2002/44 deels gegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.W. Ruyssenaars en H.M. Honkoop

tegen

T.G. Biesemaat, de producent van ‘Adventure Time’ Recapp Projects B.V. en zendgemachtigde SBS Broadcasting B.V.

Bij brief van 6 februari 2002 met vier bijlagen heeft mr. J. Bredius, advocaat te Zeist, namens A.W. Ruyssenaars en H.M. Honkoop (klaagsters) een klacht ingediend tegen T.G. Biesemaat, de producent van ‘Adventure Time’ Recapp Projects B.V. en zendgemachtigde SBS Broadcasting B.V. (verweerders). Hierop heeft Biesemaat gereageerd bij brief van 11 maart 2002. Vervolgens heeft mr. R.P. van den Broek, juridische zaken SBS Broadcasting B.V. (hierna: SBS), op de klacht gereageerd in een brief van 22 maart 2002 met vier bijlagen. Ten slotte heeft A. van de Koppel, algemeen directeur van Recapp Projects B.V. (hierna: Recapp), op de klacht gereageerd bij schrijven van 24 maart 2002 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 augustus 2002. Klaagsters zijn daar verschenen vergezeld van mr. Bredius. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Biesemaat, Van de Koppel en mr. Van den Broek verschenen.
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad van een video-opname van de uitzending waarop de klacht betrekking heeft kennis genomen. Mr. Bredius en mr. Van den Broek hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities.

DE FEITEN

Tijdens een vakantie is de partner van klaagster Honkoop op 25 februari 1995 op de berg Kelimutu op het eiland Flores (Indonesië) vermist geraakt.
Nadat een aantal keren tevergeefs naar zijn lichaam was gezocht, heeft een Nederlands bergingsteam onder leiding van B. Stiefelhagen op verzoek van zijn zuster klaagster Ruyssenaars getracht dat lichaam te bergen. Biesemaat was daarbij aanwezig. Het lichaam is niet gevonden.

Aan de poging om het lichaam te bergen is aandacht besteed:
 in Outdoor Magazine van juli 1995 in een artikel van de hand van Biesemaat met de kop “Bergingsactie op een actieve vulkaan – De Kelimutu zwijgt”;
 in Onderwatersport van oktober 1995 in een artikel van de hand van Stiefelhagen met de kop “Bergingsactie op een actieve vulkaan – Het geheim van de Kelimutu”;
 in een aflevering van het programma ‘Adventure Time’ dat op 11 februari 2001 door SBS op televisie is uitgezonden (hierna: de uitzending).

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagsters betogen dat de artikelen in de sportmagazines en de uitzending een inbreuk vormen op de privacy van de vermiste en die van zijn nabestaanden. Zulke schending is mogelijk te rechtvaardigen om klemmende redenen van publiek belang, doch dergelijke redenen doen zich hier niet voor, zodat verweerders niet zonder vooraf van klaagsters verkregen toestemming hadden mogen publiceren en uitzenden. Verweerders hebben echter geen toestemming gevraagd en zelfs geen poging ondernomen om met klaagsters in contact te komen om hen op de hoogte te stellen van de publicaties. In dit verband is van belang dat zowel in de artikelen als in de uitzending de vermiste herhaaldelijk is genoemd, terwijl dit niet wordt gerechtvaardigd door een hoger publiek belang of de nieuwswaarde van de publicaties. Bovendien is het recht van klaagsters om alleen gelaten te worden en om het ‘eigen verhaal’ zelf te vertellen, zoals bijvoorbeeld is gebeurd in het tijdschrift Margriet in 1999, hetgeen een onderdeel is van de rouwverwerking, geschonden. Ook vinden zij het presenteren van de bergingsactie als een sportieve uitdaging in sportmagazines en een avonturenprogramma smakeloos en kwetsend.
Verder is volgens klaagsters sprake van schending van portretrecht, doordat in de uitzending de vermiste en Honkoop herkenbaar in beeld zijn gebracht.
Zij stellen ten slotte dat Biesemaat hen heeft misleid door zich destijds voor te doen als lid van het bergingsteam, hoewel hij als journalist is meegereisd met uitsluitend het doel om over de bergingsactie te kunnen publiceren.
Klaagsters betogen dat zij belang hebben bij een oordeel van de Raad, omdat daarmee kan worden voorkomen dat opnieuw ongeautoriseerde publicaties zullen plaatsvinden. Zij hebben Stiefelhagen er destijds, na publicatie van de artikelen in de sportmagazines, telefonisch van op de hoogte gesteld dat zij geen prijs stellen op dergelijke publicaties. Verder hebben zij toen geen stappen ondernomen, enerzijds uit dankbaarheid voor de ondernomen bergingsactie en anderzijds, omdat zij veronderstelden dat verdere publicaties achterwege zouden blijven. Het is klaagsters er thans om te doen dat aan de gebeurtenis geen aandacht meer wordt geschonken, zonder dat de nabestaanden om toestemming is gevraagd c.q. daarvan op de hoogte zijn gesteld.

