2002/45 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
M. Zeeman
tegen
J. Mat en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad
Bij brief van 20 mei 2002 met een bijlage heeft M. Zeeman te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen J. Mat en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (verweerders). Hierop hebben voornoemde Mat en F.E. Jensma, hoofdredacteur, gezamenlijk geantwoord in een brief van 4 juni 2002 met een bijlage. Klager heeft zijn klacht vervolgens toegelicht in een schrijven van 19 juni 2002. Verweerders hebben daarop nog gereageerd bij brief van 4 juli 2002.

De zaak is buiten aanwezigheid van partijen behandeld ter zitting van de Raad van 23 augustus 2002.
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Klagers hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.
DE FEITEN
Op 22 april is in NRC Handelsblad een artikel van de hand van Mat verschenen onder de kop “Een kunstpaus gaat naar Rome – De vele reputaties van literatuurcriticus Michaël Zeeman”.
Het artikel bevat de volgende passages:
Zijn vijanden spreken van een dictatoriale, machtsbeluste man. Voor zijn vrienden, broers en zus is hij liefdevol, trouw, gevoelig. Hij struikelde vaak, maar viel nooit. Niet toen hij in de jaren tachtig werd gearresteerd op verdenking van verduistering van boeken. Niet toen zijn echtgenote Eva Cossée in de jaren negentig aangifte tegen hem deed wegens mishandeling. Niet toen de hoofdredactie van de Volkskrant hem – chef kunst – berispte omdat een personage in Zeemans prozadebuut sterk leek op een van zijn ondergeschikten. Altijd waren er mensen die hem beschermden, aan het woord lieten, eerden.
en
In 1986 werd hij gearresteerd op verdenking van verduistering van boeken uit De Tille, ter waarde van honderdduizenden guldens. De rechtszaak zou zeven jaar duren en eindigen met een afspraak om de strijd te staken. (…) De affaire bleek geen obstakel voor zijn loopbaan. Nog geen jaar na zijn arrestatie werd hij aangenomen als stafmedewerker letteren bij de Rotterdamse kunststichting.
en
Hij krijgt een reputatie. Dat hij vrouwen verslindt alsof het boeken zijn. Dat hij vrouwen slaat. Dat hij vreemde streken heeft.
en
Er zijn ook vrienden met alleen goede ervaringen. Schrijfster Yasmina Allas waardeert zijn oprechtheid. ,,Hij staat onbevangen in het leven. Hij kan zich ongelooflijk onveilig voelen. Dat maakt hem een kwetsbare jongen. Aan de andere kant is hij groot, ongrijpbaar. Hij heeft veel karakters in zich.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat een journalist bij het schrijven van een profiel gebruik behoort te maken van veel verschillende bronnen. Hij zal bereid moeten zijn, zijn aanvankelijke mening over de geportretteerde gaande het onderzoek te herzien, indien die bronnen daartoe aanleiding geven. Mat heeft echter haar resolute vooringenomenheid in het hele stuk volgehouden en klager - ten onrechte - gekarakteriseerd als een man van onaangename en dubieuze affaires, een leugenaar en een oplichter.
Bovendien is het artikel op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen, aldus klager. Mat heeft hem er begin april 2002 van op de hoogte gesteld dat zij een profiel van hem ging schrijven en hem verzocht om telefoonnummers van familieleden en vrienden te verstrekken. Daarbij deelde zij mee dat zij zich ruimschoots op de hoogte zou stellen van de levensloop van klager, zoals die zich in de ogen van derden heeft voltrokken, en van een breed scala aan oordelen over klager. Mat heeft echter nagelaten om contact op te nemen met bepaalde intimi van klager. Van degenen die zich ook positief over klager hebben uitgelaten, zijn alleen - zijdelings gemaakte - negatieve uitspraken of negatief uit te leggen uitspraken in het artikel opgenomen. Personen, met wie klager in het verleden aanvaringen heeft gehad, zijn daarentegen uitvoerig aan het woord gelaten. Volgens klager hebben verweerders aldus een kwaadwillige selectie van hun bronnen gemaakt. Hem is verder een kwalijke reputatie toegedicht, zonder nadere toelichting en zonder deugdelijke bronvermelding.
Verder is de berichtgeving over de juridische procedures, waarin klager betrokken is geweest, suggestief en onvolledig. Klager stelt dat de aangifte van zijn toenmalige echtgenote alleen is vermeld om stemming tegen hem te maken. Wat betreft zijn arrestatie wegens verduistering is niet vermeld dat die zaak na een half jaar is geseponeerd. Na het sepot heeft klager een schadevergoeding ontvangen, die aanzienlijk hoger was dan het indertijd gebruikelijke bedrag. Verder hebben verweerders verzuimd te vermelden dat ‘de rechtszaak van zeven jaar, die eindigde met een afspraak om de strijd te staken’ een civiel arbeidsconflict betrof. In het artikel is evenmin vermeld dat de Hoge Raad klager in deze procedure in het gelijk heeft gesteld. Volgens klager is de auteur van een profiel gehouden om feitelijke zorgvuldigheid en evenwichtigheid na te streven, juist en vooral wanneer het gaat om strafrechtelijke verdenkingen en hun verdere juridische afwikkeling, zulks om te voorkomen dat er een vals en belastend beeld ontstaat. Dit is in het onderhavige geval ten onrechte niet gebeurd, aldus klager.
Hij betoogt dat het profiel hem zowel persoonlijk als zakelijk aanzienlijke schade heeft berokkend.

