2002/13 niet-ontvankelijk ongegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

 

 

R. VAN BROEKHOVEN

tegen

 

 

 

 

J. VAN CASTEREN (DE GROENE AMSTERDAMMER)

Bij brief van 7 november 2001 met vijf bijlagen heeft R. van Broekhoven te Utrecht (klager) een klacht ingediend tegen J. van Casteren (verweerder). Hierop heeft Van Casteren gereageerd in een brief van 7 januari 2002.

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2002. Klager is daar verschenen, verweerder is niet verschenen.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

1. Op 8 september 2001 is in De Groene Amsterdammer een artikel van de hand van Van Casteren verschenen onder de kop “Vaklieden gezocht!”. De intro van het artikel luidt:
“De School voor Journalistiek (SvJ) moet weer een echt journalisteninstituut worden. Joris van Casteren, afgestudeerd aan de SvJ, sprak onder andere met adjunct-directeur Schaepman, die het als vastgeroest geldende docentencorps op stage wil sturen.”

 

 

2. Over klager, docent aan de bedoelde school te Utrecht (hierna: de School), wordt in het artikel bericht als volgt:
“Helemaal fout vindt hij (B. Determeijer, eveneens docent aan de School) de wassende stroom jonge docenten, zoals de onlangs aangestelde Remco van Broekhoven, die vrijwel direct na het eindgesprek voor de klas gaan staan. Determeijer: <>”

 

 

 

3. In De Groene Amsterdammer van 22 september 2001 is in de rubriek ‘Grrr’ een ingezonden brief geplaatst van voornoemde Determeijer, die onder meer schrijft:
“Storender vind ik dat ik een collega met name genoemd zou hebben, die vrijwel direct na zijn afstuderen docent werd en daardoor onder de maat zou zijn. Het noemen van die naam is volledig voor verantwoordelijkheid van Van Casteren. In ons gesprek is die naam volstrekt niet aan de orde geweest, in directe noch in indirecte zin.”
De rubriek bevat verder een ingezonden brief van A. Naber, parttime-docent aan de SvJ, die eveneens in het gewraakte artikel is genoemd en van K. Schaepman.

 

 

 

4. Vervolgens is in De Groene Amsterdammer van 6 oktober 2001 onder de kop “Correcties, aanvullingen en stommiteiten” het volgende bericht gepubliceerd:
“In het artikel Vaklieden gezocht van Joris van Casteren (in De Groene van 8 september) wordt geschreven dat de School voor Journalistiek in Utrecht na <> om stageplaatsen bij gerenommeerde dag- en weekbladen, deze heeft opgegeven. De SvJ laat weten dat er anno 2001 in werkelijkheid evenveel stageplaatsen bij kwaliteitsmedia zijn ondergebracht als vóór 1990, bij alle landelijke en regionale dagbladen. De naam van Remko van Broekhoven is niet correct gespeld en Bert Determeijer is geen Utrechts correspondent (meer) van NRC Handelsblad.”
Daarnaast is ook in deze editie van De Groene Amsterdammer een ingezonden brief betreffende het gewraakte artikel gepubliceerd.

 

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat Van Casteren heeft nagelaten hoor en wederhoor toe te passen en heeft verzuimd zijn informatie te verifiëren Daardoor is het artikel onjuist, zeer tendentieus en beschadigend voor zowel de School als voor diverse werknemers, waaronder klager. Hij wijst onder meer op de passage die hemzelf betreft, waarin zijn voornaam verkeerd is gespeld. Klager is verder niet ‘onlangs’ aangesteld, maar is sinds 1995 aan de School verbonden en heeft vanaf 1998 een vaste aanstelling. Voorts is geen sprake van een ‘wassende stroom jonge docenten’. Voor zover klager bekend is in de afgelopen vijf jaar één docent aangesteld die jonger was dan dertig jaar. Op klagers aanstelling kan deze uitspraak bovendien geen betrekking hebben, aangezien hij op dat moment vijf jaar geleden aan de School was afgestudeerd. Daarnaast zijn twee gegevens over klager niet genoemd, die de vermelding van klager als voorbeeld voor de stellingen van Van Casteren zinloos zouden maken. Allereerst is niet vermeld dat klager tien jaar als (freelance) journalist heeft gewerkt. Ten tweede is onvermeld gebleven dat klager geen docent Journalistiek is, maar docent Maatschappijvakken. Aldus figureert hij als enige docent van een niet-journalistiek vak in het artikel tussen verder alleen maar docenten Journalistiek, zonder dat dit vermeld wordt. Van Casteren heeft nagelaten klager te benaderen om de gegevens over hem te checken.
Verder stelt klager dat nadien geen bevredigende rectificatie is geplaatst, ondanks herhaald verzoek van de directie van de School. Hij wijst in dit verband onder meer op een e-mailbericht dat de directie op 15 oktober 2001 aan De Groene Amsterdammer heeft gestuurd en dat luidt:
“Nog een (hopelijk laatste) reactie op het artikel Vaklieden gezocht, over de School voor Journalistiek van Joris van Casteren (De Groene 8-9-2001). De redactie heeft weliswaar enkele onjuistheden gerectificeerd, maar een passage waarin van docent Remko van Broekhoven wordt beweerd dat hij onlangs, en vrijwel direct, na zijn afstuderen voor de klas kwam te staan, bleef onweersproken. Impliciet wordt Van Broekhoven gebrek aan ervaring toegeschreven. De directie van de School voor Journalistiek wil er op wijzen dat Remko van Broekhoven al vijf jaar bij de SvJ werkt en pas vijf jaar na zijn afstuderen als docent werd aangesteld. Wat betreft zijn ervaring: Van Broekhoven voltooide naast de studie aan de SvJ ook een studie politicologie. Hij schreef onder meer voor FNV-magazine, HP/De Tijd, Nieuwe Revu, Onze Wereld en De Groene.”
Ten gevolge van een en ander is hij publiekelijk in diskrediet gebracht en gebleven, aldus klager.

 

 

Verweerder stelt dat De Groene Amsterdammer de School voldoende tegemoet is gekomen, onder meer door ruimhartig ingezonden brieven te plaatsen.

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat klager, voor zover hij klaagt over uitlatingen jegens anderen (de School en collega’s van klager) in zijn klacht niet-ontvankelijk is, aangezien een eigen belang van klager ter zake ontbreekt (vgl. Willemsen tegen Köhler, RvdJ 2000/19).
Wat betreft de hierboven aangehaalde passage, waarin klager wordt genoemd, overweegt de Raad dat klager daarin als voorbeeld wordt gebruikt voor docenten van onvoldoende (journalistiek) kaliber. Uit hetgeen klager daaromtrent heeft gesteld, is genoeglijk gebleken dat de keuze van verweerder om klager als voorbeeld te noemen ongelukkig is. De Raad is echter van oordeel dat deze keuze, bezien in het licht van het gehele artikel, niet van zodanige aard is dat verweerder daarmee grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen, dat in De Groene Amsterdammer verschillende ingezonden brieven met kritiek op het gewraakte artikel zijn gepubliceerd, waaronder de hiervoor onder DE FEITEN aangehaalde brief van Determeijer, waarin deze afstand neemt van de aan hem toegeschreven uitlatingen waarop de klacht gericht is.

 

 

 

 

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere passages dan in de rubriek DE FEITEN onder 2 vermeld. Voor het overige is de klacht ongegrond.

 

 

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Groene Amsterdammer te (laten) publiceren.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 maart 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. A. Herstel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

 

 

 

Uitspraak 2002-13