2002/32 gegrond

Bij brief van 17 april 2002 met een bijlage heeft M.L.M. Jacobs te Ouddorp (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Eilanden-Nieuws (verweerder). Hierop heeft J. Villerius, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 23 mei 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juni 2002 in aanwezigheid van klaagster. Verweerder is daar niet verschenen.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klaagster desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

 

DE FEITEN

Op 16 april 2002 is in Eilanden-Nieuws een artikel verschenen onder de kop 'Ouddorpse X 'diep onder de indruk'na aanslag op z'n leven'. De intro van het artikel luidt:
'In Eilanden Nieuws van 26 maart jl. stond een politiebericht, waarin kort melding werd gemaakt van een schietpartij op donderdagavond 21 maart aan de Oude Nieuwelandseweg in Ouddorp. Een 57-jarige man zou daarbij zijn geraakt, maar niet levensbedreigend zijn gewond aldus het bericht, dat besloot met te melden dat het slachtoffer naar het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam was gebracht en dat de recherche van het district De Eilanden een onderzoek heeft ingesteld.'
In het artikel wordt de heer X aan het woord gelaten en onder meer geciteerd als volgt:
''Ik liep om een uur of tien nog rond huis toen ik op de voordeur hoorde kloppen. Terwijl ik buitenom naar de deur liep, stond daar een broer van m'n ex-echtgenote. (') Hij deed 'n paar stappen naar voren, trok een pistool en schoot 'op 'n meter afstand 'gericht op m'n hoofd. Dat was raak en ik viel neer. Ik probeerde nog wat overeind te krabbelen om ergens dekking te zoeken. Daarop schoot hij n'rie keer, maar die kogels misten. Ik wist echter niet meer overeind te komen en bleef in een plas bloed liggen. Waarschijnlijk heeft m'n ex-zwager daarom verondersteld dat ik dood was en is 'ie weer vertrokken. Over het motief van de aanslag denkt X zonder meer dat het een 'staartje'is van de echtscheiding.'
Het slot van het artikel luidt:
'De politie heeft bevestigd over bovenstaande informatie te beschikken, maar ze heeft ook laten weten dat de dader nog niet is gepakt; het voltallige rechercheteam zit nog op de zaak.'
Klaagster is de bedoelde ex-echtgenote van X.

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat ten onrechte in het artikel is gesuggereerd dat zij en een van haar broers betrokken zijn bij de aanslag op X, haar ex-echtgenoot. De politie is nog druk doende de zaak te onderzoeken en doet over dit onderzoek geen mededelingen. Over de dader(s) is nog niets bekend. Overigens is de broer van klaagster niet door de politie gehoord.
Verder stelt klaagster dat het artikel louter is gebaseerd op het verhaal van X. Verweerder heeft ten onrechte nagelaten klaagster in de gelegenheid te stellen haar visie op de zaak te geven.
Er is derhalve sprake van eenzijdige berichtgeving, waarin aan het adres van klaagster en haar broer valse beschuldigingen zijn geuit, zonder toepassing van wederhoor, aldus klaagster.

Verweerder stelt dat X voor het artikel is geïnterviewd. Daarnaast is de persvoorlichting van de politie geraadpleegd, die de door X verstrekte gegevens heeft bevestigd. Verder beschikt verweerder over het proces-verbaal dat de politie ter zake heeft opgemaakt. Uit de veelheid aan informatie was in eerste instantie een uitgebreid artikel gemaakt, waarin over de toedracht en de mogelijke achtergronden van de aanslag werd bericht. Dit concept is teruggebracht tot het gewraakte artikel, waarin bewust de naam en woonplaats van de dader achterwege zijn gelaten. Bovendien is onvermeld gelaten of klaagster, wier naam eveneens bewust niet is genoemd, al dan niet achter de aanslag heeft gezeten. Ten slotte stelt verweerder dat over de dader of mogelijke betrokkenen en de motieven van de aanslag geen feitelijke beweringen zijn gedaan.
Volgens verweerder is het bericht zodanig opgesteld dat van lasterlijke berichtgeving noch van overschrijding van journalistieke fatsoensnormen sprake is.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel beweert X dat zijn ex-zwager, klaagsters broer, de dader is van de aanslag op zijn leven. Het motief van de aanslag zou volgens X 'een staartje van de echtscheiding'zijn. Aldus bevat het artikel zeer ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster en haar broer, te weten dat zij direct dan wel indirect bij de aanslag op X betrokken zijn.

Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van dergelijke ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zijn geuit door een geïnterviewde, maakt zulks niet anders (vgl. onder meer Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken tegen NOVA, RvdJ 2002/08). Verweerder had de beschuldigingen derhalve niet mogen publiceren zonder klaagster in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Verweerder heeft niet weersproken dat hij wederhoor achterwege heeft gelaten.

Voorts is X, als slachtoffer van de aanslag, duidelijk niet een zodanige bron dat verweerder zonder meer op zijn woorden mocht afgaan. Verweerder heeft in dit verband gesteld dat hij zich mede heeft gebaseerd op het proces-verbaal ter zake. Het is echter aannemelijk dat het proces-verbaal niet meer behelst dan een vastlegging van hetgeen X aan de politie heeft meegedeeld. Voorts zou de politie volgens verweerder hebben bevestigd 'over de door X verstrekte informatie te beschikken'. De Raad begrijpt deze stelling van verweerder aldus, dat de politie aan hem heeft bevestigd dat X een en ander daadwerkelijk ook aan de politie heeft verklaard. Dit betekent echter niet dat de politie daarmee heeft erkend dat de uitlatingen van X feitelijk juist zijn. Gegeven het feit dat het politie-onderzoek blijkbaar nog niet is afgerond, is ook aannemelijk dat de politie over de zaak geen inhoudelijke mededelingen doet. Aangezien het proces-verbaal en de verklaring van de persvoorlichter van de politie kennelijk geen zelfstandige, van X onafhankelijke informatie bevatten, kunnen deze niet dienen als onderbouwing van de juistheid van hetgeen X beweert. Ook anderszins is gesteld noch gebleken dat voor de door X geuite, zeer ernstige, beschuldigingen voldoende grondslag bestaat.

Gelet op het bovenstaande is de Raad van oordeel dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is, door de juistheid van de uitlatingen van X niet deugdelijk te verifi'n en na te laten wederhoor toe te passen.

 

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Eilanden-Nieuws te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 augustus 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-32