2001/48 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C. Guijt en Guijt Holding B.V.

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 18 april 2001 met bijlagen heeft mr. J.M.J. Huver, advocaat te Arnhem, namens C. Guijt en Guijt Holding B.V. (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (wederpartij). Vervolgens heeft mr. Huver de klacht nader toegelicht in een brief van 19 juni 2001.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 november 2001 in aanwezigheid van voornoemde Guijt. De wederpartij is niet in de procedure verschenen, omdat hij van oordeel is dat de Raad geen klachten in behandeling zou moeten nemen wanneer partijen zich niet verbinden de uitspraak van de Raad als definitief te beschouwen, zodat daarna geen beroep meer kan worden gedaan op de rechter.

DE FEITEN

Op maandag 12 maart 2001 is op de voorpagina van de Volkskrant een artikel verschenen onder de kop "Koppeling bouwplan en transfer Van Hooijdonk. Vitesse in de knel door deal topman". De intro van het artikel luidt:
"De voorzitter van de Raad van Toezicht van Vitesse, makelaar C. Guijt, heeft in juni 2000 de transfer van speler Pierre van Hooijdonk naar Benfica aangegrepen om van de Portugese voetbalclub het recht op een bouwproject te kopen. Met het project was 55 miljoen gulden gemoeid. Guijt maakt de afspraak met toenmalig Benfica-voorzitter J. Azevedo. Die is opgepakt wegens fraude."
Het artikel bevat verder de volgende passages:
"De transactie van Guijt met de toenmalige Benfica-voorzitter blijkt uit een onderzoek van accountantskantoor Deloitte & Touche naar de malversaties van Azevedo. Guijt tekende het contract over het bouwproject met Benfica op 19 juni 2000. Een dag later werd het verkoopcontract van Van Hooijdonk getekend."
en
"Het contract is getekend door H. Veenendaal, bestuurslid van Vitesse, en Guijt. De FIOD verdenkt Veenendaal van fraude bij Vitesse. De handelwijze van Guijt bij de transfer van Van Hooijdonk is mede oorzaak van de huidige financiële problemen van Vitesse."

Vervolgens verschenen in de Volkskrant van 13 maart 2001 twee artikelen onder de kop "'Vitesse kan topman aansprakelijk stellen'" onderscheidenlijk "'Vitesse kan claim bij Guijt indienen'".
Het eerste artikel, een 'ankeiler' op de voorpagina, bevat de passage:
"Guijt ontkent fouten te hebben gemaakt. 'Ik heb geen grond gekocht in Portugal. De handtekening onder het contract is vervalst."

In het tweede artikel komt de volgende passage voor:
"Guijt zegt nooit een contract over de koop van grond bij het Benfica-stadion te hebben gesloten met Azevedo, de ex-voorzitter van Benfica. 'Die handtekening is vals. Benfica weet ook dat die vals is.' De grondverkoop blijkt uit een onderzoek van Deloitte & Touche naar fraude van de toenmalige Benfica-voorzitter Azevedo. Guijt verwijst bij zijn verklaring naar de advocaten van Vitesse in Lissabon. Deze zijn niet in het bezit van de contracten. De Portugese advocaten kregen inzage in de papieren waarin Guijt Holding wordt genoemd en constateerden dat de handtekening vals is. Azevedo kwam volgens Guijt aan de naam Guijt Holding doordat hij het visitekaartje van zijn eigen onderneming had gegeven. 'Een handtekening is snel nagemaakt', aldus Guijt."

Bij faxbericht van 14 maart 2001 hebben klagers hun bezwaren tegen het artikel aan verweerder kenbaar gemaakt en om rectificatie verzocht. Hierop heeft verweerder geantwoord in een faxbericht van 15 maart 2001 dat er geen reden is om het artikel te rectificeren, omdat in de artikelen van 13 maart 2001 een ontkenning van Guijt is opgenomen, alsmede zijn constatering dat een valse handtekening is geplaatst. In een faxbericht van 16 maart 2001 aan verweerder berichten klagers dat zij de reactie niet adequaat en afdoende achten en herhalen zij het verzoek tot rectificatie. Vervolgens bezien mr. Huver en de advocaat van verweerder of partijen tot een minnelijke oplossing kunnen geraken. In dit verband doet verweerder een tekstsuggestie voor een nieuw artikel. Klagers laten daarop bij faxbericht van 30 maart 2001 weten dat het artikel op de voorpagina moet worden geplaatst en dat daarin moet worden vermeld "dat de Volkskrant het betreurt dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld door deze voorbarige conclusie (i.e. dat Guijt de transfer van Van Hooijdonk had aangegrepen om een profijtelijke deal voor zijn bedrijf te doen) te trekken".