Biesemaat stelt dat hij wel heeft meegewerkt aan de bergingsactie en zich tijdens die actie op geen enkele wijze als verslaggever heeft gedragen. Het artikel in Outdoor Magazine is eerst verschenen, nadat de bergingsactie was afgelopen. Het behoort tot de taak van een journalist om een dergelijk ooggetuigenverslag uit te brengen, aldus Biesemaat. In verband met zijn journalistieke werk heeft hij alle vrijheid de bergingsactie vanuit een sportief, avontuurlijk en natuur- en cultuur historisch oogpunt te beschrijven. Gezien de publiciteit die de familie destijds zelf heeft geïnitieerd waarbij de vermiste telkens voluit werd genoemd, was het bovendien niet meer dan normaal om diens naam ook te vermelden in het artikel in Outdoor Magazine. In latere publicaties heeft hij de naam niet meer vermeld.
Met betrekking tot de uitzending stelt Biesemaat dat hij, als lid van de redactie, de producent er nadrukkelijk op heeft gewezen dat deze voor de uitzending contact moest opnemen met de nabestaanden. Dat de vermiste in de uitzending is genoemd en een afbeelding van hem en Honkoop is getoond, valt niet onder zijn verantwoordelijkheid omdat hij daarop geen invloed kon uitoefenen.

Recapp stelt voorop dat de uitzending een product is van –10 Media, de door Biesemaat en zijn medevennoot gedreven onderneming, en dat Biesemaat als eindredacteur inhoudelijk verantwoordelijk is voor de uitzending. Recapp is ervan uitgegaan dat, gezien de eerdere publicaties van Biesemaat, de familie Ruyssenaars kennelijk geen bezwaar had tegen de uitzending. Biesemaat heeft er niet bij Recapp op aangedrongen om voor de uitzending contact op te nemen met klaagsters, maar daarover slechts een zijdelingse opmerking gemaakt.
Verder stelt Recapp dat de uitzending hoofdzakelijk gaat over het bevaren van een zwavelmeer, waarbij de verdwijning slechts een secundaire rol speelt. Daarbij komt dat de uitzending is gebaseerd op persoonlijke ervaringen van Stiefelhagen, die vrij is om daarover te vertellen. De in de uitzending getoonde foto is overgenomen uit de publicatie in het tijdschrift Margriet, waaraan Honkoop haar medewerking heeft verleend. Het tonen daarvan valt onder de vrijheid van meningsuiting, dan wel het citaatrecht. Klaagsters hebben, door veelvuldig mee te werken aan c.q. niet te protesteren tegen publicaties, ruimte geschapen om het verhaal - in de juiste context - nogmaals te brengen. Aangezien de inhoud van de uitzending in essentie niet afwijkt van hetgeen in Margriet is beschreven, is er geen sprake van onbehoorlijk gedrag jegens klaagsters.
Ten slotte meent Recapp dat de kwestie is afgehandeld. Recapp en SBS hebben naar aanleiding van de uitzending hun excuses aan klaagsters aangeboden en hun verzekerd dat het programma niet opnieuw zal worden uitgezonden.

