2002/19 ongegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Mulholland Pictures B.V.

tegen

J. Schoorl, B. Wagendorp en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 3 december 2001 met elf bijlagen heeft A. de Jong namens Mulholland Pictures B.V. (klaagster) een klacht ingediend tegen J. Schoorl, B. Wagendorp en de hoofdredacteur van de Volkskrant (verweerders). De Raad heeft vervolgens afschriften ontvangen van een brief van P.I. Broertjes, hoofdredacteur, aan De Jong van 7 december 2001 en van een e-mailbericht van De Jong aan Broertjes van 10 december 2001. In een brief van 17 december 2001 met zes bijlagen hebben Schoorl en Wagendorp, mede namens de hoofdredactie van de Volkskrant, op het klaagschrift gereageerd. De Jong heeft daarop geantwoord in een brief van 11 januari 2002 met drie bijlagen. Hierop hebben Schoorl en Wagendorp ten slotte gereageerd in een brief van 29 januari 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 februari 2001. Namens klaagster zijn daar verschenen voornoemde De Jong, J. Krabbé, E. de Vries en mr. I.C. Roelands. Aan de zijde van verweerders zijn daar voornoemde Schoorl, Wagendorp en V. Lebesque, juridisch redacteur/adviseur van de Volkskrant, verschenen. Roelands en Lebesque hebben de onderscheiden standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.

Partijen hebben desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 24 oktober 2001 is op de voorpagina van de Volkskrant een artikel van de hand van Schoorl en Wagendorp verschenen onder de kop "Vermeend redde speelfilm Krabbé van ondergang". De intro van het artikel luidt als volgt:
"Toenmalig staatssecretaris van Financiën en huidig minister van Sociale Zaken Vermeend (PvdA) heeft in het voorjaar van 2000 hoogstpersoonlijk de film The Discovery of Heaven voor een voortijdige ondergang behoed. Hij deed dat door in te grijpen in de fiscale afhandeling van de financieringsconstructie".
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
"Vermeend overrulede een besluit van de belastinginspectie omdat het miljoenenproject van regisseur Jeroen Krabbé en producent Ate de Jong op een fiasco dreigde uit te lopen. Ook staatssecretaris Van der Ploeg en Tweede-Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven bemoeiden zich actief met de totstandkoming van de film. Van der Ploeg en Van Nieuwenhoven, beiden eveneens PvdA'ers, worden in de aftiteling hartelijk bedankt. Vermeend liet producent De Jong weten daarop geen prijs te stellen omdat hij het 'ongepast' achtte."
en