In de Volkskrant van 3 april 2001 verschijnt vervolgens op de voorpagina het artikel "Swelheim: 'Top Vitesse persoonlijk aansprakelijk'".
In een faxbericht van 6 april 2001 aan verweerder handhaven klagers de eis "dat de Volkskrant kenbaar moet maken dat zij het betreurt dat haar verslaggevers een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven."
Ten slotte verschijnt op 9 april 2001 in de Volkskrant een artikel onder de kop "Vitesse-topman slachtoffer fraude". De door klagers geëiste 'schuldbekentenis' is daarin niet opgenomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers betogen dat zij er zonder enig voorbehoud ten onrechte van zijn beschuldigd dat zij zich hebben verrijkt over de rug van Vitesse c.q. dat Guijt gebruik heeft gemaakt van zijn positie als voorzitter van de Raad van Toezicht om voor zijn onderneming een lucratief contract te sluiten.
De beschuldigingen zijn onjuist en de handtekening onder het in het artikel bedoelde contract is vervalst, aldus klagers. Volgens hen had verweerder, als hij zijn werk had gedaan, vóór de publicatie kunnen weten dat het een falsificatie betrof. Het bestuur van Benfica had dat al zelf geconstateerd, hetgeen vóór 12 maart 2001 in de Portugese pers was verschenen.
Verweerder heeft volgens klagers klakkeloos het bericht van de website van Benfica overgenomen en dat bovendien onzorgvuldig gedaan: in het verslag van de jaarvergadering van 17 februari 2001 meldde Deloitte & Touche al dat het bouwproject twee keer was verkocht. Overigens had Deloitte & Touche niet anders geconstateerd, dan dat in de boekhouding van Benfica een contract is aangetroffen, waarin onder meer de namen van klagers voorkwamen. Aangezien het niet zijn taak was, heeft Deloitte & Touche niet onderzocht of het contract echt was of een falsificatie.
Verder stellen klagers dat zij vooraf gehoord hadden moeten worden, zeker bij zo een zware beschuldiging op de meest prominente plaats in de krant. Dan hadden zij zich niet alleen beperkt tot een eenvoudige betwisting, maar ook hebben kunnen verwijzen naar de bevindingen van Vitesse zelf en van Benfica. Het artikel had niet in deze vorm en met deze voorbehoudloze strekking gepubliceerd mogen worden.
Ten slotte wijzen klagers erop dat een van de verslaggevers Guijt enkele dagen voor publicatie heeft gebeld voor een eenvoudige vraag. Ook was een van hen op de zondag voor de publicatie in de gelegenheid commentaar te vragen, omdat Guijt en de journalist elkaar toen ontmoetten. Bovendien heeft verweerder nagelaten het verhaal bij Vitesse te verifiëren
Een en ander heeft tot gevolg dat klagers ten onrechte in hun eer en goede naam zijn aangetast.

De wederpartij heeft niet inhoudelijk op de klacht gereageerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich tegen het artikel van 12 maart 2001, waarin klagers van financiële malversaties worden beschuldigd. Het bevat aldus ernstige verwijten aan het adres van klagers.
Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid houdt in het algemeen onder meer in het toepassen van wederhoor. Voorts dient - voor zover wederhoor is geboden - uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking te komen dat met betrekking tot hetgeen daarin aan de orde is wederhoor is toegepast (vgl. onder meer Hensen-Verkaik tegen 2001/13).
Verweerder heeft gehandeld in strijd met deze normen, terwijl is gesteld noch gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden die dat rechtvaardigen. Bovendien heeft hij deze omissie onvoldoende rechtgezet in zijn verdere berichtgeving over de kwestie.
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt de hoofdredacteur van de Volkskrant deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 december 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mr. A. Herstel, mw. J.A. Koerts en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-48