2002/33 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F.P. Tros

tegen

de hoofdredacteur van de VPRO Gids

Bij brief van 22 april 2002 met een bijlage heeft F.P. Tros te Wons (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de VPRO Gids (verweerder). Klager heeft zijn klacht nader toegelicht in een brief van 6 mei 2002. Op de brieven van klager heeft P. Schrurs, directeur van de VPRO, gereageerd bij brief van 21 mei 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juni 2002 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

In de week van 20 april 2002 verscheen op de voorpagina van de VPRO Gids (nr. 16) een afbeelding van de STER-figuur Loekie de Leeuw aan een kruis genageld met als onderschrift “Asjemenou! Het belang van de boodschappen”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de illustratie blijk geeft van minachting voor de gevoelens van eerbied, liefde en aanbidding die klager koestert ten aanzien van Jezus Christus. De voorstelling van de gekruisigde Christus is niet alleen ‘heilig’ voor gelovigen maar ook voor iedere persoon die in deze bekende voorstelling het leed en lijden herkent van de mens, hem door zijn medemensen aangedaan. Klager acht niet aannemelijk dat verweerder ongevoelig is voor symboliek dan wel gebrek heeft aan inlevingsvermogen, zodat verweerder volgens hem opzettelijk zijn gevoelens, en die van andere gelovigen, heeft aangetast. Ingeval van werkelijke ongevoeligheid voor symboliek en wezenlijk gebrek aan inlevingsvermogen kan worden gesproken van schuldige onwetendheid, aldus klager.
Hij acht zich als gelovig christen persoonlijk en direct betrokken bij de afbeelding waarin de kruisdood van Jezus Christus belachelijk wordt voorgesteld, en meent dat hij in zijn persoonlijke belang is geschaad.

Verweerder meent dat de Raad niet tot een zodanige interpretatie van het begrip ‘directe betrokkenheid’ moet komen dat als gevolg daarvan voor iedereen die in het gebruik van een symbool als in voorliggend geval een ontheiliging ontwaart, de weg naar de Raad zou openstaan.
Verder geeft verweerder de Raad in overweging acht te slaan op de vraag of klachten over foto’s, spotprenten en/of cartoons ook tot het werkterrein van de Raad behoren c.q. zouden moeten behoren.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad bepaalt dat een klaagschrift moet worden ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt (vgl. onder meer: Nix e.a. tegen Frentrop en HP/De Tijd, RvdJ 2001/53; Hartman tegen Doornbos, RvdJ 2001/11; Spaans e.a. tegen Haagsche Courant, RvdJ 2001/01). Het een noch het ander doet zich hier voor. Klager heeft betoogd dat hij in deze kwestie als gelovig christen een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad. Alhoewel de Raad begrip heeft voor de gevoelens van klager, volgt hij klager niet in dat betoog. Het aldus door klager gestelde belang is daarvoor niet voldoende. Klager is derhalve in zijn klacht niet-ontvankelijk.
Met betrekking tot publicaties als de onderhavige, waarbij niet zo zeer een individueel belang maar eerder een collectief belang in het geding is, zou een klacht ingediend door een instantie die - blijkens haar statuten - tot doel heeft de belangen van het desbetreffende collectief te behartigen (zie bijvoorbeeld: Stichting Bestrijding Antisemitisme tegen VPRO Gids, RvdJ 1999/74) mogelijk wel ontvankelijk zijn.

Ten overvloede overweegt de Raad dat illustraties als de onderhavige niet zonder meer zijn onttrokken aan een inhoudelijk oordeel van de Raad. Immers, ingevolge het tweede lid van artikel 4, aanhef en sub c, van de statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek wordt voor de toepassing van deze statuten onder journalist onder anderen verstaan: "degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van een dagblad, nieuwsblad huis-aan-huisblad of tijdschrift voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto’s en andere illustraties, verslagen of artikelen". (zie ook: Meijer en Chapel tegen Van Raay, RvdJ 1982/11, waarin de Raad zich inhoudelijk over een spotprent heeft uitgelaten).

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de VPRO Gids te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 augustus 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-33