2002/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P. Hemelrijk

tegen

M. Schmidt (Het Parool)

Bij brief van 21 mei 2002 met drie bijlagen heeft P. Hemelrijk te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen M. Schmidt (verweerder). Hierop heeft verweerder gereageerd in een brief van 13 juni 2002 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 augustus 2002 in aanwezigheid van partijen. Schmidt heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 17 mei 2002 is in Het Parool een artikel van de hand van Schmidt verschenen onder de kop “Algemeen Dagblad weigert columns over Fortuyn”. In het artikel, dat gaat over een arbeidsgeschil tussen klaagster en het Algemeen Dagblad, wordt de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad O. Garschagen geciteerd als volgt:
Beide voorvallen hebben geleid tot een stevig gesprek, waarbij we Pamela hebben voorgesteld eens een flinke vakantie te nemen. Daarna komt ze ongetwijfeld uitgerust terug op de redactie en gaat ze wat ons betreft gewoon door.
Verder bevat het artikel de passage:
Hemelrijk zelf is niet bereikbaar voor commentaar, want met vakantie immers. Bovendien heeft ze een geheim nummer. De website van journalist-filmer Theo van Gogh biedt opheldering. Althans deels. Er staat, door haarzelf gelekt, de interne memo op van Garschagen. En de brief die zij daarop aan de hoofdredactie heeft geschreven. En de column die is geweigerd wegens zijn lengte. De uitkaffercolumn heeft ze kennelijk niet mee laten lekken.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagsters voornaamste bezwaar is dat verweerder geen wederhoor heeft toegepast. Het artikel gaat over een hooglopend en principieel conflict tussen klaagster en het Algemeen Dagblad, ontstaan ná de publicatie van een column van klaagster op de website van Theo van Gogh. Verweerder kon er dan ook niet mee volstaan slechts de lezing van Garschagen weer te geven. Verder stelt klaagster dat het artikel relevante onjuistheden bevat. Zo heeft zij zelf voorgesteld om vakantie op te nemen. Klaagster was thuis en verder via haar mobiele telefoon permanent bereikbaar voor het geven van commentaar. Het conflict gaat over één geweigerde column en niet over twee, zoals in het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd.

Verweerder stelt dat hij op de dag van publicatie rond 9.00 uur van zijn chef het verzoek kreeg om een artikel over de kwestie te schrijven. Aanleiding was de mededeling in het Algemeen Dagblad van die ochtend: “Pamela Hemelrijk is met vakantie”. Via de website van Theo van Gogh heeft verweerder kennisgenomen van het standpunt van klaagster. Dat vervulde de functie van ‘hoor’. Vervolgens heeft hij wederhoor verleend aan Garschagen, die hem daarbij onder meer meedeelde dat het conflict twee columns van klaagster betrof. Verweerder heeft daarna nog wel ten overvloede geprobeerd het telefoonnummer van klaagster te achterhalen, maar zonder succes. Aangezien de informatie van Garschagen de feiten ondersteunde, meende verweerder voldoende materiaal te hebben om het artikel te kunnen schrijven. Hij heeft dit gedaan, omdat klaagster - een collega-journalist - de mond werd gesnoerd en hij het wilde opnemen voor haar vrijheid van meningsuiting.
Wat betreft de vermeende onjuistheden, stelt verweerder dat Garschagen heeft gezegd dat de hoofdredactie klaagster heeft voorgesteld een vakantie te nemen. Over het aantal columns, dat voorwerp was van het geschil, bestaat verwarring. Verweerder heeft begrepen dat het ging over een door klaagster teruggetrokken, want geweigerde, column, die klaagster heeft vervangen en vervolgens opnieuw werd geweigerd. Het is dus de vraag of over één dan wel twee columns moet worden gesproken. Verder heeft hij te snel geconcludeerd dat klaagster een geheim telefoonnummer had. Hem is inmiddels gebleken dat dat niet het geval is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel gaat over een arbeidsconflict tussen klaagster en het Algemeen Dagblad. Aangezien verweerder aan de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad voluit de gelegenheid heeft geboden zijn visie op de kwestie uiteen te zetten en dus niet heeft volstaan met het vermelden van nieuwsfeiten, had hij niet mogen nalaten klaagster wederhoor te bieden.
Het betoog van verweerder dat de informatie in de stukken op de website van Theo van Gogh als ‘hoor’ en de visie van Garschagen als ‘wederhoor’ moeten worden aangemerkt, gaat niet op. Immers, het conflict is kennelijk eerst ontstaan ná publicatie van de bewuste stukken op de website van Theo van Gogh, nog daargelaten de vraag of verweerder die stukken als zodanige van klaagster afkomstige bronnen had mogen beschouwen, dat hij de daarin opgenomen informatie niet bij haar had behoren te verifiëren.
Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem gevergd kan worden om klaagster voor publicatie de gelegenheid te bieden commentaar op de kwestie te geven. Voorts valt niet in te zien, waarom verweerder niet met publiceren had kunnen wachten, totdat hij een reactie van klaagster had verkregen.

Door aldus over het geschil tussen klaagster en het Algemeen Dagblad te publiceren, zonder vermelding van een weerwoord van klaagster, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 oktober 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-46