2002/49

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

X

 

 

 

tegen

 

 

 

de hoofdredacteur van BN/DeStem

 

 

 

Bij brief van 15 maart 2002 met een bijlage heeft mr. P.H. Hillen, advocaat te Tilburg, namens X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van BN/DeStem (verweerder). J. van Uffelen, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord bij brief van 15 april 2002. Daarop heeft mr. Hillen nog gereageerd bij schrijven van 6 mei 2002.

 

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 juli 2002. Mr. Hillen is daar namens klager verschenen en heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnota. Verweerder is niet verschenen.

 

 

 

DE FEITEN

 

 

 

Op 20 oktober 2001 is in BN/DeStem een artikel verschenen onder de kop “Een rijtjeshuis in Breda”. De intro van het artikel luidt:
Het is te bizar om waar te zijn. Dat vanuit een rijtjeshuis in de doodgewone (Y)straat in de Bredase wijk De Heuvel een organisatie gerund zou worden die geld inzamelt voor ’s werelds beruchtste terrorist Osama Bin Laden.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
(X) staat geregistreerd als bestuurslid van Muwaffaq, een organisatie die ervan wordt verdacht onder het mom van liefdadigheid terroristen financieel te steunen. ,,Mijn man zit niet bij die organisatie”, zegt de vrouw (van X). Zelf blijkt (X) niet op de beschuldigingen te kunnen reageren. ,,Hij is bij zijn ouders in Marokko. (…)”
en
Zo anoniem als (X) is in zijn eigen straat, zo bekend is hij op de islamitische basisschool Okba Ibnoe Nafi, de school aan de Bredase Archimedesstraat waar hij vanaf de oprichting in 1992 zeer nauw bij betrokken is.
Klager is de in het artikel bedoelde (X). Bij het artikel is een foto geplaatst van de woning van klager met als onderschrift “Het huis aan de (Y)straat”.

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

 

 

 

Klager stelt voorop dat hij ten onrechte als bestuurslid van de Stichting Muwaffaq (verder te noemen: de Stichting) stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Bovendien stond zijn adres ten onrechte als (post)adres van de Stichting vermeld in het verenigingenregister van de Kamer van Koophandel.
Het gebruiken van een deel van de naam en het weergeven van de straatnaam met afbeelding van het woonhuis is in het licht van de in het artikel geuite beschuldigingen onnodig stigmatiserend, aldus klager. Hij meent dat het gebruiken van de straatnaam, het afbeelden van zijn woning en het weergeven van de straat geen toegevoegde nieuwswaarde heeft.
Verder stelt klager dat berichtgeving als de onderhavige met terughoudendheid en uiterst zorgvuldig moet geschieden omdat na de terreuraanslagen van 11 september 2001 het risico bestond van een hetze tegen leden van de moslimgemeenschap in Nederland.
Klager betoogt dat verweerder niet terughoudend en zorgvuldig is geweest, en dat door de berichtgeving zijn privacy is geschaad. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat klager in het verspreidingsgebied van BN/DeStem woont. Klager is zeker binnen de Islamitische gemeenschap van Breda een bekend figuur. Met het vermelden van een deel van de naam van klager, het vermelden van de straatnaam en de afbeelding van zijn woning - in combinatie met in het artikel genoemde details - is ook zijn identiteit bekend geworden.

 

 

 

Verweerder stelt dat zijn redactie uitgebreid onderzoek heeft verricht naar de Nederlandse tak van de Stichting. Vrij kort na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg de redactie de tip dat die organisatie vermoedelijk banden had met de terreurorganisatie van Osama Bin Laden. Bij dit onderzoek is ook de Kamer van Koophandel geraadpleegd, waarbij de redactie stuitte op de naam van klager. De bevindingen hebben geleid tot een omvangrijke productie in de krant van 20 oktober 2001. Het gewraakte artikel met foto van klagers woning was daar slechts een onderdeel van.
Verder stelt verweerder dat het in een belangrijke kwestie de taak van een regionale krant is, om zo uitvoerig en duidelijk mogelijk te berichten over alles wat met de zaak te maken heeft. Daarin past ook een sfeerbeschrijving van alles wat zich in en rond de woning van de betrokkenen in het hart van het verspreidingsgebied van de krant afspeelt. Gezien de commotie rond de woning van klager diende de krant duidelijk te maken waar dat allemaal plaatsvond. Het noemen van de naam van de straat was in dat geval vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor het afbeelden de foto, aldus verweerder.
Hij wijst er ten slotte op dat klager onmiddellijk nadat hij twee dagen later terug was van een reis naar Marokko, uitgebreid in de gelegenheid is gesteld om zijn visie op het geheel te geven en de banden met de Stichting in alle toonaarden te ontkennen.

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

 

 

 

De klacht richt zich zowel tegen de tekst van het artikel als tegen de afbeelding van klagers huis. Mr. Hillen heeft ter zitting verklaard dat de kern van de klacht schending de privacy van klager betreft.

 

 

 

De Raad stelt voorop dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is (vgl. Van Veenendaal en Van Doorn tegen Van Zanten e.a., RvdJ 2001/25; De Kroon tegen Korver en Kouwenhoven, RvdJ 1997/15).

 

 

 

Verweerder mocht afgaan of de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Dit in aanmerking genomen, mocht klager met de Stichting in verband worden gebracht op de wijze zoals dat in de tekst van het artikel is gedaan. Het verwijt dat klager niet als ‘(X), bestuurslid van Muwaffaq en wonend aan de (Y)straat in Breda’ in het artikel vermeld had mogen worden, is ongegrond. (vgl. Korper tegen Afman en Nieuwe Revu, RvdJ 2000/46)

 

 

 

Het is niet ongebruikelijk berichtgeving als de onderhavige, die een relevant en (mogelijk) ernstig nieuwsfeit betreft, te illustreren met beelden van de woonomgeving van bij die berichtgeving betrokken personen. Bij het bepalen van de wijze waarop die woonomgeving wordt afgebeeld moet echter een afweging plaatsvinden tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die betrokken personen anderzijds, en dient de journalist in het algemeen te voorkomen dat de afgebeelde woning kan worden getraceerd. Blijkens de afgebeelde foto is ingezoomd op de woning van klager, terwijl het onderschrift van de foto luidt: “Het huis aan de (Y)straat.” Naar het oordeel van de Raad vormt dit, in aanmerking genomen hetgeen overigens omtrent de identiteit van klager in het artikel is vermeld, een te ver gaande inbreuk op klagers privacy. Bijzondere omstandigheden die een rechtvaardiging voor die inbreuk zouden kunnen bieden, zijn gesteld noch gebleken. Door nadrukkelijk de aandacht te vestigen op de woning van klager op de wijze zoals hij heeft gedaan, heeft verweerder derhalve grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is (vgl. Bakker tegen Van der Leij, RvdJ 2001/38 en X tegen Peter R. de Vries, RvdJ 1998/35).

 

 

 

BESLISSING

 

 

 

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de afbeelding van het woonhuis van klager. Voor het overige is de klacht ongegrond.

 

 

 

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/DeStem te publiceren.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

 

 

 

Uitspraak 2002-49