2002/12 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Augspurger en J. Dijkstra

tegen

M. Benjamin, A. Oerlemans en de hoofdredacteur van De Dordtenaar

Bij brief van 29 oktober 2001 met een bijlage hebben J. Augspurger en J. Dijkstra te Dordrecht (klagers) een klacht ingediend tegen M. Benjamin, A. Oerlemans en de hoofdredacteur van De Dordtenaar (verweerders). Hierop hebben verweerders gezamenlijk gereageerd bij brief van 22 november 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 januari 2002. Klagers zijn daar verschenen, verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 23 oktober 2001 is in De Dordtenaar een artikel van de hand van Benjamin verschenen onder de kop “Dordtenaar boos op maker Teleac-programma”. Het artikel gaat over de grieven van C. Koopman tegen een Teleac-uitzending over het opvoeden van kinderen met een handicap (hierna: de uitzending). In de uitzending werd aandacht besteed aan Dijkstra en haar invalide dochter. Daarnaast verscheen Augspurger, partner van Dijkstra, met zijn kinderen in de uitzending. C. Koopman, de ex-schoonvader van Augspurger, zegt in het artikel over de uitzending onder meer:
“,Een verkeerde voorstelling van zaken en de moeder van de betreffende kinderen was niet op de hoogte.” en
“De kinderen wonen bij hun moeder, mijn dochter. Ze gaan één dag per week in het weekend naar hun vader. Nu leek het alsof die de zorg voor de kinderen heeft. Mijn dochter is er door veel mensen verontwaardigd op aangesproken, mensen die wisten dat het niet klopte.”
Augspurger wordt in het artikel geciteerd als volgt:
“Vader Julius Augspurger vindt de ophef overdreven. ,,Ik vond het een heel goed programma (...) en we hebben er veel goede reacties op gehad. We hebben in het voorgesprek wel degelijk gezegd dat mijn kinderen maar één dag bij ons zijn. In de uitzending leek het anders. Maar daar ging het niet om.””
In het artikel wordt verder H. Emans, de producent van de uitzending, aan het woord gelaten. Deze zegt onder meer:
“Emans erkent dat er geen contact is geweest met de moeder van deze kinderen. ,,De vader werkte mee en of die er met zijn ex over praat, gaat ons niet aan.””

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de bewering van Koopman, inhoudende dat zijn dochter niet op de hoogte was van de uitzending, niet juist is. Door die bewering wordt ten onrechte de indruk gewekt dat klagers niet integer hebben gehandeld. Verweerders hadden deze bewering niet mogen publiceren, omdat Augspurger voor publicatie aan Benjamin heeft meegedeeld dat die bewering onjuist is. In zijn gesprek met Benjamin heeft Augspurger verder uiteen gezet dat er een conflict bestaat tussen hem en zijn ex-schoonfamilie. Benjamin heeft gezegd daarmee rekening te houden, maar uit het artikel blijkt niet dat hij dat ook daadwerkelijk heeft gedaan, aldus klagers. Zij menen dat verweerders gebruik hebben gemaakt van een bron, de ex-schoonvader van Augspurger, waarvan zij niet konden aannemen dat deze betrouwbaar is.
Volgens klagers is sprake van subjectieve berichtgeving, terwijl geen maatschappelijk belang met die berichtgeving is gediend. Verweerders hebben het belang van Koopman boven dat van klagers gesteld en aldus jegens hen onzorgvuldig gehandeld. Ten slotte stellen klagers dat in het artikel de namen van beide kinderen van Augspurger zijn genoemd, hetgeen een onacceptabele inbreuk op hun privacy vormt.

Allereerst stellen verweerders dat Benjamin, toen Koopman zich tot de redactie had gewend, een video-opname van de uitzending heeft bekeken. Bovendien heeft hij kennis genomen van een brief van Koopman aan Teleac en van het antwoord van H. Emans, de producent van het programma. Voorts heeft hij telefonisch contact opgenomen met Emans en met Augspurger, gesproken over de klacht van Koopman en over het voornemen daarover te berichten. Verweerders waren zich bewust van de gevoeligheid van het onderwerp. Conflicten tussen ex-echtgenoten zijn niet snel aanleiding voor een publicatie, maar dat wordt anders als in een voor een breed publiek op de publieke omroep uitgezonden programma onjuiste informatie wordt verstrekt, die kwetsend kan zijn voor de andere partij. Om die reden is gekozen voor een publicatie over de klacht over de uitzending, aldus verweerders.
Verder stellen zij dat de partijen in het conflict hetzelfde beeld van de feitelijke gezinssituatie gaven, maar op één punt van mening verschilden: de informatie die de ex-echtgenote van Augspurger voor de uitzending heeft gekregen. Vaststaat dat de programmamaker haar niet heeft geïnformeerd. Augspurger heeft in het telefoongesprek voorafgaand aan de publicatie gezegd dat hij zijn ex-vrouw wel over de uitzending heeft geïnformeerd. Na publicatie heeft Benjamin in een telefoongesprek met Augspurger erkend dat de passage ‘de moeder van de betreffende kinderen was niet op de hoogte’ beter achterwege had kunnen blijven, maar een rectificatie achtten verweerders niet nodig. Zij hebben Augspurger de mogelijkheid van een ingezonden brief geboden, maar daarvan heeft hij geen gebruik gemaakt.
Verweerders menen dat sprake is van een objectief artikel. Zij wijzen er verder nog op dat alle voornamen van klagers en hun kinderen ook in de uitzending zijn genoemd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht betreft de publicatie van het aan Koopman toegeschreven citaat, inhoudende dat zijn dochter niet op de hoogte was van de uitzending. Ter zitting heeft Augspurger in dit verband nog verklaard dat hij zijn ex-echtgenote heeft geïnformeerd nadat de kinderen waren gefilmd, maar voordat de uitzending plaatsvond. Verder heeft hij ter zitting te kennen gegeven dat hij het sturen van ingezonden brief niet de geëigende weg vond voor het geven van een reactie.
Verweerders hebben toegegeven dat zij het citaat beter achterwege hadden kunnen laten. Zij hadden ook, in verband met de door hen onderkende gevoeligheid voor het onderwerp – de zorg voor een gehandicapt kind tegen de achtergrond van een verstoorde familieverhouding – ervoor kunnen kiezen in het artikel tot uitdrukking te brengen dat Augspurger met zijn ex-schoonfamilie van mening verschilt over het antwoord op de vraag of zijn ex-echtgenote tevoren ervan op de hoogte was dat de uitzending mede betrekking zou hebben op hun beide kinderen. Dat verweerders het een noch het ander hebben gedaan kan echter niet leiden tot het oordeel dat verweerders hebben gehandeld in strijd met enige norm van behoorlijk journalistiek handelen. Bij dit oordeel heeft de Raad mede in aanmerking genomen dat klagers weliswaar hebben gesteld dat de ex-echtgenote van Augspurger wist dat de uitzending zou plaatsvinden, maar niet dat zij ervan op de hoogte was dat daarin de indruk werd gewekt dat niet zij maar Augspurger de dagelijkse zorg voor de kinderen had.
Bij de klacht dat de privacy van de kinderen geschonden is omdat in het artikel hun namen worden genoemd, wordt uit het oog verloren dat die namen ook, en met instemming van klagers, reeds genoemd waren in de uitzending.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Dordtenaar te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 maart 2002 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. A. Herstel, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2002-12