2002/57 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Kaulesar en J. de Jong

tegen

P. Hilz, K. Wessels en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brief van 5 augustus 2002 met een bijlage hebben M. Kaulesar en J. de Jong te Krimpen aan den IJssel (klagers) een klacht ingediend tegen P. Hilz, K. Wessels en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (verweerders). Bij brief van 23 augustus 2002 met vier bijlagen heeft plaatsvervangend hoofdredacteur P.J.F. de Jonge namens verweerders op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 oktober 2002, in aanwezigheid van klagers. Namens verweerders was P.J.F. de Jonge aanwezig.

DE FEITEN

Op 2 augustus 2002 heeft in Krimpen aan den IJssel een overval plaatsgevonden op een supermarkt, waarbij de eigenaar van de supermarkt is doodgeschoten. Circa een uur na de overval heeft de politie in de omgeving van de supermarkt in verband daarmee de zoon van klagers gearresteerd. Een omstander had hem als mogelijke dader aangewezen. Toen de politie hem aansprak, vluchtte hij zijn ouderlijk huis in, waarop hij werd gearresteerd en meegenomen voor verhoor.

Verslaggever K. Wessels en fotograaf P. Hilz van Algemeen Dagblad waren kort na het bekend worden van de schietpartij ter plaatse. Hilz heeft onder meer de aanhouding van de zoon van klagers vastgelegd.

In het Algemeen Dagblad van zaterdag 3 augustus 2002 is op de voorpagina, onder de kop “Opnieuw dode bij overval op super”, een artikel gewijd aan de overval. Het artikel is geschreven door Wessels. Bij het artikel is, over vier kolommen en in kleur, de door Hilz gemaakte foto van de aanhouding afgedrukt. Op de foto is te zien dat een jongeman, van wie de armen op de rug worden gehouden, een politiebusje in wordt geduwd. Over de ogen van de jongeman is een zwart balkje afgedrukt. Onder de foto staat de tekst: “De man die door het publiek was aangewezen als mogelijke verdachte van het neerschieten van de Krimpense winkelier, wordt door de politie weggevoerd”.

Tijdens de zomermaanden wordt, in verband met een grote buitenlandoplage, op vrijdagavond om 22.15 uur de eerste editie van het Algemeen Dagblad naar de drukkerij gezonden. De sluitingstijd voor de laatste kopij is dan 22.00 uur. Om 22.45 uur wordt een tweede editie naar de drukkerij gezonden.

In de nacht van 2 op 3 augustus heeft het ANP om 01.34 uur het bericht verspreid dat de aangehouden jongeman niets met de schietpartij te maken had. De bij het Algemeen Dagblad dienstdoende nachtredacteur heeft daarop, tijdens het drukproces, de tekst van het artikel over de overval aangepast. Hij heeft na de zin “De agenten hebben hem meegenomen voor verhoor”, de volgende zinnen ingelast: “Na onderzoek bleek dat de man niets met de zaak te maken had. De man werd daarop weer vrijgelaten.” In een deel van de oplage is deze wijziging meegenomen. De foto en het foto-onderschrift zijn niet gewijzigd.

Op maandag 5 augustus 2002 is in het Algemeen Dagblad op pagina 3 bovenaan in een kort bericht vermeld dat de aangehouden jongeman niets met de overval te maken had en was vrijgelaten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers vinden het onzorgvuldig dat een foto van de arrestatie van hun zoon op de voorpagina van het Algemeen Dagblad is gepubliceerd, vooral omdat hun zoon op de foto herkenbaar is. Het zwarte balkje, dat slechts een klein deel van zijn gezicht bedekt, maakt hem niet onherkenbaar. Klagers zijn naar aanleiding van de foto door verschillende mensen gebeld met de vraag wat er met hun zoon aan de hand was.
De zoon had niets met de kwestie te maken en is slechts enkele uren op het politiebureau geweest voor verhoor. Door toedoen van verweerders zijn klagers en hun zoon, zo stellen zij, tot schande gedoemd in hun buurt, waar zij al jaren probleemloos wonen. De goede naam van de zoon is aangetast en hij heeft van de publicatie nog altijd last. Klagers wijzen erop dat in het Rotterdams Dagblad van zaterdag 3 augustus wel is vermeld dat de opgepakte verdachte weer was vrijgelaten, omdat hij niets met de zaak te maken had. De tekst die op maandag 5 augustus in het Algemeen Dagblad is verschenen, vinden klagers onvoldoende. Daarmee is naar hun mening de foto onvoldoende rechtgezet. Klagers begrijpen niet, waarom verweerders, anders dan andere media, geen contact met hen hebben opgenomen om hun verhaal te horen. Op een door hen aan verweerders gezonden e-mail hebben zij geen reactie gehad.
Klagers stellen dat zij de klacht mede hebben ingediend tegen de verslaggever en de fotograaf, omdat deze op de avond van het incident bij hun buren hebben aangebeld met de vraag of zij nog verdere informatie hadden over de dader. Zij vinden dit onbehoorlijk.

