2002/53 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

L. van den Oever en de hoofdredacteur van de Goudsche Courant

Bij brief van 11 juli 2002 met een bijlage heeft X te Gouda (klager) een klacht ingediend tegen L. van den Oever en de hoofdredacteur van de Goudsche Courant (verweerders). Hierop heeft J.P. ter Horst, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 augustus 2002. Klager heeft daarop gereageerd bij brief van 31 augustus 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 2002 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 6 juli 2002 is in de Goudsche Courant een artikel van de hand van Van den Oever verschenen onder de kop “Gehandicapte vrouw kan van Gouda ‘de pot op’". Het artikel gaat over een geschil tussen klagers echtgenote, aangeduid als ‘de rolstoel afhankelijke vrouw’, en de gemeente Gouda betreffende (de weigering van) een financiële tegemoetkoming in de kosten van het aanbrengen van aangepaste toiletten. In het artikel wordt de naam van de straat waarin klager woont genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn echtgenote de enige is in hun straat, die gebruik moet maken van een rolstoel. Door, kort gezegd, de combinatie van rolstoel en straatnaam zijn klager en zijn echtgenote in het artikel te herkennen. Zij zijn herhaaldelijk op het artikel aangesproken. Het artikel maakt derhalve inbreuk op hun privacy, aldus klager. Dat zijn naam en adres in openbare stukken zijn genoemd, betekent niet dat deze zonder zijn toestemming gepubliceerd mogen worden. Klager meent dat verweerders hadden kunnen volstaan met het noemen van de wijk waarin hij woont.

Verweerders stellen dat de naam van klager bewust niet in het artikel is vermeld, terwijl deze wel voorkomt in de door de gemeente Gouda openbaar gemaakte stukken. Zij hebben ervoor gekozen de straatnaam te publiceren, teneinde de lezer duidelijk te maken op welk type woningen in Gouda de zaak betrekking heeft. De straat is ongeveer een kilometer lang, met circa vijftig woningen als die waarin klager woont.
Van den Oever heeft zich niet gerealiseerd dat door het noemen van de straat, in zijn ogen een algemene en zeker niet specifieke plaatsaanduiding, de privacy van klager en zijn familie in het geding zou komen. Dat is ook zeker niet zijn bedoeling geweest.
Verweerders menen dat het artikel een signalerende functie heeft. Zij hebben niet alleen een nieuwsfeit willen publiceren, maar ook getracht de lezer te attenderen op gemeentelijk beleid ten aanzien van aanpassingen in woningen van invaliden. De lezer kan zelf concluderen of de woningen in de bewuste straat al dan niet zijn aan te passen, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is (vgl. onder meer: Van Veenendaal en Van Doorn/Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 2001/25).

Verweerders hebben niet weersproken dat klagers echtgenote de enige in de straat is, die van een rolstoel gebruik maakt. De Raad acht aannemelijk dat klager en zijn echtgenote, door vermelding van de straatnaam en van het feit dat het om een rolstoel afhankelijke vrouw gaat, in het artikel herkenbaar zijn. Voorts is de Raad van oordeel dat de vermelding van de straatnaam voor datgene waar het artikel over gaat niet relevant is en dat die vermelding derhalve disfunctioneel is. Verweerders hadden publicatie van de straatnaam achterwege kunnen laten, zonder afbreuk te doen aan inhoud en nieuwswaarde.

Een en ander leidt tot de conclusie dat met het vermelden van de straatnaam in het onderhavige geval grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Goudsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-53