming van verweerders en verwoordt de situatie van dat ogenblik. De omschrijving ‘terughoudende opstelling van de directie van Seubers’ was op dat moment, gezien de lange lijst van pogingen om wederhoor te verkrijgen, een eufemisme. Centraal staat de uitspraak van klaagster dat zij niet wenst te reageren op in haar ogen ‘onzinnige feiten’. Verweerders menen dat zij erin zijn geslaagd de kwestie op een journalistiek evenwichtige wijze te behandelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht betreft de vraag of verweerders onzorgvuldig hebben gehandeld door op 22 juni 2002 in alle edities van Dagblad van het Noorden een hoofdredactioneel commentaar te publiceren met als slotzinnen “We blijven dus bij ons verhaal. Ondanks de terughoudende opstelling van de directie van Seubers blijft deze krant ook de dialoog zoeken.”, terwijl uit het alleen in de editie Emmen geplaatste artikel over de ervaringen van een vrouw uit die plaats met het bedrijf van klaagster blijkt dat klaagster wel op de berichtgeving rond haar bedrijf wilde reageren en ook gereageerd heeft.
Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. Klaagster is herhaaldelijk in de gelegenheid op de eerdere artikelen te reageren. Dat zij aanvankelijk ervoor heeft gekozen daarvan geen gebruik te maken, kan verweerders niet worden verweten. Klaagster kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat zij niet inhoudelijk kon reageren omdat de gepubliceerde klachten en verwijten voor haar niet te verifiëren waren: die klachten en verwijten zijn daartoe specifiek genoeg.
Gelet op het uitblijven van een inhoudelijke reactie van de kant van klaagster kunnen de hiervoor vermelde slotzinnen van het hoofdredactioneel commentaar van 22 juni 2002 geenszins onjuist worden genoemd. De enkele reactie, daags tevoren, op de klacht van de vrouw uit Emmen maakt dat niet anders. Het verwijt dat verweerders de overige lezers van het Dagblad van het Noorden hebben misleid door die reactie uitsluitend op te nemen in de editie Emmen is dan ook ongegrond.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 november 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-61