"De film (...) maakte deel uit van een zogenoemde film-cv, een commanditaire vennootschap met gunstige voorwaarden voor investeerders. Van de cv maakten ook de films Enigma en Fogbound deel uit. De problemen met de belastinginspectie ontstonden in maart 2000 rond de Engelse film Enigma. De belastinginspectie had ernstige twijfel over het Nederlandse element in Enigma. Zij zag op 22 maart 2000 af van een uitspraak over de cv (een ruling) omdat de indiener van de film-cv (...) onvoldoende had aangetoond welk deel van de productiekosten van Enigma naar Nederland zouden terugvloeien. (...) De afhandeling van een verbeterde aanvraag zou enkele weken duren omdat de betreffende belastinginspecteur op vakantie was. (...) De Jong belde Vermeend rechtstreeks, en bemerkte tot zijn verbijstering dat het probleem binnen enkele uren was opgelost. 'Maar ik moest hier wel discreet mee omgaan, zei hij.' Vermeend detacheerde twee ambtenaren van zijn ministerie bij de belastinginspectie. Hij deed dat ook omdat hij al eerder signalen had gekregen dat vanwege capaciteitsproblemen veel cv-aanvragen traag werden behandeld. Zes dagen nadat de ruling door de inspectie was aangehouden, volgde alsnog de goedkeuring."
In vervolg op dit artikel is diezelfde dag in de rubriek De Voorkant van de Volkskrant een artikel van Schoorl en Wagendorp verschenen onder de kop "Rode loper naar de filmhemel". De intro van dit artikel luidt als volgt:
"The Discovery of Heaven beleeft morgen zijn landelijke première. Hoe een dreigende catastrofe veranderde in een hoogtijdag voor de Nederlandse film. Vriendjespolitiek? 'Eenmaal heeft staatssecretaris Vermeend ons persoonlijk gered.'"
Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
"Bij MeesPierson draaien ze na de eerste afwijzing overuren om alsnog een sluitende cv in te dienen (...) Als de klus bij MeesPierson is geklaard, komt het volgende rampbericht uit Hilversum: de film-cv-inspecteur is met vakantie. Als hij terug is, zijn Krabbé en de zijnen de eersten. Maar dan is het te laat. (...) 'Ik heb één nacht niet geslapen', zegt De Jong. 'De volgende dag stond ik op en besloot tot actie over te gaan. Die ambtenaar had absoluut gelijk, onze enige kans was zijn hoogste baas. Die moest eroverheen. Hij moest de ambtenaren in Hilversum er alsnog toe zien te bewegen snel naar de cv te kijken.' (...) Het belletje met de staatssecretaris levert, tot De Jongs niet geringe verbazing, razendsnel resultaat op. 'Ik was verbijsterd dat hij überhaupt de telefoon aannam. Waarbij het misschien heeft geholpen dat ik aan wat name dropping deed: een film van Jeroen Krabbé, naar een boek van Harry Mulisch. Daar zijn ze wel gevoelig voor in Den Haag.' Vermeend toont inderdaad alle begrip, wat wellicht ook heeft te maken met het feit dat hij inmiddels Jeltje van Nieuwenhoven heeft gesproken, die door haar vriend Edwin de Vries van alle ins en outs op de hoogte is gebracht. De Jong: 'Hij zou binnen enkele uren terugbellen.' Aldus geschiedt. Op het ministerie zijn al meer 'signalen' binnengekomen over problemen met de verwerking van de cv-aanvragen. De Jongs klacht is de druppel en Vermeend detacheert twee ambtenaren in Hilversum om de cv's versneld te controleren. Vijf dagen later, op 28 maart, komt het verlossende telefoontje: goedgekeurd."
Het slot van dit artikel luidt als volgt:
"Na een vliegende start, vorige week in een aantal Amsterdamse bioscopen, is morgen de landelijke première. Een mooi succes, dankzij de indrukwekkende volharding van de makers, dankzij de genereuze Nederlandse belastingbetaler en een beetje dankzij, tja, hoe moet je dat noemen? Vriendjespolitiek? Ach, wat is vriendjespolitiek? Jeltje van Nieuwenhoven vindt dat daar in elk geval geen sprake van is geweest. 'Maar ik vind wel dat je je vrienden altijd moet helpen als je dat kunt.'"
In een faxbericht van 24 oktober 2001 heeft De Jong klaagsters bezwaren tegen de publicaties aan Broertjes kenbaar gemaakt. Hierop heeft Broertjes gereageerd in een faxbericht van 26 oktober 2001. De Jong heeft klaagsters bezwaren nader gepreciseerd in een faxbericht van 28 oktober 2001. Vervolgens heeft hij in een e-mailbericht van 11 november 2001 de kwestie voorgelegd aan de ombudsman van de Volkskrant. Aangezien de ombudsman voor langere periode afwezig was, heeft klaagster de onderhavige klacht ingediend.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de artikelen onjuistheden bevatten. Zo is volgens haar onjuist dat toenmalig staatssecretaris Vermeend de Hilversumse CV-belastinginspecteur zou hebben 'overruled'. Als een besluit wordt 'overruled' betekent dat, dat het besluit drastisch wordt veranderd. Daarvan was geen sprake. Het gebruik van het woord 'overrule' plaatst Vermeend ten onrechte in een veel actievere en ook negatievere positie dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Vermeend heeft geen inhoudelijke beslissingen genomen, maar alleen andere belastinginspecteurs beschikbaar gemaakt om zaken te behandelen. Dit kwam niet slechts klaagster maar ook anderen ten goede. De Jong heeft een en ander voor de publicatie telefonisch aan Schoorl meegedeeld. Schoorl heeft die informatie achtergehouden, door deze niet te vermelden. Het is voor iedereen gemakkelijk te verifiëren dat de Hilversumse CV-belastinginspecteur verantwoordelijk is gebleven voor de uiteindelijke ruling, aldus klaagster.
Zij stelt verder dat verweerders veel woorden hebben verdraaid. Het artikel bevat diverse onjuiste citaten van onder andere De Jong. Bovendien hebben verweerders de chronologie van de contacten onjuist weergegeven. Mede daardoor is de onterechte suggestie van vriendjespolitiek gewekt.
Volgens klaagster hadden de onjuistheden in de berichtgeving voorts gemakkelijk vermeden kunnen worden. Verweerders hadden wederhoor moeten toepassen bij klaagster, maar hebben dat nagelaten. Weliswaar hebben verweerders voorafgaand aan de publicaties telefonisch contact gehad met De Jong, maar deze is niet in de gelegenheid gesteld te reageren op informatie die verweerders van derden hadden verkregen. Daarnaast hadden verweerders wederhoor moeten toepassen bij Vermeend, die zich bereid had verklaard verweerders te woord te staan, maar dat hebben zij evenzeer nagelaten. Onder verwijzing naar onder meer een notitie van de woordvoerder van Vermeend betoogt klaagster dat niet volstaat dat verweerders die woordvoerder hebben gesproken. Verder hebben verweerders volgens haar verzuimd de gegevens bij de fiscale autoriteiten te verifiëren. Klaagster stelt in dit verband dat de artikelen geen actueel karakter hadden, zodat verweerders ruimschoots de gelegenheid hadden om hun bevindingen te verifiëren en wederhoor toe te passen.
Ten slotte betoogt klaagster dat verweerders aldus in de artikelen bewust een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven. Ten onrechte wordt klaagster geassocieerd met oneerbare lobbypraktijken en wordt gesuggereerd dat Vermeend onoorbaar heeft gehandeld door klaagsters CV te bevoordelen. Hierdoor zijn klaagster en minister Vermeend ten onrechte in een negatief daglicht gesteld. Klaagster wijst er in dat verband op dat naar aanleiding van de publicaties kamervragen aan Vermeend zijn gesteld. Ten gevolge van een en ander wordt klaagster ernstig benadeeld in haar huidige financiële onderhandelingen inzake nieuwe filmprojecten.

