2002/5 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.L. Verkijk

tegen

de hoofdredacteur van de Nieuwe Ooststellingwerver

Bij brief van 12 oktober 2001 met drie bijlagen heeft A.L. Verkijk te Nijeberkoop (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Nieuwe Ooststellingwerver (verweerder). Hierop heeft M. van Nieuwenhoven, uitgever, gereageerd bij brief van 6 november 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 december 2001. Klager en voornoemde Nieuwenhoven zijn daar verschenen.

DE FEITEN

In de Nieuwe Ooststellingwerver zijn twee ingezonden brieven van klager geplaatst en wel op 2 mei 2001 onder de kop "Gemeentehuis versus Stellingwerf College" en op 3 oktober 2001 onder de kop "Hondenbelasting".

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn ingezonden brieven ten onrechte niet volledig zijn gepubliceerd en dat verweerder aldus censuur heeft toegepast.
In verband met de publicatie van 2 mei 2001 is hem onder meer meegedeeld dat zijn brief onnodige stemmingmakerij bevatte, die de doorsnee Ooststellingwerver niet op prijs stelt. Verweerder dient zich van een dergelijk oordeel over de brief dient te onthouden, aldus klager. Hij meent voorts dat verweerder gehoor had moeten geven aan zijn verzoek om onder de brief te vermelden dat deze door verweerder was ingekort.
Verder stelt klager dat verweerder niet voorafgaand aan de publicatie van zijn tweede brief heeft meegedeeld dat ook deze brief zou worden ingekort. Door die inkorting is zijn mening, te weten dat de hondenbelasting in de gemeente Ooststellingwerf in vergelijking tot andere gemeenten relatief hoog is, onvoldoende tot zijn recht is gekomen.

Verweerder stelt dat verweerders eerste ingezonden brief te lang was om de essentie duidelijk te maken. Na telefonisch overleg met klager is hem de ingekorte versie ter beoordeling gegeven. Klager heeft zonder reserve ingestemd met die versie en was ook na plaatsing tevreden over de publicatie.
Wat betreft klagers tweede ingezonden stuk stelt verweerder dat de essentie van de brief in tact is gelaten. Alle omringende gemeenten met een hondenbelasting zijn genoemd en alleen de statistische opsommingen betreffende de rest van Friesland, waaronder de gemeenten Vlieland, Leeuwarden en Harlingen - die volgens klager de hoogste hondenbelasting kennen - zijn weggelaten. Verweerder merkt ter zitting op dat hij de door klager gemaakte vergelijkingen met laatstgenoemde gemeenten geen recht vond doen aan het gemeentebestuur van Ooststellingwerf. Hij wil de sfeer in de gemeenten waarin zijn krant verschijnt niet wil laten verpesten door ingezonden brieven.
Ten slotte stelt verweerder dat het in de Nederlandse krantenwereld gebruikelijk lijkt dat de redactie het recht heeft ingezonden brieven zo nodig in te korten. Aangezien de Nieuwe Ooststellingwerver te weinig ingezonden brieven ontvangt voor een vaste rubriek, wordt dat recht niet telkens in de krant genoemd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Dat de redactie in beginsel de vrijheid heeft inzonden brieven in te korten of te redigeren mag bekend worden verondersteld. (vgl. Gremmen/Telegraaf, RvdJ 2001/42). Volgens het vaste oordeel van de Raad dient de redactie bij het gebruikmaken van dit recht te voorkomen, dat afbreuk wordt gedaan aan de inhoud of de strekking van de ingezonden brief (vgl. Pels/Volkskrant, RvdJ 2001/40). Mits aan deze voorwaarde wordt voldaan, behoort het derhalve ook tot de redactionele vrijheid om ingezonden brieven te ontdoen van 'scherpe kantjes'.

Ter zake van de eerste ingezonden brief heeft klager niet weersproken dat hij heeft ingestemd met publicatie van de ingekorte versie, die verweerder hem vooraf ter goedkeuring heeft voorgelegd. De gestelde mededeling van verweerder dat de brief naar zijn mening 'onnodige stemmingmakerij bevatte' kan niet leiden tot de conclusie dat verweerder onfatsoenlijk jegens klager zou hebben gehandeld. Evenmin leidt het feit dat verweerder niet heeft voldaan aan klagers verzoek om onder de brief te vermelden dat de brief was ingekort, tot die conclusie.
Uit de tweede ingezonden brief zijn weliswaar zonder medeweten van klager zinsneden geschrapt, maar hij heeft niet aannemelijk weten te maken dat die passages zo een essentieel onderdeel van zijn brief uitmaakten, dat weglating ervan afbreuk zou doen aan inhoud of strekking ervan. De strekking van klagers brief - dat de gemeente Ooststellingwerf naar zijn mening te hoge hondenbelasting zou heffen - is volledig overeind gebleven, ondanks het weglaten van de vergelijkingen met een aantal Friese gemeenten.

Alles in aanmerking genomen kan niet worden geoordeeld dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Nieuwe Ooststellingwerver te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 februari 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-05