2002/41 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.A.M. Somers

tegen

P. de Jong en de hoofdredacteur van Story

Bij brief van 7 januari 2002 met een bijlage heeft M.A.M. Somers te Mijdrecht (klaagster) een klacht ingediend tegen P. de Jong en de hoofdredacteur van Story (verweerders). Hierop heeft M. van der Werf, werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van Sanoma Uitgevers B.V., namens verweerders gereageerd bij verweerschrift van 27 juni 2002 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 juli 2002 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 26 december 2001 is in Story een artikel verschenen waarin bekende Nederlandse vrouwen vertellen hoe zij het moederschap combineren met hun werk. Het artikel bevat een passage over klaagster met de tussenkop “Monique Somers: ‘Tijdens mijn zwangerschap werd ik ontslagen’”. Verder bevat het artikel de volgende passage:
’(…) ik had wel het plan om na mijn ouderschapsverlof weer op de televisie terug te keren. Zover kwam het echter niet.’ Van de NOS kreeg Monique in 1998 te horen dat Diana Woei in haar plaats zou komen. Monique was freelancer en de NOS wilde de weermannen en vrouwen in vaste dienst nemen. Omdat Monique en de NOS er niet in slaagden deze onderhandelingen succesvol af te ronden, werd de weervrouw gedwongen thuis te zitten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij op 13 oktober 2001 is geïnterviewd door twee journalisten die zich voordeden als journalisten van het magazine Lifestyle. Het interview zou eind november 2001 worden geplaatst in een reeks over zes weermannen/vrouwen. Een weervrouw en twee weermannen zouden al zijn geïnterviewd. Klaagster heeft ingestemd met het interview, mede omdat de journalisten hun visitekaartje - met ‘Lifestyle’ erop – konden overhandigen. Verder zegden de journalisten toe dat klaagster het artikel voorafgaand aan de publicatie ter inzage zou ontvangen, tezamen met een afdruk van de foto die tijdens het interview van klaagster en haar dochtertje is gemaakt. Toen klaagster medio december bij Lifestyle naar het artikel informeerde, bleek dat zij geen interview met journalisten van Lifestyle had gehad. Ook bleek dat nog geen andere weermannen/vrouwen geïnterviewd waren.
Klaagster ontdekte vervolgens dat het artikel met foto in een geheel andere context in Story is verschenen. Zij zou echter nooit hebben meegewerkt aan een interview voor Story en meent dat zij door de journalisten is misleid. De journalisten hebben bovendien nagelaten haar het artikel vooraf ter inzage te sturen.
Daarnaast bevat het artikel diverse onjuistheden. Onder meer is niet juist dat klaagster is ontslagen, als freelancer werkte en na de beëindiging van de TV-weerpresentatie bij de NOS thuis zat.

Verweerders betwisten dat freelance-journalist P. de Jong en freelance-fotograaf J. Boertien zich tijdens het interview hebben voorgedaan als journalisten van Lifestyle. Zij hebben zich aan klaagster voorgesteld als het Persbureau Nederland en duidelijk gemaakt dat dit persbureau artikelen schrijft en foto’s maakt voor onder andere Lifestyle, Wijn aan Tafel en Story. De Jong en Boertien hebben geen visitekaartjes van Lifestyle. De Jong heeft klaagster wel een visitekaartje gegeven met daarop de naam van zijn persbureau.
Klaagster heeft vervolgens een interview afgegeven en toestemming verleend om foto’s te maken van haar en haar dochtertje. De Jong en Boertien hebben klaagster meegedeeld dat zij voornemens waren ook een aantal andere weermannen/vrouwen te interviewen. Dit is ook gebeurd met één weerman en één weervrouw. Omdat later bleek dat het aantal tv-weermensen werd teruggedrongen, heeft het persbureau de reportage over de weermannen/vrouwen niet voltooid.
Naar aanleiding van het interview heeft De Jong een vriendelijk kort artikel over klaagster geschreven en dit samen met de foto’s aangeboden aan Story. Het artikel is enigszins herschreven door de redactie van Story. Aangezien de inhoud niet grievend is jegens klaagster is haar geen toestemming voor publicatie gevraagd. Verweerders stellen dat de in het artikel vermelde feiten over klaagster ook zijn te vinden op klaagsters website en dat van onjuiste berichtgeving geen sprake is.
Overigens was het Story niet bekend dat het gewraakte artikel oorspronkelijk zou worden geplaatst ‘in een context over bekende Nederlandse weermannen/vrouwen’. Story treft dan ook geen blaam dat het artikel terecht is gekomen in een artikel over ‘het moederschap van bekende vrouwen’.
Ten slotte ontkennen verweerders dat aan klaagster is toegezegd dat zij het artikel vooraf ter inzage zou ontvangen. Daarover is in het geheel niet gesproken, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen:
a. klaagster is misleid, doordat de betrokken journalisten zich ten onrechte hebben voorgedaan als journalisten van Lifestyle;
b. de betrokken journalisten hebben in strijd met gemaakte afspraken nagelaten het artikel vooraf ter inzage aan klaagster te sturen;
c. het artikel bevat diverse onjuistheden.

Wat betreft onderdeel a. staan de standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar. Klaagster beschikt niet meer over het visitekaartje dat zij van De Jong heeft gekregen, zodat geen materiaal voorhanden is op grond waarvan kan worden beoordeeld of De Jong en Boertien zich al dan niet als journalisten van Lifestyle hebben voorgedaan. Reeds om deze reden kan dit onderdeel van de klacht niet slagen.

Voorts verschillen partijen erover van mening of afspraken over inzage vooraf zijn gemaakt. De Raad kan niet vaststellen of het door klaagster op dit punt gestelde juist is. Ook onderdeel b. van de klacht is derhalve ongegrond.

Ten aanzien van het derde klachtonderdeel overweegt de Raad het volgende. De tussenkop “Monique Somers: ‘Tijdens mijn zwangerschap werd ik ontslagen’” moet worden bezien in de context van de passage “(…) de NOS wilde de weermannen en vrouwen in vaste dienst nemen. Omdat Monique en de NOS er niet in slaagden deze onderhandelingen succesvol af te ronden, werd de weervrouw gedwongen thuis te zitten”.
Ook als een arbeidsrelatie na onderhandelingen over de voortzetting daarvan wordt beëindigd is het niet ongebruikelijk die beëindiging - voor zover het om de werknemer gaat - kortweg aan te duiden als ontslag. In de gewraakte tussenkop krijgt die term echter een zodanige lading dat verweerders er zonder meer beter aan hadden gedaan deze te vermijden. Deze tekortkoming is echter niet van zodanig gewicht dat verweerders daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Van relevante onjuistheden is voor het overige niet gebleken.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Story te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 oktober 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-41