2002/56 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.A. Dicks

tegen

E. Smit en de hoofdredacteur van Radio West

Bij brief van 22 juli 2002 met een bijlage heeft mr. J.C. van Vliet namens C.A. Dicks te ‘s Gravezande (klager) een klacht ingediend tegen E. Smit en de hoofdredacteur van Radio West (verweerders). R. Fresen, hoofdredacteur van Radio West, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 20 september 2002 van. Mevrouw Smit heeft eveneens op de klacht gereageerd bij brief van 26 september 2002 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 oktober 2002. Namens klager was mr. Van Vliet aanwezig. Hij heeft pleitaantekeningen overgelegd. Verweerster Smit was eveneens aanwezig. Zij heeft nog een aanvullende productie overgelegd.

DE FEITEN

Radio West zond tot de afgelopen zomer wekelijks een ombudsrubriek uit, waarin klachten van consumenten werden behandeld. Op 28 december 2001 was in de uitzending ene mevrouw Veerman te gast, die een klacht had tegen klager. Klager, tandtechnicus te ‘s-Gravezande, had haar een prothese geleverd die niet goed zou passen en die bovendien, anders dan hij zou hebben beweerd, niet door de ziektekostenverzekeraar werd vergoed. In de uitzending heeft klager desgevraagd hierop gereageerd en heeft hij mevrouw Veerman toegezegd dat hij kosteloos de prothese alsnog passend zou maken. De kwestie was daarmee afgedaan.

Op 4 januari 2002 is in de ombudsrubriek van Radio West een interview uitgezonden van programmamaker/presentatrice Smit met M. Peeters, tandprotheticus te Monster. Voor een deel bestaat dit interview uit het geven van algemene voorlichting aan de consument. In het interview wordt echter ook aandacht besteed aan de werkwijze en de kwaliteit van het werk van klager, waarbij woorden zijn gebruikt als "de rillingen lopen me over de rug" en "een aanfluiting voor de gezondheidszorg".

Smit had voorafgaand aan het programma een voorbespreking van circa 45 minuten met Peeters. Zij heeft klager in de uitzending van 4 januari niet in de gelegenheid gesteld op de aantijgingen van Peeters te reageren.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat verweerders met de uitzending van 4 januari onzorgvuldig hebben gehandeld. Ten eerste is volgens klager het beginsel van hoor en wederhoor geschonden, nu hij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld op de aantijgingen te reageren. Ten tweede betoogt klager dat Smit onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de juistheid van de door Peeters gedane uitspraken. Als gevolg daarvan zijn zijn vakkennis en vaardigheid ten onrechte in twijfel getrokken en is zijn goede naam aangetast, aldus klager. De opmerkingen van Peeters houden volgens klager verband met het feit dat deze een concurrent van hem is. Verweerders hebben daar volgens klager ten onrechte geen rekening mee gehouden.

Verweerders wijzen erop dat zij na de uitzending van 28 december 2001 veel reacties hebben gekregen van luisteraars met soortgelijke ervaringen als mevrouw Veerman. Een aantal van deze reacties ging over klager. Peeters, een tandprotheticus, werkzaam in de omgeving van klager, was een van degenen die reageerde. Naar aanleiding van de vele reacties besloot de redactie opnieuw aandacht te besteden aan de problematiek, maar nu in algemene zin en niet aan de hand van een klacht. Smit heeft zich daar terdege op voorbereid. Naast een voorgesprek met Peeters heeft Smit ook gesproken met de voorzitter van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici en is gebeld met onder meer een inspecteur voor de volksgezondheid.
Het gesprek met Peeters was volgens verweerders bedoeld om algemene informatie te geven over tandtechnici, tandprothetici, verzekeringskwesties e.d., niet om klachten over klager te behandelen. Toen het te zeer toch die kant op dreigde te gaan, heeft Smit een einde aan het gesprek gemaakt. Het gesprek werd live uitgezonden. Gelet op het doel van de uitzending was er volgens verweerders geen aanleiding voor wederhoor. Bovendien was klager in een eerdere uitzending al aan het woord geweest en had een nieuwe reactie van hem geen nieuwe informatie opgeleverd. Een vruchtbaar gesprek met hem was niet te verwachten, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerders hebben - onweersproken - toegelicht, met wie zij hebben gesproken ter voorbereiding op de uitzending van 4 januari 2002. Gelet op deze gesprekken en de personen met wie deze zijn gevoerd, bestaat geen grond om te oordelen dat verweerders onvoldoende onderzoek naar de achtergrond van de kwestie hebben gedaan. Dit onderdeel van de klacht is niet gegrond.

Verweerders hebben in de uitzending van 4 januari consumenten willen informeren en waarschuwen voor mogelijke problemen bij het aanmeten van tandprotheses en de vergoeding daarvan door verzekeraars en ziekenfondsen. In de uitzending komt echter een aantal ernstige aantijgingen aan het adres van klager naar voren, waardoor het algemeen voorlichtende karakter op de achtergrond raakte en de aandacht zich tevens specifiek richtte op klager. Onder deze omstandigheden had klager in de gelegenheid behoren te worden gesteld op de aantijgingen te reageren. Dat hij in een eerdere uitzending van hetzelfde programma reeds aan het woord was gelaten, doet hieraan evenmin als de veronderstelling dat met hem geen zinvol gesprek mogelijk zou zijn, af. Dat geldt ook voor het feit dat de uitzending live werd uitgezonden. Smit had ervoor kunnen en behoren te zorgen dat zij klager in de uitzending aan de telefoon kreeg, of dat tenminste tijdens de uitzending nog kunnen proberen. Dit temeer nu zij, door het voorgesprek dat zij gevoerd had, in grote lijnen tevoren op de hoogte was van wat Peeters in de uitzending zou gaan zeggen.

Door het nalaten van wederhoor hebben verweerders gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is deels gegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Radio West.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2002-56