2001/51 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R.H. Bolhuis

tegen

J. Medendorp en de hoofdredacteur van De Roskam

Bij brief van 3 juli 2001 met twee bijlagen heeft R.H. Bolhuis te Vriezenveen (klager) een klacht ingediend tegen J. Medendorp en de hoofdredacteur van De Roskam (verder gezamenlijk te noemen: wederpartij).

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 november 2001 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

In de week van 25 mei 2001 is in het tijdschrift De Roskam een column van de hand van Medendorp verschenen onder de kop "Moordkuil". De column bevat onder meer de volgende passages:
"Afgelopen zaterdag kreeg een zekere R. Bolhuis mij eronder. R. Bolhuis uit Vriezenveen. Clubscheidsrechter van DETO. Eén van de laatste wedstrijden van het seizoen. Inhaalwedstrijd. Ging nergens meer over."
en
"Vanaf het begin liep R. Bolhuis tegen mij te zeiken, dat ik mijn mond moest houden, dat ik niet op TV was (ik heb geen idee wat dat er mee te maken heeft)."
en
"R. Bolhuis keurde de treffer af. "Welnee ik sta helemaal geen buitenspel", riep ik vertwijfeld. Het was volgens die man hands. Hij stond twee meter van me vandaan. En hij zag hands. "Hoe kom je daar nou bij, klootzak, je staat naast me, je naait me een oor aan." Dat was geel. "Jezus, wat ben jij een lul, had dat nou gezegd, dan was ik lekker in de rust uitgestapt." Rood! Na afloop ging ik naar hem toe, excuseerde me dat ik hem had uitgescholden. (...) En wat zei die engnek? Dat hij de excuses aanvaardde, maar dat hij toch de KNVB zou informeren omdat ik me niet alsnog neerlegde bij zijn beslissing."
Bij brief van 5 juni 2001 heeft Bolhuis zijn bezwaren tegen de publicatie kenbaar gemaakt aan de hoofdredactie van De Roskam.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat Medendorp misbruik heeft gemaakt van zijn functie als columnist door wraak te nemen op gebeurtenissen in zijn privé-leven Daardoor wordt klager nu publiekelijk 'teruggepakt'. Bovendien is het gebruik van de termen "klootzak", "lul" en "engnek" beledigend. Voorts stelt klager dat hem uitspraken in de mond zijn gelegd die hij nooit heeft gedaan. Klager voelt zich door de column in zijn integriteit aangetast. Ten slotte stelt hij dat de Twentse voetbalwereld niet zo groot is en daardoor zowel hij persoonlijk als zijn voetbalvereniging in een kwaad daglicht zijn gesteld.
De wederpartij heeft niet op de klacht gereageerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan een columnist de vrijheid toe om een persoonlijk oordeel over nieuwsfeiten of andere zaken te geven. Overdrijving en eenzijdige belichting behoren tot de gebruikelijke middelen van de columnist en zijn als zodanig niet ontoelaatbaar (vgl. Vrijlandt tegen De Gooi- en Eemlander, RvdJ 2001/19 en Anti Diskriminatie Buro Schiedam tegen Van Gogh en Holman, RvdJ 1997/20). Voor de lezers van De Roskam moet het duidelijk zijn dat de gewraakte, min of meer satirische, column niet meer dan de persoonlijke mening van de journalist bevat.
Alles in aanmerking genomen acht de Raad de aan een columnist toekomende vrijheden niet overschreden

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt de wederpartij deze beslissing integraal of in samenvatting in De Roskam te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 december 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. A. Herstel, mw. J.A. Koerts en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-51