Verweerders stellen dat zij de kwestie betreuren, maar dat zij onder de gegeven omstandigheden correct hebben gehandeld. De overval en de arrestatie van een verdachte waren openbare nieuwsfeiten, die voldoende belangrijk waren om - inclusief de gemaakte foto - te publiceren. Verweerders gaan er van uit dat de politie niet lichtvaardig tot arrestatie overgaat. De anonimiteit van de verdachte is volgens verweerders gewaarborgd door een balkje over zijn ogen af te drukken en door te schrijven over een ‘mogelijke verdachte’.
Volgens verweerders heeft de dienstdoende redacteur juist gehandeld, toen in de nacht bekend werd dat de aangehouden jongeman niets met de kwestie van doen had. Het was volgens verweerders verstandig alleen de tekst van het artikel aan te passen en niet ook de foto te verwisselen. Dat laatste zou drie maal zoveel tijd hebben gekost, omdat sprake was van een kleurenfoto en als gevolg daarvan meerdere drukplaten zouden hebben moeten worden verwisseld. Het aantal kranten waarin een correctie in de tekst was aangebracht, zou dan veel lager zijn geweest. De drukpersen worden pas stilgezet, wanneer de platen gereed zijn om te worden verwisseld. Per saldo hebben nu meer lezers kennis kunnen nemen van de juiste tekst. Wel zijn verweerders van mening dat het ongelukkig is dat behalve de tekst van het artikel niet ook het onderschrift van de foto is aangepast.
Verweerders weerspreken dat de verslaggever en de fotograaf bij de buren van klagers hebben aangebeld om informatie te vragen. Verweerders menen overigens dat zij het recht hebben om informatie over een arrestant in te winnen, maar hebben dat in dit geval niet gedaan. Zij stellen tot slot dat de verslaggever en de fotograaf geen bemoeienis hebben gehad met de beslissing tot publicatie van de foto, zodat hun in dat opzicht niets verweten kan worden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht tegen verweerders Wessels en Hilz betreft vooral het verwijt dat zij bij de buren van klagers hebben aangebeld om informatie over hun zoon te vragen. Verweerders hebben weersproken dat zij dit gedaan hebben. Nu partijen hierover van mening verschillen, kan de Raad niet vaststellen dat dat is gebeurd. Los daarvan acht de Raad, bijzondere omstandigheden daargelaten, het niet op voorhand afkeurenswaardig op een dergelijke wijze te proberen informatie te vergaren. Dit onderdeel van de klacht is derhalve niet gegrond. Voorzover klagers mede aan Wessels en Hilz verwijten dat de foto van hun zoon op de voorpagina van het Algemeen Dagblad is gepubliceerd, kunnen zij in dat betoog niet worden gevolgd. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat Wessels en Hilz bij de beslissingen daaromtrent niet betrokken waren.

Ten aanzien van de klacht tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad overweegt de Raad als volgt.

Het staat Algemeen Dagblad in beginsel vrij een foto van een arrestatie, als hier aan de orde is, te publiceren. Daarbij is echter van belang dat de gearresteerde die op de foto te zien is, op passende wijze onherkenbaar wordt gemaakt. Naarmate minder zeker is dat betrokkene de dader is van het strafbare feit, is, gelet op de mogelijke gevolgen van herkenning in een dergelijk geval, des te belangrijker dat zijn onherkenbaarheid in de publicatie wordt gewaarborgd.

In dit geval heeft Algemeen Dagblad de gearresteerde - de zoon van klagers - onvoldoende onherkenbaar gemaakt. Het zwarte balkje dat over een deel van zijn gezicht is afgedrukt, voldoet in dit verband niet. Dit klemt temeer, nu heden ten dage goede technische mogelijkheden voorhanden zijn om een persoon op een foto werkelijk onherkenbaar te maken, zonder aan de betekenis van het beeld af te doen.
Algemeen Dagblad heeft, door een herkenbare foto van de arrestatie van klagers’ zoon te publiceren, betrokkene stigmatiserend in de publiciteit gebracht, alhoewel op dat moment geenszins zeker was dat deze werkelijk met de kwestie te maken had. Dat de foto groot, in kleur en op de voorpagina van de krant is gepubliceerd, maakt het bezwaar daartegen des te klemmender.

Ook is door Algemeen Dagblad niet toereikend gereageerd, toen bekend werd dat de betrokken jongeman was vrijgelaten. Weliswaar is de tekst van het artikel aangepast, maar ten aanzien van de foto heeft geen correctie plaatsgehad. De Raad kan niet nagaan of het veranderen van de foto tijdens het drukproces, zoals gesteld, ertoe zou hebben geleid dat in minder kranten enige vorm van correctie had plaatsgevonden. Ook indien dat juist is, had in ieder geval, naast de tekst van het artikel, ook het fotobijschrift kunnen en moeten worden aangepast. Namens Algemeen Dagblad is dit ter zitting ook erkend.
Ten aanzien van deze beide onderdelen van de klacht moet worden geoordeeld dat de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad heeft gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad is van oordeel dat Algemeen Dagblad in de krant van maandag 5 augustus 2002 de kwestie voldoende heeft gerectificeerd. Het bericht hieromtrent is inhoudelijk juist en heeft een prominente plaats in de krant gekregen op pagina 3 bovenaan. Dat dit minder effect sorteert dan klagers wenselijk vinden, doet hier niet aan af. Dit onderdeel van de klacht is niet gegrond.

BESLISSING

De klacht tegen P. Hilz en K. Wessels is ongegrond.

De klacht tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad is deels gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Algemeen Dagblad.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2002-57