2001/8 ongegrond

 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

 

 

A.M.C. van Hemert

 

 

 

tegen

 

 

 

F. Pruim, De Telegraaf, F. van der Krol en Rotterdams Dagblad

 

 

 

Bij brief van 16 oktober 2000 met vijf bijlagen heeft A.M.C. van Hemert (klaagster) een klacht ingediend tegen F. Pruim, De Telegraaf, F. van der Krol en Rotterdams Dagblad (verweerders). Hierop hebben Van der Krol en Rotterdams Dagblad gereageerd in een brief van 9 november 2000 met bijlage en hebben Pruim en De Telegraaf gereageerd in een brief van 17 november 200 met bijlage.

 

 

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 februari 2001. Klaagster is bij de zitting aanwezig geweest vergezeld door G.W.D. Jeelof. Namens Rotterdams Dagblad zijn verschenen Van der Krol voornoemd en H. Soeters. Pruim en De Telegraaf zijn niet verschenen.

 

 

 

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

 

 

Klaagster is wethouder en loco-burgemeester in Oud-Beijerland. Zij is betrokken bij de plaatselijke politieke partij Bint, die onder meer strijd voert tegen drugsoverlast in het dorp. Begin september 2000 heeft een ex-koffieshophouder uit Oud-Beijerland, wiens koffieshop mede door toedoen van Bint was gesloten, een videoband toegespeeld aan de politie en de media. Op deze videoband, die met een verborgen camera is opgenomen, staan beelden van twee personen die drugs dealen in een pand in Oud-Beijerland. Naar aanleiding van de videoband heeft de politie een inval gedaan in het desbetreffende pand. Daarbij is de 20-jarige dochter van klaagster opgepakt en beschuldigd van handel in harddrugs.
Verweerders hebben deze kwestie breed uitgemeten in hun kranten. De Telegraaf heeft hierover op 8 en op 12 september 2000 twee artikelen gepubliceerd van de hand van Pruim, het Rotterdams Dagblad op 7, 8 en 9 september 2000 een drietal artikelen van de hand van Krol. In al deze artikelen is, zowel in de koppen als in de tekst, de nadruk gelegd op het feit dat het hier de dochter van de wethouder betrof. Bij het artikel van 9 september 2000 is tevens een archieffoto van klaagster geplaatst.

 

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voelt zich onheus bejegend door verweerders. Zij stelt dat zij niets met de zaak te maken heeft, nu haar dochter meerderjarig is en al twee jaar niet meer bij haar in huis woont. Dat verweerders in de gewraakte artikelen haar naam, haar functie en haar foto hebben gepubliceerd vindt zij een schending van haar privacy. De situatie was voor haar - als moeder - al niet makkelijk, maar door het handelen van verweerders heeft klaagster zich enige weken 'opgejaagd wild' gevoeld en zich aldus voor een dubbel probleem gesteld gezien.

 

 

De Telegraaf stelt dat klaagster sinds haar benoeming als wethouder een publiek figuur is in Oud-Beijerland, die in een glazen huis leeft. Op het moment dat haar - eveneens in oud-Beijerland wonende - dochter bij een politie-inval wordt gearresteerd in verband met de handel in harddrugs, is het onontkoombaar dat dat veel stof doet opwaaien in het dorp. Dat de dochter meerderjarig is en niet meer thuis woont doet daar niet aan af. Voorts wijst De Telegraaf erop dat de videoband een wraakactie van de ex-koffieshophouder lijkt te zijn geweest, hetgeen de zaak extra curieus en dus interessant maakte. De Telegraaf stelt dat de berichtgeving zorgvuldig is geweest, nu klaagster voldoende ruimte heeft gekregen voor commentaar.

 

 

 

Ook het Rotterdams Dagblad wijst op de strijd tussen de ex-koffieshophouder en Bint. Door het bezorgen van de videoband bij de politie en de daarop gevolgde politieactie was sprake van nieuws. Het Rotterdams Dagblad stelt dat de wethouder door haar publieke functie een bekend persoon is in Oud-Beijerland en behoort tot de categorie personen die zich door het aanvaarden van een openbare functie een aantasting van de persoonlijke levenssfeer moeten laten welgevallen. De kwestie reikte volgens het Rotterdams Dagblad veel verder dan de privé-situatie van de wethouder. Het Rotterdams Dagblad meent zorgvuldig te hebben gehandeld, mede nu klaagster en de Bint-fractievoorzitter zich in het Rotterdams Dagblad hebben kunnen verweren. Wel heeft het Rotterdams Dagblad ter zitting verklaard dat de publicatie van de archieffoto van klaagster achteraf bezien geen schoonheidsprijs verdient.

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kwestie speelt zich kennelijk af tegen de achtergrond van een strijd tussen een ex-koffieshophouder en Bint. Berichtgeving hierover ligt, in de context van de lokale politiek, voor de hand. Dat in de berichtgeving breed wordt uitgemeten dat de dochter van de wethouder is gearresteerd is, nu de dochter in dezelfde gemeente woont als haar moeder, niet onlogisch. Hoewel dit uiteraard pijnlijk is voor klaagster, is dit gevolg van het feit dat zij door haar publieke functie een bekend persoon is in Oud-Beijerland. Zij zal zich daardoor een zekere mate van aantasting van haar persoonlijke levenssfeer moeten laten welgevallen. Mede nu klaagster door ieder van verweerders in de gelegenheid is gesteld op de kwestie te reageren, gaan de publicaties de grenzen van hetgeen naar journalistieke maatstaven aanvaardbaar is, niet te buiten.

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

 

 

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Telegraaf en in het Rotterdams Dagblad.

 

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 maart 2001 door mr. D. Allewijn, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, prof. mr. W.D.H. Asser en mw. drs. J.W.M. Kok, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

 

 

 

Uitspraak 2001-08