Verweerders ontkennen dat in de artikelen een foute voorstelling van zaken is gegeven. Klaagster en minister Vermeend zijn uit journalistiek oogpunt niet onnodig en onjuist in een negatief daglicht gesteld, aldus verweerders. Zij achten het van algemeen belang dat de wijze waarop politici zich hebben ingelaten met de totstandkoming en fiscale afhandeling van de film Discovery of Heaven in de openbaarheid wordt gebracht. Ter zitting wijzen zij erop dat onder meer uit de laatste zin van het artikel in De Voorkant blijkt dat in het midden is gelaten of sprake is van vriendjespolitiek. De artikelen bevatten, aldus verweerders, meer een zedenschets dan een onthulling van onoorbare praktijken.
Verder stellen verweerders dat in geen van de artikelen wordt beweerd dat Vermeend zich met de inhoudelijke beoordeling van klaagsters CV heeft bemoeid. Uitdrukkelijk wordt vermeld dat, behalve de tijdsdruk voor klaagster, ook de achterstand in de behandeling van andere CV's voor Vermeend aanleiding was tot ingrijpen. Niet de beoordeling van de CV staat in de berichtgeving ter discussie, maar de wijze waarop die beoordeling versneld tot stand kwam. Van het bewust achterhouden van relevante informatie is, aldus verweerders, geen sprake.
Zij stellen voorts dat De Jong voor de publicaties tweemaal telefonisch is geïnterviewd. Het laatste gesprek met hem hebben Schoorl en Wagendorp letterlijk genotuleerd; terwijl Schoorl De Jong interviewde, maakte Wagendorp de aantekeningen. De meeste van de door klaagster omstreden citaten zijn uit dat gesprek afkomstig.
Wat betreft het niet toepassen van hoor en wederhoor stellen verweerders dat hun informatie was gebaseerd op diverse in de publicatie genoemde bronnen, alsmede op anonieme bronnen, wier betrouwbaarheid verweerders grondig hebben gecontroleerd. Verder is gebruik gemaakt van bestaande en openbare bronnen, waaronder publicaties op internet, zoals de 'columns' van De Jong en het dagboek van Krabbé. Dat Vermeend zich bereid had verklaard verweerders desgewenst te woord te staan, is volgens verweerders niet van belang, aangezien zij van zijn persoonlijk woordvoerder al duidelijke antwoorden hadden gekregen die een nadere uitleg van Vermeend overbodig maakten. In vele eerdere contacten hebben verweerders de woordvoerder leren kennen als deskundig, betrokken en betrouwbaar. Er was geen reden om aan zijn reactie te twijfelen. Wat de woordvoerder namens Vermeend liet weten, beschouwden verweerders als het commentaar van Vermeend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat, voorzover wordt geklaagd over het niet toepassen van wederhoor bij Vermeend en over uitlatingen aan zijn adres, klaagster in haar klacht niet-ontvankelijk is, aangezien een eigen belang van klaagster ter zake ontbreekt (vgl. Willemsen tegen Köhler, RvdJ 2000/19).