Ook SBS stelt zich op het standpunt dat de zaak is afgedaan. Uit piëteit heeft SBS klaagsters kort na de uitzending schriftelijk toegezegd dat de uitzending niet zal worden herhaald. Deze toezegging is later opnieuw gedaan in een brief aan de advocaat van klaagsters. Aangezien klaagsters niet op die brief hebben gereageerd, mocht SBS ervan uitgaan dat de kwestie op een voor alle partijen wenselijke manier was opgelost. SBS heeft zich gehouden aan haar toezegging en bovendien is inmiddels ruim een jaar verstreken, nadat de uitzending plaatsvond. Volgens SBS hebben klaagsters derhalve geen belang bij hun klacht en zijn zij daarin niet-ontvankelijk.
Voor het geval klaagsters wel in hun klacht ontvankelijk zijn, betoogt SBS dat die jegens haar ongegrond is, enerzijds omdat zij geen partij was bij afspraken tussen klaagsters en Biesemaat en/of Stiefelhagen, anderzijds omdat Recapp haar heeft gevrijwaard voor alle aanspraken van derden die voortvloeien uit de uitzending. SBS betoogt dat niet van haar kan worden gevergd dat zij elk programma volledig inhoudelijk naloopt en controleert of toestemming van alle mogelijke betrokkenen is gevraagd en verkregen.
Verder betoogt SBS dat klaagsters met twee maten meten: zij stellen het recht te hebben om ‘alleen gelaten te worden’, terwijl Honkoop eind 1999 – en dus bijna vijf jaar na de vermissing - in Margriet een uitgebreid interview heeft gegeven. De stelling van klaagsters dat zij niet meer met de vermissing geconfronteerd willen worden, wordt daarmee ongeloofwaardig. Gezien de publicatie in Margriet, kunnen zij niet met succes betogen dat hun recht om ‘alleen gelaten te worden’ door de uitzending is geschonden, aldus SBS.
De uitzending bevat een neutrale weergave van de bergingsexpeditie die Stiefelhagen in opdracht van klaagsters heeft ondernomen. In de uitzending doet Stiefelhagen verslag van zijn bergingsactie, zoals Honkoop haar relaas deed in Margriet. De door Stiefelhagen in de uitzending vermelde feiten zijn algemeen bekend en in talloze media naar voren gebracht. Zijn relaas is integer en zonder nodeloze uitweidingen gebracht. Er bestaat geen regel dat het aan nabestaanden of anderen is voorbehouden hun ‘eigen’ verhaal te doen. Het aanvaarden van een dergelijke regel zou betekenen dat de media op een niet acceptabele manier de mond wordt gesnoerd, aldus SBS. Voor het uitzenden van het verhaal van Stiefelhagen was geen toestemming van klaagsters nodig. Bovendien is met de uitzending het algemeen belang gediend, omdat daarin toeristen worden geïnformeerd over de gevaren die zijn verbonden aan het bezoeken van exotische oorden.
Achteraf meent SBS dat het beter zou zijn geweest, indien voorafgaand aan de uitzending contact met klaagsters was gezocht, niet om toestemming te vragen, maar om hen op de uitzending te attenderen. Desondanks is de klacht ongegrond. Niet valt in te zien dat de vrijheid van meningsuiting in deze zou moeten wijken voor het recht op privacy van klaagsters, die de klacht hebben ingediend, niet zozeer om met rust gelaten te worden, als wel om te bewerkstelligen dat alleen zij over de vermissing mogen berichten. Een zodanig door klaagsters gepretendeerd ‘recht op eigen verhaal’ bestaat echter niet, aldus SBS.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Wat betreft de door SBS en Recapp opgeworpen vraag omtrent de ontvankelijkheid van klaagsters overweegt de Raad dat zijn Reglement geen termijn kent, waarbinnen een klacht op straffe van niet-ontvankelijkheid moet zijn ingediend. Het is niet aan de Raad bij wijze van algemene regel zodanige termijn te stellen.
Soms kan in verband met tijdsverloop het ingevolge artikel 2 lid 2 onder d van het Reglement vereiste rechtstreeks belang van een klager bij een oordeel van de Raad zijn komen te ontbreken of belemmert tijdsverloop een juiste beoordeling van de klacht. In beide gevallen blijft een oordeel over de klacht achterwege (vgl. onder meer: de Kok tegen Reijnders, RvdJ 2002/09 en Buck tegen Het Parool, RvdJ 2001/12).
Die situatie doet zich in het onderhavige geval niet voor, voorzover de klacht betrekking heeft op de uitzending. Enerzijds is niet gebleken dat verweerders in enig opzicht door het tijdsverloop zijn bemoeilijkt in hun verweer. Anderzijds bestaat geen grond om te concluderen dat klaagsters geen belang meer hebben bij een oordeel van de Raad over de uitzending. De enkele omstandigheid dat die uitzending niet zal worden herhaald, is daarvoor niet voldoende.

