2002/14 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

DE HOOFDREDACTEUR VAN DE BAARNSCHE COURANT

Bij brief van 17 augustus 2001 met een bijlage heeft mevrouw mr. J.H. van der Werf, advocaat te Soest, namens X (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Baarnsche Courant (verweerder). Hierop heeft C.J.M. Hoogendoorn, redacteur, gereageerd bij brief van 25 september 2001. De klacht is nader toegelicht in een brief van 29 oktober 2001 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2002 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 20 juli 2001 is in de Baarnsche Courant een artikel verschenen onder de kop “Evenredig co-ouderschap hét einddoel gescheiden Y”. De intro van het artikel luidt:
“Op 27 juni jongstleden stortte de wereld voor kolonel-arts Y echt volledig in. In een beschikking bepaalde de Arrondissementsrechtbank te Utrecht dat in de scheidingszaak zijn ex-echtgenote als overwinnaar uit de ongelijke strijd naar voren kwam en niet hij. Terwijl de vijftien jaar geleden tot Nederlander genaturaliseerde Bulgaar juist alle bewijzen aangedragen had, die duidelijk aangaven dat hem als uitmuntende vader niets te verwijten viel. De rechter ‘beloonde’ hem met een uiterst magere omgangsregeling, waardoor de waarnemend chirurg van Medisch Centrum Molendael en vaste chirurg in het Slotervaart ziekenhuis te Amsterdam zijn twee zoons amper kan zien.”
Het artikel bevat verder onder meer de passages:
“In zijn (Y’s) ogen heeft de rechter de plank flink misgeslagen door de naar zijn zeggen ‘onjuiste verklaringen gekoppeld aan het theatraal gedrag van zijn ex-vrouw’ zwaarder te laten wegen dan de door hem aangedragen waarheidsgetrouwe vaststaande feiten. (…) Om te proberen te redden wat er te redden valt, heeft hij zich gericht tot de Commissie Gelijke Behandeling in Utrecht. Via deze commissie wil hij een evenredig co-ouderschap bereiken en zo een hereniging met zijn kinderen afdwingen.”
en
“Onbegrijpelijk vindt de kolonel-arts het dat zijn bewijzen, getuigenverklaringen van onder meer (…) niet of onvoldoende in de overweging zijn meegenomen bij het oordeel van de rechtbank.”
Klaagster is de bedoelde ex-echtgenote van Y.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat het artikel suggestief is en onwaarheden bevat over de echtscheidings-procedure. Zo wordt onder meer in de intro ten onrechte beweerd dat de strijd bij de rechtbank tussen klaagster en haar ex-echtgenoot ongelijk is geweest. Beide partijen hadden zich van rechtsbijstand voorzien, hetgeen ook blijkt uit de vermelding in het artikel dat een ‘strijd tussen de advocaten’ had plaatsgevonden. Overigens is deze vermelding onjuist: het betrof een strijd tussen partijen, die door advocaten werden bijgestaan. Verder wordt ten onrechte de indruk gewekt dat door de rechtbank ‘onjuiste verklaringen gekoppeld aan het theatraal gedrag’ van klaagster zijn afgewogen tegen door haar ex-echtgenoot aangedragen waarheidsgetrouwe vaststaande feiten. Aan de beslissing van de rechtbank liggen geheel andere overwegingen ten grondslag. Uit het artikel blijkt niet dat verweerder kennis heeft genomen van de inhoud van die beslissing. Verweerder heeft geen behoorlijk bronnenonderzoek verricht en de lezers onjuist en onvolledig geïnformeerd Bovendien heeft verweerder nagelaten wederhoor toe te passen, aldus klaagster. Zij is door de berichtgeving in haar belangen geschaad, onder meer omdat zij wordt afgeschilderd als een toneelspeelster die tegenover de rechtbank onjuistheden verkondigt.
Voorts stelt klaagster dat door de wijze waarop zij in het artikel is aangeduid, voor een groot gedeelte van de inwoners van Baarn duidelijk is wie met ‘de ex-echtgenote van Y’ wordt bedoeld. Met de publicatie, en dus door toedoen van verweerder, zijn de problemen rond haar echtscheiding bekend geworden. Klaagster wordt te pas en te onpas, op het artikel aangesproken. Onder andere door de specificatie van de getuigenverklaringen die haar ex-echtgenoot in het geding heeft gebracht, zijn klaagster en haar kinderen publiekelijk te kijk gezet. Het artikel is dan ook jegens haar en haar kinderen onnodig grievend.

Volgens verweerder doet de subjectieve interpretatie van klaagster geen recht aan de inhoud van het artikel. De boodschap van het artikel is niet dat de ‘argumenten van de man niet even zwaar wegen als die van de vrouw in een huwelijksconflict’. De scheidingszaak van klaagster is louter een actuele casus, ter illustratie van het evenredig co-ouderschap dat in het artikel wordt geaccentueerd en door klaagsters ex-echtgenoot wordt nagestreefd. De inhoud van het bezwaarschrift van Y heeft als leidraad gediend, waarbij verweerder alleen mag worden aangerekend dat in het artikel een aantal aanhalingen uit het bezwaarschrift niet als zodanig is aangeduid. Dat geen behoorlijk bronnenonderzoek zou hebben plaatsgevonden, is dus niet juist.
Verweerder betwist dat hij onzorgvuldig met de belangen van klaagster en haar kinderen is omgegaan. De scheiding was intimi, buurtbewoners en andere ‘betrokkenen’ niet ontgaan en het achterliggende verhaal lag zeker in de buurt van klaagster op straat. Van een publiekelijk te kijk zetten is, aldus verweerder, absoluut geen sprake.
Verder stelt verweerder dat de opmerking over de ‘ongelijke strijd’ een eigen interpretatie is van de schrijver van het artikel, een vrijheid die een journalist zich mag permitteren. De bewering over ‘onjuiste verklaringen gekoppeld aan het theatraal gedrag van zijn ex-vrouw’ betreft een citaat van Y en is als zodanig weergegeven. Verweerder benadrukt dat in het artikel niet de beschikking van de rechtbank is besproken, maar het bezwaarschrift dat Y heeft ingediend bij de Commissie Gelijke Behandeling.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerder heeft gesteld dat het artikel gaat over het ‘evenredige co-ouderschap’ en de procedure van Y bij de Commissie Gelijke Behandeling. Daarbij heeft verweerder het bij de commissie ingediende bezwaarschrift van Y als leidraad genomen. In dat verband is melding gemaakt van de redenen waarom Y zich tot de commissie heeft gewend en is bericht over de echtscheidingszaak tussen klaagster en Y, en meer in het bijzonder over de procedure inzake het gezag over de kinderen.
Het artikel behelst enerzijds – zoals verweerder heeft aangegeven – het oordeel van de journalist over die procedure (‘een ongelijke strijd’) en anderzijds de mening van Y. Daarbij is klaagster neergezet als een theatrale leugenaarster, zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld haar visie op de kwestie te geven.
Door aldus op zeer eenzijdige wijze over het conflict tussen klaagster en Y inzake de kinderen te berichten heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is. Verweerder had over dit conflict terughoudender kunnen berichten zonder afbreuk te doen aan hetgeen, volgens hemzelf, de kern van de publicatie is: ‘het evenredig co-ouderschap’ en de procedure bij de Commissie Gelijke Behandeling.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Baarnsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 april 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. A. Herstel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-14