Voorzover de klacht betrekking heeft op de vraag of De Jong in de artikelen juist is geciteerd, overweegt de Raad het volgende. De standpunten van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar en er is geen materiaal voorhanden, op grond waarvan kan worden vastgesteld dat De Jong in de telefoongesprekken met verweerders, zoals klaagster stelt, niet heeft gezegd wat hem in de mond wordt gelegd. Aldus kan niet worden geoordeeld dat verweerders op dit punt grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.

Klaagster betoogt verder dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten haar wederhoor te bieden. De Raad volgt haar niet in dit betoog. Vaststaat dat voorafgaand aan de publicaties tweemaal telefonisch contact tussen De Jong en Schoorl/Wagendorp heeft plaatsgevonden. Al zou juist zijn dat De Jong daarbij geen inzicht is gegeven in en niet de gelegenheid is geboden te reageren op informatie die verweerders van derden hadden verkregen, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, dan nog leidt dat niet tot de conclusie dat verweerders jegens klaagster journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Aan De Jong is in de artikelen voldoende ruimte gelaten om zijn visie op de kwestie uiteen te zetten. De aard van de van derden afkomstige gegevens en de wijze waarop die informatie in de artikelen is verwerkt, zijn - gelet op de uiteenzetting van De Jong en bezien in de context van de gehele artikelen - niet zodanig, dat deze voor verweerders aanleiding behoorden te zijn deze voor publicatie aan klaagster c.q. De Jong voor commentaar voor te leggen. Dit onderdeel van de klacht slaagt derhalve evenmin.

Voorts wordt klaagsters betoog dat zij in de artikelen ten onrechte in verband wordt gebracht met oneerbare lobbypraktijken evenmin gevolgd. Klaagster heeft ter zitting erkend dat de in het artikel beschreven contacten met de heer Vermeend en mevrouw Van Nieuwenhoven hebben plaatsgevonden. Ook al zou de chronologie in die contacten onjuist zijn weergegeven, dan nog is dat onvoldoende voor het oordeel dat verweerders daarmee grenzen hebben overschreden. Uit de publicaties blijkt duidelijk dat de hulp van Vermeend, het beschikbaar stellen van ambtenaren voor het beoordelen van klaagsters CV, moet worden gezien in het licht van de achterstand van het behandelen van andere CV-aanvragen. Bovendien heeft klaagster, door in de aftiteling van de film Discovery of Heaven de politici Van der Ploeg en Van Nieuwenhoven te bedanken zelf bijgedragen aan de indruk dat zij bij politici heeft gelobbyd. Ook voor het overige heeft de Raad geen onjuistheden van betekenis kunnen vaststellen.

BESLISSING

Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, voorzover deze betrekking heeft op het niet toepassen van wederhoor bij minister Vermeend en op uitlatingen aan zijn adres. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 mei 2002 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, drs. G.H.M.J. Bueters en mw. F.W. Dresselhuys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-19