2002/54 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F.P. Simons

tegen

de hoofdredacteur van de Peperbus

Bij brief van 12 juli 2002 met diverse bijlagen heeft F.P. Simons te Zwolle (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Peperbus (verweerder). Hierop heeft J. van Ommen, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 30 juli 2002 met een bijlage. Vervolgens heeft klager zijn klacht nader toegelicht bij brieven van 2 een 22 augustus 2002 met diverse bijlagen. Verweerder heeft daarop nog gereageerd bij brief van 4 september 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 2002 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 26 juni 2002 is in de Peperbus een artikel verschenen onder de kop “Rovende vos loopt Zwolle in en uit”. Naar aanleiding van dit artikel heeft klager diezelfde dag een ingezonden brief aan de redactie van de Peperbus gestuurd. Die brief is niet gepubliceerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerder zich heeft laten strikken voor een mediahetze van een jager en heeft nagelaten de visie van anderen, zoals bijvoorbeeld een deskundige bioloog, in het artikel te verwerken. Het artikel is derhalve eenzijdig, onjuist en misleidend, waardoor de vos – een beschermd dier - ten onrechte wordt beschimpt en belasterd, aldus klager. Klager stelt dat hij zich als actief lid geheel kan vinden in de doelstellingen van de Faunabescherming, en daarom in zijn klacht ontvankelijk is.
Verder stelt klager dat verweerder ten onrechte zijn ingezonden brief niet heeft gepubliceerd.

Verweerder stelt dat hij melding heeft gemaakt van feitelijke informatie. Van subjectief handelen is geen sprake. In het artikel is de heer Ten Brinke aan het woord gelaten. Ten Brinke is voorzitter van de commissie Wildbeheer van de Wildbeheerseenheid en derhalve meer dan een jager. Volgens verweerder was het niet nodig om in deze kwestie wederhoor toe te passen.
Dat klager een andere mening over de jacht op vossen heeft, is geen reden om ingezonden brieven van hem integraal - zoals hij eist - te plaatsen, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft allereerst het artikel van 26 juni 2002. Krachtens artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad moet een klaagschrift worden ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt (vgl. onder meer: Nix e.a. tegen Frentrop en HP/De Tijd, RvdJ 2001/53; Hartman tegen Doornbos, RvdJ 2001/11; Spaans e.a. tegen Haagsche Courant, RvdJ 2001/01). Anders dan klager meent, kan het enkele feit dat hij actief lid van de Faunabescherming is niet leiden tot het oordeel dat hij rechtstreeks belanghebbende is.

Verder maakt klager bezwaar tegen het niet-publiceren van zijn ingezonden brief. Reeds eerder heeft de Raad overwogen dat bekend mag worden verondersteld, dat de redactie in beginsel de vrijheid heeft een reactie van een lezer op een artikel al dan niet te plaatsen (vgl. Gremmen/Telegraaf, RvdJ 2001/42). Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die zouden moeten leiden tot het oordeel dat het de redactie in dit geval niet vrijstond plaatsing achterwege te laten. Verweerder heeft derhalve wat dit onderdeel van de klacht betreft geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.

BESLISSING

Voorzover de klacht betrekking heeft op het artikel van 26 juni 2002 is klager in zijn klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Peperbus te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-54