Verweerders stellen dat zij voor het profiel van klager 31 personen hebben benaderd. Tien van hen wilden niet meewerken. Zestien mensen stemden ermee in ‘on the record’ met Mat te praten. Daarvan komen twaalf aan het woord, de overigen vielen af wegens ruimte gebrek. Van vijf personen die anoniem wilden blijven, zijn de uitspraken niet gebruikt. Alle 21 gebruikte bronnen hebben persoonlijk te maken gehad met klager. Zoals gebruikelijk, is klager tevoren op de hoogte gesteld van het voornemen een stuk over hem te schrijven. Hem is gevraagd om een kort interview en suggesties voor mogelijke bronnen. Mat heeft vervolgens zelf bepaald, met wie van deze bronnen contact werd opgenomen. De neerslag van de gesprekken betreft in alle gevallen slechts een paar regels, hetgeen onvermijdelijk is als veel bronnen aan het woord worden gelaten. De selectie betreft zeker niet alleen uitspraken die negatief uitgelegd kunnen worden. Bij de bronnenkeuze is met succes gestreefd naar een brede selectie.
Behalve op de 21 interviews is het artikel gebaseerd op archiefmateriaal. De daarin vermelde feiten, zoals de arrestatie van klager en de daarop volgende rechtszaak, horen thuis in een naar volledigheid strevend portret. Dat de Hoge Raad klager op alle punten in het gelijk heeft gesteld, heeft de wederpartij in Trouw van 17 oktober 2000 betwist. Die wederpartij was zelf niet bereikbaar en de uitspraak van de Hoge Raad was niet vóór de deadline beschikbaar. Indien de weergave van de afloop van de rechtszaak onjuist was, had klager dit kunnen aangeven, toen het stuk hem voor de publicatie werd voorgelegd. In het curriculum vitae van klager, dat in een kader bij het artikel is afgedrukt, staat: “1986 Arrestatie voor diefstal van boeken, 1987 Zaak geseponeerd”. De in het artikel vermelde rechtszaak betreft een civiele procedure rond het ontslag van klager uit de boekhandel. Om verwarring te voorkomen, was het correcter geweest als in het artikel de term ‘civiele’ was toegevoegd. De informatie, zoals weergegeven, is echter feitelijk juist en afdoende; de civiele zaak vloeide voort uit de arrestatie. Dat klager een schadevergoeding heeft ontvangen wegens onrechtmatige aanhouding is een detail, aldus verweerders. Het was niet nodig om dat te vermelden.
Voor verweerders heeft klager nu eenmaal de reputatie “Dat hij vrouwen verslindt alsof het boeken zijn. Dat hij vrouwen slaat. Dat hij vreemde streken heeft.” Dat blijkt uit de gevoerde gesprekken en wordt in het artikel aannemelijk gemaakt. Dat hij daarnaast onder familie en vrienden de reputatie heeft een liefdevol, trouw en gevoelig man te zijn, is evenzeer in het artikel vermeld.
Verweerders hebben klager wederhoor geboden. Aangezien zij in zijn reactie geen opmerkingen aantroffen over feitelijke onjuistheden, noch een opening voor een gesprek, zagen zij geen aanleiding daarop te reageren. Na publicatie van het artikel heeft de krant drie reacties ontvangen, waarvan er één is gepubliceerd.
Dat klager liever een ander profiel over zichzelf had gezien is voorstelbaar. Het gepubliceerde profiel is echter niet in strijd met de werkelijkheid en voldoet aan de normen van de krant voor het genre profiel, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager maakt bezwaar tegen de wijze, waarop verweerders al dan niet gebruik hebben gemaakt van bronnen. Hij stelt dat verweerders ervoor hebben gekozen om bepaalde personen niet te interviewen, omdat de mogelijk voor klager gunstige reacties hun niet uitkwamen en voorts een kwaadwillige selectie hebben toegepast op de aan hen verstrekte informatie, waardoor een eenzijdig en tendentieus beeld over hem is geschetst. Verweerders hebben dit standpunt gemotiveerd betwist, waarbij zij hebben aangegeven, hoe zij hun bronnen hebben geselecteerd en op welke wijze zij gebruik hebben gemaakt van de beschikbare informatie.

