2002/60 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C. Eberhard

tegen

H. van der Beek, P. Meershoek en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 26 mei 2002 heeft C. Eberhard te Amstelveen (klager) een klacht ingediend tegen H. van der Beek, P. Meershoek en de hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). Hierop heeft F. Campagne, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd bij brief van 1 juli 2002 met zes bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 september 2002. Klager is daar niet verschenen. Aan de zijde van verweerder zijn voornoemde Van der Beek en Meershoek verschenen.

DE FEITEN

Op 14 mei 2002 is in Het Parool een artikel van de hand van Van der Beek en Meershoek verschenen onder de kop “LPF dumpt na morgen kandidaten”. De intro van het artikel luidt:
De Lijst Pim Fortuyn (LPF) overweegt enkele kandidaten onmiddellijk na de verkiezingen uit de partij te zetten. Volgens ingewijden zit de LPF in zijn maag met sommige kandidaat-Kamerleden, onder wie sekssite-exploitant Cor Eberhard en de Friese paardenfokker Johan Wiersma.
In het artikel wordt over klager geschreven dat hij rijk is geworden met twee seks-websites en naar zijn eigen zeggen daarmee 1,2 miljoen gulden per jaar verdiende. Verder wordt vermeld dat klager in opspraak kwam toen hij probeerde bij Leefbaar Nederland een zetel te kopen. In het artikel wordt klager onder meer geciteerd als volgt:
Eberhard bevestigt zijn activiteit in de pornobranche. “Maar daar is niets strafbaars aan. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en netjes mijn belasting betaald. Ik zou niet weten waarom ik geen Kamerlid kan zijn.”
Het slot van het artikel luidt:
Het verleden van de kandidaten was ook voor Pim Fortuyn een probleem. De lijsttrekker gaf via zijn vertrouweling Peter Langendam het Haagse recherchebureau Boogert en Partners opdracht onderzoek te doen. De LPF was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hem vooraf om commentaar is gevraagd en dat hij daarin alle beschuldigingen heeft ontkend. Volgens hem zijn de beschuldigingen gebaseerd op geruchten en kunnen verweerders deze beschuldigingen niet onderbouwen. Niettemin is het bericht een dag voor de verkiezingen prominent op de voorpagina geplaatst, kennelijk met het doel om hem en zijn partij te beschadigen, aldus klager. Hij heeft verweerders op 15 mei 2002 een e-mailbericht gestuurd. Daarin betwist klager de geuite beschuldigingen en ontkent hij dat de LPF hem na de verkiezingen uit de fractie zou willen zetten. Klager eindigt zijn bericht met een verzoek om rectificatie. Verweerders hebben niet op het bericht gereageerd en er heeft geen rectificatie plaatsgevonden.

Verweerders wijzen erop dat zij op 13 mei 2002 een artikel publiceerden onder de kop “Fortuyn zette detective op zijn mensen”, over de screening van enkele mensen op de kandidatenlijst van de LFP. Het bericht is onder meer gebaseerd op twee bronnen, die de informatie – inclusief de namen van vier betrokken kandidaten, waaronder klager – hebben bevestigd. Over de screening zegt Mat Herben in HP/De Tijd van 24 mei 2002: “”Het is ook nooit goed,” zucht Herben. “Eerst kregen we kritiek dat we zomaar mensen aannamen; nu laten we die mensen screenen, en deugt het weer niet. Elke partij zou zo’n gedegen screening moeten hebben.”
In het gewraakte artikel zijn verweerders ingegaan op de twee meest omstreden kandidaten. Deze zouden volgens twee afzonderlijke bronnen een probleem vormen voor de LPF. Volgens die bronnen was de partijleiding in dubio of de desbetreffende kandidaten voor of na de verkiezingen uit de partij moesten worden gezet. Dit gegeven is aangekleed met punten uit het cv van beide kandidaten. In het geval van klager betreft dat zijn activiteiten met sekssites op internet. Op 14 mei 2002 is het bericht aan beide kandidaten voorgelegd. Beiden lieten weten niet op de hoogte te zijn van de plannen om hen uit de partij te stoten. Klager bevestigde dat hij eigenaar is van twee erotische websites. Hij stelt in zijn e-mailbericht van 15 mei 2002 weliswaar dat hij de genoemde websites niet exploiteert, maar uit navraag bij Domain.com en uit een bijdrage van klager van 23 juli 1999 aan een discussieforum op internet blijkt, dat dat wel het geval is. In zijn bijdrage rekent klager voor hoeveel hij verdient aan beide sites en schrijft hij zelf dat met dergelijke sites ‘heel veel geld’ wordt verdiend. Verweerders hebben een rekensom gemaakt en de omschrijving ‘rijk’ gebruikt. Zij wijzen erop dat in het bericht het e-mailadres van klager als afzendadres is vermeld.
Verder stellen verweerders dat in het artikel wordt verwezen naar de commotie die ontstond, nadat de vice-voorzitter van Leefbaar Nederland op 29 maart 2002 in een uitzending van het televisieprogramma ‘2Vandaag’ klager beschuldigde van een poging tot omkoping. Ter zitting verklaarden verweerders desgevraagd dat zij van Leefbaar Nederland de bevestiging hebben ontvangen dat klager heeft geprobeerd een zetel te kopen.
Naar aanleiding van het verzoek van klager om rectificatie hebben verweerders hem een interview aangeboden, waarin hij zijn visie op de zaken uiteen kon zetten. Daarvan wilde klager geen gebruik maken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is allereerst gericht tegen de bewering ‘dat klager rijk is geworden met twee seks-websites en daarmee naar zijn eigen zeggen 1,2 miljoen gulden per jaar verdiende’. Verweerders hebben ter zake gebruik gemaakt van een aantal bronnen op het internet. Daaruit blijkt volgens de Raad genoegzaam, dat voor de bewering voldoende grondslag bestond.

Verder maakt klager bezwaar tegen de bewering dat hij ‘in opspraak kwam toen hij probeerde bij Leefbaar Nederland een zetel te kopen’. De bewering behelst een ernstig feit, dat alleen als zodanig geformuleerd mag worden als daaraan voldoende bronnen ten grondslag liggen.
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt, dat zij van Leefbaar Nederland hebben vernomen dat klager aan die partij in het licht van de verkiezingen geld wilde doneren. Zij hadden een en ander zorgvuldiger kunnen formuleren, bijvoorbeeld door in het artikel te vermelden dat de informatie van bronnen bij Leefbaar Nederland afkomstig was. Deze omissie is echter, bezien in de context van het gehele artikel, niet van zodanige aard dat verweerders daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 26 november 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, drs. C.M. Buijs, mr. A. Herstel en mw. J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-60