2002/6 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.A. ter Haar

tegen

de hoofdredacteur van AT5

Bij brief van 19 september 2001 heeft A.A. ter Haar te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AT5 (verweerder). Hierop heeft M. van Nieuwkerk, hoofdredacteur, gereageerd bij brief van 17 oktober 2001. Klager heeft ten slotte zijn klacht nader toegelicht in een brief van 29 oktober 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 december 2001 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 20 augustus 2001 is op de teletextpagina van AT5 een bericht verschenen over de herdenking van de sterfdag van Kerwin Duinmeijer. Het bericht bevat de volgende passage:
“Kerwin was een 15-jarige Antilliaanse jongen die in 1983 werd neergestoken op de Dam vanwege zijn huidskleur. Hij bloedde dood voor het paleis, nadat taxichauffeurs hem weigerden te vervoeren.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager, een Amsterdamse taxichauffeur, is door de berichtgeving gegriefd. Hij stelt dat in het bericht van 20 augustus 2001 ten onrechte de indruk is gewekt dat taxichauffeurs uit onwil Kerwin Duinmeijer niet hebben vervoerd. Volgens hem mogen zwaargewonde personen alleen per ambulance worden vervoerd. Er is sprake van stemmingmakerij, waardoor de taxibranche is beschadigd, aldus klager.

Verweerder stelt dat hij naar aanleiding van het gewraakte bericht een e-mailbericht van klager heeft ontvangen en vervolgens het bericht heeft aangepast. Dit bericht, met de zin “Hij bloedde dood voor het paleis, nadat taxichauffeurs hem – vanwege voorschriften – weigerden te vervoeren.”, is op 21 augustus 2001 op de teletextpagina van AT5 verschenen. Diezelfde dag is het gewijzigde bericht vervangen door ‘nieuw nieuws’ en opgeslagen in het teletextarchief.
Het is niet de intentie van de redactie van AT5 Text geweest om ‘stemming te maken’ of de taxibranche te beschadigen. Verweerder begrijpt dat door de omschrijving in het oorspronkelijke bericht de indruk kan worden gewekt dat taxichauffeurs om andere redenen dan voorschriften Kerwin Duinmeijer niet wilden vervoeren. De Text-redactie zal ervoor zorgen dat een dergelijke indruk niet opnieuw kan worden gewekt in de vervolgverslaggeving over (bijvoorbeeld) de jaarlijkse herdenking.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad kan klager niet volgen in zijn standpunt dat verweerder met de berichtgeving ontoelaatbaar heeft gehandeld. De door verweerder gebruikte zinsnede “nadat taxichauffeurs hem weigerden te vervoeren” is een sobere weergave van hetgeen destijds is voorgevallen; er bestond geen journalistieke plicht daarbij in te gaan op de redenen waarom de taxichauffeurs deze houding innamen. Niettemin heeft verweerder, nadat hij van klagers bezwaren kennis had genomen, het bericht aangepast. Daarmee is klager optimaal tegemoet gekomen.
Een en ander leidt derhalve tot de conclusie dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in een teletextbericht te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 februari 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis en mw. C.J.E.M. Joosten, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-06