In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat een journalist bij het schrijven van een profiel als het onderhavige, niet neutraal te werk hoeft te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naar mate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerders die zorgvuldigheid niet in acht hebben genomen. Niet is gebleken dat aan het artikel geen deugdelijk bronnenonderzoek ten grondslag ligt. Dat bepaalde bronnen niet zijn vermeld, betekent niet dat zij niet zijn geraadpleegd. Verder zijn in het artikel zowel negatieve als positieve uitlatingen over klager weergegeven. Dat, zoals klager stelt, alleen zijdelings gemaakte negatieve uitspraken of negatief uit te leggen uitspraken zijn opgenomen, is niet gebleken. Voorts blijkt uit het artikel genoegzaam dat klager verschillende - positieve én negatieve - reputaties geniet. Gelet op de in het artikel opgenomen citaten en de daarbij vermelde bronnen, was een verdere bronvermelding daarover niet nodig.
Er is derhalve geen grond voor de conclusie dat verweerders op dit punt grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Dittrich/Dohmen en NRC, RvdJ 2002/23)

De Raad is echter wel van mening dat de berichtgeving over de juridische procedures waarin klager betrokken is geweest, niet zorgvuldig was. In het artikel is met name onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de strafrechtelijke en de civiele procedure. Verweerders hebben in dit verband ook erkend dat het beter was geweest als zij, waar het de civiele procedure betrof, ter nadere aanduiding de term ‘civiele’ hadden gebruikt. Bovendien is niet adequaat bericht over de voor klager gunstige afloop van de procedures. Aldus hebben verweerders op dit punt onvolledig en ten onrechte overwegend negatief over klager bericht, terwijl is gesteld noch gebleken dat bijzondere omstandigheden dat kunnen rechtvaardigen.

BESLISSING

De klacht is gegrond, voorzover klager verweerders verwijt dat zij onzorgvuldig hebben bericht over de juridische procedures, waarin hij betrokken is geweest. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 23 oktober 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.W.M. Kok en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-45