2002/30 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

Redactie Ook Dat Nog (KRO)

In een brief van 2 maart 2002 met 1 bijlage heeft X (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van KRO’s Ook Dat Nog (verweerder).
Hierop heeft M. Jonker, eindredacteur van Ook Dat Nog, gereageerd bij brief van 25 april 2002, met als bijlage een videoband met de gewraakte uitzending. Klager heeft bij faxbrief van 13 mei 2002 hier nader op gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 mei 2002 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Klager heeft zich in augustus 2001 gewend tot de redactie van Ook Dat Nog, een satirisch consumentenprogramma. Klager heeft zich beklaagd over het optreden van Gamma, door wie hij zich ten onrechte beschuldigd voelde van diefstal.

Het conflict tussen klager en Gamma bestond hieruit dat klager bij Gamma een prijskaartje had gezien met “80 liter cacaodoppen fl. 19,95”. Er waren echter geen zakken van 80 liter te koop, maar uitsluitend zakken van 70 liter. Het prijskaartje was derhalve fout. Klager stond erop een zak van 70 liter cacaodoppen mee te krijgen voor fl. 17,50. Gamma weigerde hiermee akkoord te gaan, waarop klager - die vond dat hij recht had op het prijsverschil - de zak meenam zonder te betalen. Gamma heeft klager daarop bericht dat hij niet meer welkom was in haar winkels, dat de politie was geinformeerd over diefstal van de zak cacaodoppen en dat klager alsnog fl. 19,95 moest overmaken op het gironummer van Gamma. Klager heeft vervolgens niet het gehele bedrag, maar een bedrag van fl. 17,50 overgemaakt.

Verweerster heeft de kwestie onderzocht en heeft in dat verband klager, Gamma en de Consumentenbond gehoord. Naar aanleiding daarvan heeft verweerster geoordeeld dat zij het standpunt van klager, dat hij ten onrechte van diefstal was beschuldigd, niet deelde. Zij heeft hem hierover geinformeerd.

In de uitzending van 30 september 2001 heeft verweerster aandacht aan de kwestie geschonken. Klager is in de uitzending aangeduid als “de heer K.” en is ook overigens niet herkenbaar opgevoerd. Het item, dat circa 5 minuten in beslag neemt, is aangekondigd als “bizar”. Het gedrag van “de heer K.” wordt op satirische wijze op de hak genomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voelt zich door verweerster beledigd, nu zijn hele sociale circuit naar de uitzending heeft gekeken. Hij vindt zichzelf en zijn verhaal herkenbaar. Hij meent niet geanonimiseerd, maar gecriminaliseerd te zijn. Onder het mom van satire is een valse beschuldiging van diefstal overgenomen. Verweerster gaat volgens klager op de stoel van de rechter zitten, terwijl de kwalificatie van diefstal juridisch niet correct is.
Volgens klager was de uitzending onzorgvuldig en in strijd met het journalistieke fatsoen.

Verweerster wijst erop dat zij zelf research pleegt en niet zonder meer het standpunt van een klager overneemt. Haar conclusie was dat het om een bizarre kwestie ging en dat klager de cacaodoppen niet zonder te betalen had mogen meenemen. De uitzending is niet anders dan een weergave, binnen een satirische context, van hetgeen zij al in een telefoongesprek met klager naar voren had gebracht. Klager is in de uitzending geanonimiseerd. Daarbij komt nog dat in de uitzending Gamma erop is gewezen dat het met die diefstal toch wel meeviel “nu de heer K. achteraf die fl. 17,50 heeft betaald en dat er dan toch helemaal niets meer aan de hand was”.
Verweerster meent voldoende zorgvuldig te hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerster heeft de klacht van klager onderzocht. Niet gebleken is dat dit onderzoek niet deugdelijk zou zijn geweest. Verweerster heeft zich op basis daarvan een oordeel kunnen vormen over de inhoud en achtergronden van het geschil tussen klager en Gamma. Niet weersproken is dat verweerster haar conclusies telefonisch aan klager heeft meegedeeld.

Klager zal zeker andere verwachtingen van de uitzending hebben gehad dan hetgeen door verweerster uitgezonden is. De gewraakte uitzending bevat echter geen feitelijke onjuistheden. Anders dan klager stelt, is ook de beschuldiging van diefstal door verweerster niet overgenomen. Bovendien is klager voldoende geanonimiseerd. Alleen personen aan wie hij zelf verteld heeft dat met de genoemde heer K. klager is bedoeld, zullen hem hebben kunnen herkennen. Dat laatste heeft klager in dat geval aan zichzelf te wijten.

Verweerster heeft niet gehandeld in strijd met hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in het programma Ook Dat Nog.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 augustus 2002 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2002-30