2001/52 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

L.H. Lamkharrat

tegen

E. Klein (De Havenloods)

Bij brief van 12 juli 2001 met een bijlage heeft L.H. Lamkharrat te Rotterdam een klacht ingediend tegen E. Klein (verweerster). Hierop heeft voornoemde Klein gereageerd bij brief van 13 augustus 2001 met een bijlage.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 november 2001. Klager is daar verschenen, vergezeld van zijn raadsvrouwe mr. M. Helmink. Verweerster is niet verschenen.

DE FEITEN

Op 5 april 2001 is in De Havenloods een artikel van de hand van verweerster verschenen onder de kop "Marokkaanse Culturele Vereniging zet voorzitter en oprichter aan de kant". De intro van het artikel luidt:
"Tot 1999 was hij voorzitter. L.H. Lamkharrat bestuurde de Marokkaanse Culturele Vereniging Rotterdam (MCVR) twaalf jaar lang. Totdat de vroegere secretaris, met toestemming van het bestuur, hem uit het register van de kamer van Koophandel haalde. Opeens was hij geen voorzitter meer. Waarom weet hij niet. "Ik weet nergens van, ik heb geen ruzie, niks en waarom vraag ik me nog af?"
Bij het artikel is een foto van klager geplaatst.

Nadien is een ingezonden brief van klager geplaatst met de tekst:
"Marokkaanse Culturele Vereniging. In uw krant van 5 april stond een artikel over mijn vertrek als voorzitter van de Marokkaanse Culturele Vereniging Rotterdam (MCVR). Het bevreemdt mij dat in het artikel de secretaris, die zijn naam niet wil noemen, namens de vereniging spreekt. De secretaris is namelijk middels een Melkert-functie aan de vereniging verbonden en mag derhalve geen bestuursfunctie uitoefenen. In het artikel stond tevens dat ik door de vereniging voor de rechter ben gedaagd omdat ik geld meegenomen zou hebben. De rechter oordeelde dat hiervoor geen enkel bewijs bestaat. De vraag die niet wordt gesteld is waarom penningmeester (...) zich nooit voor de rechter heeft hoeven verantwoorden. In notulen van 5 oktober 1999 geeft hij namelijk zelf toe dat hij achtduizend gulden uit de kas mist. Deze notulen zijn ondertekend door voorzitter (...) en secretaris (...). De bestuursverkiezingen zijn niet eerlijk verlopen. Het bestuur bestaat uit één familie waarvan de leden elkaar benoemen. De Marokkaanse Culturele Vereniging, die ik zelf twaalf jaar geleden heb opgericht en inmiddels 400 leden telt, is bedoeld voor alle Marokkanen in het Oude Noorden en niet voor een familie."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij voor het geven van het interview dat voorafging aan de publicatie met verweerster heeft afgesproken, dat zijn foto niet zou worden gepubliceerd 'onder het verhaal van een ander'. Die afspraak is geschonden, nu in het artikel ook een anoniem persoon aan het woord is gelaten. Verder bevat het artikel volgens hem uitlatingen die hij niet heeft gedaan, onder meer de zin "Terugkeren als voorzitter wilt hij niet meer omdat ze zijn naam door het slijk hebben gehaald." Voorts heeft verweerster in strijd met gemaakte afspraken nagelaten het artikel voor publicatie ter inzage aan hem toe te zenden, aldus klager. Hij verweerster om rectificatie heeft verzocht, maar zij is aan dat verzoek niet tegemoet gekomen.
Ter zitting heeft klager vermeld dat zijn dochter, die verhinderd was om naar de zitting te komen, de met verweerster gemaakte afspraken zou kunnen bevestigen. Bovendien loopt er nog een rechtszaak waarbij klagers inzet is dat hij juist wél als voorzitter van de MCVR kan terugkeren. Hij wijst erop dat De Havenloods een huis-aan-huisblad is en door iedereen wordt gelezen, zodat het artikel zijn terugkeer bij de vereniging kan bemoeilijken. Wat betreft de ingezonden brief stelt klager ten slotte dat deze is ingekort en dat in de originele versie stond dat hij als voorzitter wil terugkeren.

Verweerster stelt voorop dat het artikel op initiatief van klager tot stand is gekomen. Voorafgaand aan het interview heeft zij klager meegedeeld dat zij als journalist wederhoor zal toepassen en dat derhalve niet alleen het verhaal van klager zou worden gepubliceerd. Volgens verweerster heeft klager daartegen geen bezwaar gemaakt. Na het interview heeft klager verzocht of hij het artikel voor publicatie mocht inzien. Aangezien De Havenloods geen inzage vooraf pleegt te verstrekken, tenzij sprake is van een speciaal vakgebied of een zeer persoonlijk relaas, heeft verweerster het verzoek van klager afgewezen. Daartegen had klager evenmin bezwaar.
Na publicatie heeft klager contact opgenomen en meegedeeld dat hij niet gelukkig was met het artikel. Hij miste een aantal gegevens die hij in het interview naar voren had gebracht. Verweerster heeft die elementen echter niet gepubliceerd, omdat zij die niet bevestigd kon krijgen of irrelevant achtte. Desgevraagd kon hij geen onjuistheden noemen, zodat een rectificatie niet aan de orde was, aldus verweerster. Om klager tegemoet te komen is hem de mogelijkheid geboden een ingezonden brief te schrijven. Omdat hij aangaf het Nederlands onvoldoende te beheersen om dat zelf te doen, heeft een redacteur hem bij het schrijven van die brief geholpen. In de brief vermeldt klager niet dat het citaat 'niet als voorzitter te willen terugkeren' onjuist is. Verweerster houdt staande dat klager in het interview wel degelijk heeft aangegeven dat hij niet meer als voorzitter wil terugkeren. Zij betoogt dat het vertrouwen in de media gebaat is bij objectieve berichtgeving en meent dat daarvan in het onderhavige geval sprake is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Partijen verschillen erover van mening of het artikel een juiste weergave bevat van hetgeen klager tijdens het interview heeft verteld. De Raad beschikt echter niet over middelen om vast te stellen dat klager in het artikel uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan (vgl. Zwarts tegen Blankvoort en Nieuw Kamper Dagblad, RvdJ 2000/27 en Wams tegen Nieuwsblad van het Noorden, RvdJ 2000/18). In zoverre kan de klacht niet slagen.

Voorts verschillen partijen erover van mening of afspraken over inzage vooraf zijn gemaakt. Het door klager op dit punt gestelde kan de Raad evenmin vaststellen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat een eventuele bevestiging van het gestelde door de dochter van klager onvoldoende is om aan de gemotiveerde ontkenning door verweerster voorbij te gaan.
De klacht kan derhalve niet leiden tot de conclusie dat verweerster grenzen heeft overschreden. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat verweerster klager de mogelijkheid heeft geboden een ingezonden brief te publiceren en zij klager bij het schrijven daarvan bovendien heeft geholpen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerster deze beslissing integraal of in samenvatting in de Havenloods te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 december 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. A. Herstel, mw. J.A. Koerts en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-52