2001/50 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. A.M. Vogelzang

tegen

R. Sant (Het Parool)

Bij brief van 18 juni 2001 met een bijlage heeft mr. A.M. Vogelzang te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen R. Sant (wederpartij).

De Raad heeft de zaak buiten aanwezigheid van partijen behandeld op 6 november 2001.

DE FEITEN

Op 4 mei 2001 is in Het Parool een artikel van de hand van Sant verschenen onder de kop \"Een ondraaglijke lijdensweg\". Het artikel gaat over een vrouw die aan kanker is overleden en over haar moeder, mevrouw Hendrikse, die het Oudenrijn Ziekenhuis te Utrecht voor schade aansprakelijk heeft gesteld. Klaagster, als advocaat bij de kwestie betrokken, is in het artikel genoemd. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
\"Ze (mevrouw Hendrikse) heeft na een hooglopende ruzie de advocaat aan de kant gezet. Miranda, de dochter van Sandra, zet nu de zaak voort. Ze heeft de Consumentenbond in de arm genomen die zich al maanden over de zaak buigt. Eind januari 2001 viel de rekening van Vogelzang op de deurmat. Ruim elfduizend gulden. Corrie zegt dat ze het niet kan betalen omdat ze van AOW leeft.\"

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster betoogt dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Voorts bevat het artikel volgens haar onjuistheden over de feitelijke gang van zaken rond de aansprakelijkstelling en de opstelling van de verzekeringsmaatschappij van het ziekenhuis. Zij stelt dat mevrouw Hendrikse voortdurend op de hoogte is gehouden en nimmer bezwaar heeft gemaakt tegen de neutraal deskundigenonderzoeken, noch tegen de deskundigen en de vragen die deze deskundigen moesten beantwoorden. Verder heeft klaagster Hendrikse pas een rekening gestuurd, toen de kwestie via de bemoeienissen van Stichting de Ombudsman alsnog zou worden afgewikkeld. Bovendien is onjuist dat Hendrikse alleen van AOW leeft. Anders zou de Raad voor Rechtsbijstand de aanvraag voor een toevoeging niet hebben afgewezen met de reden \'dat het vermogen van verzoeker (mevrouw Hendrikse) de bij wet vastgestelde financiƫle grenzen overschrijft\', aldus klaagster.

De wederpartij heeft niet op de klacht gereageerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klaagster speelt in het artikel slechts zijdelings een rol. Echter, Hendrikse heeft daarin ruimschoots de gelegenheid gekregen haar ongenoegen over de kwestie te uiten en duidelijk te maken dat zij ontevreden is over de wijze waarop klaagster haar werk heeft gedaan, waardoor klaagster in haar beroepsuitoefening wordt gediskwalificeerd. Aangezien klaagster in die context met haar naam is aangeduid, had verweerster klaagster ten minste in de gelegenheid moeten stellen haar visie op de kwestie kenbaar te maken. Door dit na te laten heeft verweerster grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt R. Sant deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 december 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. A. Herstel, mw. J.A. Koerts en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-50