2002/22 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

drs. J.G. van der Land

tegen

de hoofdredacteur van TV Gelderland

Bij brief van 13 december 2001 met twee bijlagen heeft drs. J.G. van der Land te Barneveld (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TV Gelderland (verweerder). Hierop heeft A.P. Mallo, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 7 januari 2002 met drie bijlagen. Vervolgens heeft klager bij brief van 24 januari 2002 met vijf bijlagen op het verweerschrift gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 maart 2002 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 26 november 2001 is in een uitzending van het programma 'TV Gelderland Nieuws' (verder: de uitzending) aandacht besteed aan een op 24 november 2001 gehouden bijeenkomst van de Civilistische Alliantie. De nieuwslezeres introduceert het item als volgt:
"De extreemrechtse Civilistische Alliantie heeft op de Veluwe toch een oprichtingsvergadering gehouden. Dat leek eerst te mislukken omdat het wijkcentrum De Schakel in Nijkerk de Alliantie geen zaal wilde verhuren. De groepering reageerde woedend en dreigde met geweld. Uiteindelijk week de omstreden organisatie uit naar een andere locatie."
Over klager, die in de uitzending in beeld is gebracht en is aangeduid als 'Initiatiefnemer Alliantie', wordt door een voice-over het volgende bericht:
"In een restaurant in Barneveld wordt de Alliantie opgericht en houdt Van der Land toch zijn lezing over de bedreiging van de Islam. De eigenaar van het restaurant heeft geen idee wie ze heeft binnengelaten. (...) Van der Land is een zeer omstreden figuur binnen het CDA. Hij schrijft voor een stichting die lange tijd met geld het apartheidsregime in Zuid-Afrika ondersteunde."

Klager heeft zijn bezwaren tegen de uitzending kenbaar gemaakt en rectificatie verzocht in een brief aan de eindredacteur van TV-Gelderland van 27 november 2001. Adjunct-hoofdredacteur Mallo, voornoemd, heeft het verzoek tot rectificatie afgewezen bij brief van 10 december 2001.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat ten onrechte in de uitzending is beweerd dat hij "schrijft voor een stichting die lange tijd met geld het apartheidsregime in Zuid-Afrika ondersteunde". Volgens klager wordt gedoeld op de Stichting voor Ontwikkeling in Vrijheid. Deze stichting heeft nooit geld gezonden aan enig apartheidsbewind, maar voert daarentegen al jarenlang ontwikkelingsprojecten uit in Afrika. De stichting heeft hulp verleend aan mensen in nood, in onder meer door de rechtse verzetsbeweging UNITA beheerst gebied. Dat betekent niet dat die hulpverlening kan worden geassocieerd met sympathie voor de machthebbers aldaar, aldus klager. In het tijdschrift van de stichting, waarvan klager eindredacteur is, is bovendien nimmer enige sympathie geuit met het apartheidsbewind. Klager betwist dat hij ooit voorstander van het apartheidsbeleid is geweest.
Verder stelt klager dat zijn opvattingen niet als 'extreemrechts' kunnen worden aangeduid. Hij wijst er in dit verband op dat hij sinds 1963 lid was van de ARP en sinds de fusie in 1980 van het CDA. Klager meent dat de term 'extreemrechts' wordt geassocieerd met fascisten en nationaal socialisten en hij acht die term beledigend.
Aldus is naar de mening van klager sprake van onjuiste en lasterlijke berichtgeving.

Verweerder schetst allereerst de achtergronden van het nieuwsitem. Aanleiding tot het maken ervan was de ophef rond de plaats van de oprichtingsvergadering van de Civilistische Alliantie, waarbij de vermeende extreemrechtse signatuur van de alliantie voor problemen zorgde. Een verslaggever van TV Gelderland was bij de oprichtingsvergadering aanwezig om te bezien of de ophef en typering terecht waren. Voorafgaand aan die bijeenkomst en bij de uitwerking van het item heeft de verslaggever informatie vergaard bij diverse bronnen: artikelen uit andere media, woordvoerders van het CDA en Kafka, en op het internet geplaatste artikelen van de onderzoeksgroepen FOK en Kafka. Laatstgenoemde organisaties houden zich bezig met onderzoek naar extreemrechts. Van onjuiste berichtgeving is, aldus verweerder, geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht wordt, zoals klager ook ter zitting heeft aangegeven, gevormd door de volgende onderdelen:
a) het vermelden van de onjuiste bewering dat klager "schrijft voor een stichting die lange tijd met geld het apartheidsregime in Zuid-Afrika ondersteunde";
b) het onterecht gebruiken van de beledigende aanduiding 'extreemrechts'.

Wat betreft onderdeel a) stelt de Raad voorop dat, volgens zijn vaste oordeel, een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk moet gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor (zie onder meer: Van Katwijk tegen Hovius en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, RvdJ 2001/43).
Volgens verweerder is de bewering gebaseerd op onder meer een internetpublicatie van de organisatie FOK over het Oud-Strijders Legioen, die de volgende passage bevat: "Schenkels was niet vies van het blanke apartheidsbewind in Zuid-Afrika en de door haar gesteunde terreurbewegingen. Hij is medeoprichter en sekretaris van de Stichting voor Ontwikkeling in Vrijheid, een groep die vanuit Nederland door Zuid-Afrika gesteunde verzetsbewegingen in Angola en Mozambique steunen." Hieruit volgt echter niet dat de gewraakte bewering juist is, terwijl evenmin is gebleken dat verweerder de juistheid van de bewering heeft geverifieerd of ter zake wederhoor bij klager heeft toegepast. Aldus heeft verweerder de hiervoor vermelde norm geschonden en is dit onderdeel van de klacht gegrond.

Ter zake van onderdeel b) overweegt de Raad dat verweerder de term 'extreemrechts' niet heeft gebruikt ter aanduiding van klager maar als typering voor de Civilistische Alliantie. Gelet op de inhoud van de gehele uitzending acht de Raad dit gebruik niet ontoelaatbaar. Dat het klager kennelijk onwelgevallig is dat de kwalificatie 'extreemrechts' op hem afstraalt, zoals hij ter zitting heeft betoogd, betekent niet dat verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld zou hebben.

BESLISSING

Onderdeel a) van de klacht is gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma 'TV Gelderland Nieuws'.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 juni 2002 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mw. J.A. Koerts, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-22