2001/7 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P.M. Vrijlandt

tegen

M. Vlaanderen en J.H. van Zenderen

Bij brief van 2 oktober 2000 met zeven bijlagen heeft Ir. P.M. Vrijlandt (klager) een klacht ingediend tegen M. Vlaanderen, voormalig verslaggever, en J.H. van Zenderen, hoofdredacteur van de Gooi- en Eemlander. Hierop heeft Van Zenderen gereageerd bij brief van 15 november 2000. Klager heeft naar aanleiding daarvan nader gereageerd in een brief van 11 december 2000. In een brief van 27 december 2000 heeft Vlaanderen zijn reactie op de klacht gegeven. Daarop heeft klager nog gereageerd bij brief van 14 januari 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 februari 2001. Klager is bij de zitting aanwezig geweest, verweerders zijn niet verschenen. Klager heeft een korte pleitnota met een bijlage overgelegd.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 12 juli 2000 is in de Gooi- en Eemlander onder de kop "VVD lauw over debat busbanen" een artikel verschenen van de hand van Vlaanderen. Boven het artikel staat: "Van onze verslaggever Martin Vlaanderen" en "Hilversum". Het artikel bevat een verslag van een vergadering van de Hilversumse afdeling van de VVD.

In het artikel is de volgende passage opgenomen:
"Ëen uitgekauwde kwestie inmiddels, het werd dan ook een lauwe avond. Slechts het politieke dwaallicht ir. P. Vrijlandt zorgde voor de nodige verrassing. Vrijlandt eiste regelmatig het woord en de aandacht, tetterde overal doorheen en kreeg het aan de stok met diverse leden en fractievoorzitter Elizabeth Post. De laatste heeft hem in een persoonlijke brief zelfs gedreigd met juridische stappen als hij nog langer halve of onwaarheden over haar schrijft, onder meer via ingezonden brieven in deze krant. Een van de leden gisteren tegen Vrijlandt: 'Kleed je eens netjes aan, je hele buik komt eruit!'"

Klager heeft op 14 juli 2000 een brief aan Van Zenderen gezonden met daarin zijn reactie op het artikel. Hij heeft daarbij gevraagd om rectificatie van de volgens hem onjuiste feiten en beledigingen. Toen een reactie uitbleef heeft klager op 20 september 2000 gerappelleerd. Naar aanleiding daarvan heeft Van Zenderen bij brief van 25 september 2000 afwijzend gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel zorgvuldigheid, kwaliteit en fatsoen mist. Volgens hem staan er enkele feitelijke onjuistheden in het artikel. De kern van de klacht is dat de hierboven geciteerde passage beledigend voor klager is. Hij wordt dusdanig belachelijk gemaakt dat de indruk ontstaat dat men beter niet naar hem kan luisteren. Hij ondervindt daar in zijn verdere functioneren, onder meer als lid van de gemeenteraad, hinder van.

Verweerders stellen dat het artikel puur een verslag is van wat in de vergadering is gebeurd. Het is een opsomming van relevante feiten, gelardeerd met sfeertekeningen. Vlaanderen heeft klager als "politiek dwaallicht" gekenschetst als gevolg van de wijze waarop klager zich al jaren politiek in de regio manifesteert. Deze toevoeging is volgens verweerders daardoor gerechtvaardigd. De stelling van klager dat er feitelijke onjuistheden in het verslag staan is volgens verweerders niet concreet gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kwalificatie "politiek dwaallicht" betreft een opvatting van de verslaggever. Deze kwalificatie, in combinatie met passages dat klager liep te "tetteren" en "zijn hele buik eruit hing", is diskwalificerend en zet klager neer als een niet serieus te nemen persoon. Nu het hier een openbaar optreden van klager betreft staat het de journalist in beginsel vrij een dergelijke mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om een persoonlijke opvatting gaat. Het gewraakte artikel is echter niet geplaatst en opgemaakt als column of opiniërend stuk, maar als een verslag. Dat blijkt uit de presentatie van het artikel: "Van onze verslaggever" en uit het feit dat daadwerkelijk verslag wordt gedaan van een vergadering. Dientengevolge is een opiniërende, voor klager beledigende tekst vermengd met een verslag, waardoor onvoldoende duidelijk wordt dat het hier om een persoonlijke opvatting van de journalist gaat. Verweerders hebben door deze handelwijze de grenzen overschreden van wat naar journalistieke maatstaven aanvaardbaar is.

Of voor het overige al dan niet feitelijke onjuistheden in het artikel staan kan de Raad op basis van de stukken niet beoordelen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht deels gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Gooi- en Eemlander.

Aldus vastgesteld door de Raad op 13 maart 2001 door mr. D. Allewijn, voorzitter, W.H.K. Ammerlaan, prof. mr. W.D.H. Asser en mw. drs. J.W.M. Kok, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2001-07