Het vereiste belang van klaagsters ontbreekt wel, waar het de artikelen in Outdoor Magazine en Onderwatersport betreft. Klaagsters hebben er destijds, na de publicaties in 1995, voor gekozen geen stappen te ondernemen. De Raad begrijpt klaagsters aldus, dat zij thans hun bezwaren tegen de artikelen slechts naar voren hebben gebracht als toelichting op de klacht dat verweerders met de uitzending jegens klaagsters onzorgvuldig hebben gehandeld. De bezwaren tegen de artikelen hebben aldus kennelijk geen zelfstandige betekenis. Er bestaat geen zodanige relatie tussen de uitzending en de artikelen, dat het belang van klaagsters bij een oordeel over de uitzending ertoe leidt dat zij ook bij een oordeel over de artikelen belang hebben.

BEOORDELING VAN DE KLACHT, VOORZOVER ONTVANKELIJK

De Raad stelt voorop dat zijn oordeel niet ziet op de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging. Zoals hierboven weergegeven, is slechts aan de orde of met de uitzending grenzen zijn overschreden van hetgeen journalistiek aanvaarbaar is.

Klaagsters stellen dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten voor de uitzending toestemming te vragen. Er is echter geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist, voorafgaand aan een publicatie, steeds toestemming behoort te vragen aan degene over wie hij publiceert. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen, die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
Dat betekent in dit geval dat klaagsters ten minste tevoren over de voorgenomen uitzending geïnformeerd hadden moeten worden, hetgeen verweerders ook alle (impliciet) hebben erkend (vgl. ook Ramaker tegen NCRV, RvdJ 1997/7). Bovendien hadden verweerders zoveel mogelijk tegemoet moeten komen aan de redelijke bezwaren die klaagsters op dat naar voren hadden kunnen brengen, te weten dat in de uitzending de vermiste herhaaldelijk nodeloos wordt genoemd. Er is geen grond om te oordelen dat de uitzending niet op dat punt geanonimiseerd had kunnen worden, zonder dat aan de nieuwswaarde daarvan afbreuk zou zijn gedaan. Ter zitting heeft Van de Koppel namens Recapp ook erkend dat hij de uitzending had kunnen anonimiseren, maar daartoe alleen vanwege tijdsdruk niet is overgegaan.
Overigens is de Raad van oordeel dat Biesemaat als journalist, Recapp als producent en SBS als zendgemachtigde op dit punt ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben. Dat zij, zoals zij stellen, dachten dat een van de anderen contact met klaagsters had gehad c.q. zou opnemen, ontslaat hen niet van die verantwoordelijkheid.

Voor het overige is de klacht ongegrond. De wijze waarop in de uitzending aandacht aan de vermissing is besteed, is niet disfunctioneel en evenmin als grensoverschrijdend aan te merken. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat Biesemaat zijn hoedanigheid van journalist voor klaagsters heeft verzwegen. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat klaagsters aan Stiefelhagen en niet aan Biesemaat opdracht hebben gegeven voor de bergingsactie.

BESLISSING

Klaagsters zijn in hun klacht niet-ontvankelijk, voorzover deze betrekking heeft op de publicaties in Outdoor Magazine en Onderwatersport.

De klacht betreffende de uitzending van ‘Adventure Time’ is gegrond, voorzover die ertoe strekt dat klaagsters ten onrechte niet vooraf over de uitzending zijn geïnformeerd en de uitzending wat betreft de vermiste niet is geanonimiseerd. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing op enigerlei wijze aandacht te besteden.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 oktober 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.W.M. Kok, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-44