2001/47 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

ir. J.M.C.C. van den Tillaart

tegen

de hoofdredacteur van 'Breekijzer' (The Storms Factory BV)

Bij brief van 14 september 2001 heeft ir. J.M.C.C. van den Tillaart te Erp (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van 'Breekijzer' (verweerder). Hierop heeft J. de Vries, redactiecoördinator van 'Breekijzer', namens verweerder geantwoord bij brief van 17 oktober 2001 met een bijlage. Vervolgens heeft klaagster gereageerd in een brief van 2 november 2001. De schriftelijke stukkenwisseling is beëindigd met een schrijven van De Vries van 8 november 2001.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2001. Klaagster is daar verschenen vergezeld van haar juridisch adviseur mr. W.G. Castricum. Aan de zijde van verweerder zijn De Vries en P. Storms, programmamaker, verschenen.

In de loop van de behandeling is gebleken dat het beeldmateriaal, dat op 6 september 2001 door Breekijzer is gemaakt van het optreden van Storms op het terrein van Van den Tillaart BV waarop de klacht betrekking heeft, een week of zeven voor de zitting is uitgezonden. De aan de Raad bekende stukken vermelden hieromtrent niets. Omdat dit beeldmateriaal desgewenst nog beschikbaar blijkt te zijn, heeft de Raad partijen de vraag voorgelegd of zij het met het oog op de beoordeling van de klacht nodig of gewenst achten dat de Raad van het beeldmateriaal kennis neemt. Beide partijen hebben die vraag ontkennend beantwoord.

DE FEITEN

Tussen Van den Tillaart BV, een agrarisch bedrijf uit de gemeente Veghel, en M. Schaars, eigenaar van een parkietenkwekerij, is in het najaar van 2000 een conflict ontstaan ter zake van door Schaars geleden schade. Schaars heeft Van den Tillaart BV voor de schade aansprakelijk gesteld. Van den Tillaart BV heeft de zaak in handen gegeven van haar verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd.
In verband met deze kwestie heeft Storms zich op 6 september 2001, vergezeld van een cameraploeg en de heer en mevrouw Schaars, tot Van den Tillaart BV gewend.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt voorop dat het woonhuis en de bedrijfsgebouwen van het bedrijf gelegen zijn op ongeveer 100 meter afstand van de openbare weg en over een oprijlaan bereikbaar zijn. Toen op 6 september 2001 werd aangebeld opende klaagster de deur. Storms deelde in staccato mee dat hij iemand wilde spreken over het zakelijke conflict tussen Schaars en Van den Tillaart BV, waarbij hij voortdurend in de richting van de cameraman keek. Klaagster antwoordde hierop dat zij niet gefilmd wilde worden en vroeg of Storms c.s. zich van het erf wilde verwijderen. Aangezien aan beide vragen geen gehoor werd gegeven sloot klaagster de deur.

Storms c.s. liep vervolgens rond over het bedrijf en erf en ontmoetten daarbij klaagsters vader, een werknemer en een chauffeur van een veehandel. Bij deze ontmoeting vielen woorden en ontstond, als reactie op het gedrag van Storms en zijn team, agressie. Klaagsters vader liep daarbij een opgezette wang en een blauw oog op. Volgens klaagster had deze confrontatie niet plaatsgevonden als Storms c.s. op haar verzoek was vertrokken.
Zij betoogt dat verweerders voor het verkrijgen van journalistiek materiaal naast normale fatsoensregels ook grenzen hebben overschreden van maatschappelijk aanvaardbaar journalistiek gedrag. Storms ging voorbij aan zijn, gelet op de impact van het televisiemedium, bijzondere verplichting tot zorgvuldigheid en heeft de gebeurtenissen van 6 september 2001 willens en wetens gecreëerd aldus klaagster. Zij gaat ervan uit dat Storms zich tevoren uitvoerig heeft geïnformeerd en wist dat het conflict met de familie Schaars in behandeling is, waarbij Van den Tillaart BV wordt vertegenwoordigd door haar bedrijfsverzekering. Het optreden van Storms mist derhalve grondslag.

Volgens verweerder heeft Storms zich op 6 september 2001 bij Van den Tillaart BV gemeld om verhaal te halen c.q. wederhoor te plegen. Het is in zijn werkwijze immers goed gebruik om de aansprakelijk gestelde partij de gelegenheid te bieden haar zienswijze nader toe te lichten. Storms belde keurig aan bij de voordeur en werd daarop te woord gestaan door klaagster. Nog voordat Storms de reden van zijn bezoek kon toelichten smeet klaagster de deur dicht. Vervolgens vervoegde hij zich bij de kantooringang van het bedrijf en klopte daar aan. Hierop kwam een medewerker van het bedrijf op Storms afgelopen met de mededeling: "Ik sla je op je bek. Oprotten, vuile schooier", of woorden van gelijke strekking. De medewerker maakte daarbij gebruik van lichamelijk geweld. Daarna kwam de vader van klaagster naar buiten gestormd en belaagde de cameraploeg op uiterst gewelddadige wijze. Hij trachtte de geluids- en beeldapparatuur te beschadigen en rukte een snoer uit de camera. In een poging zijn cameraman te beschermen maakte de geluidsman een afwerende beweging waar klaagsters vader mogelijk tegenop is gelopen. Nadat de ploeg was verjaagd richtte de agressie zich voorts op een redacteur die op afstand met een kleine videocamera opnames maakte. De vader van klaagster dreef de redacteur in een hoek en probeerde opnieuw klappen uit te delen en schade aan de apparatuur toe te brengen. Ondertussen probeerde Storms klaagsters vader te kalmeren en een fatsoenlijk gesprek aan te gaan, maar zonder resultaat. De inmiddels teruggetrokken cameraploeg werd opnieuw bedreigd en een aanwezige veehandelaar trachtte de redacteur lichamelijk letsel toe te brengen. Vervolgens besloot Storms c.s. het terrein te verlaten.
Een vervolgbezoek aan Delta Lloyd leidde alsnog tot honorering van de claim van Schaars, op basis van door Storms vergaarde (nieuwe) informatie. Schaars kreeg een bedrag van 200.000 gulden uitgekeerd en werd daarmee van de financiële ondergang gered. Volgens verweerder lijkt de journalistieke en maatschappelijke relevantie van dit onderwerp dan ook evident.
Verweerder betwist dat Storms fatsoensregels dan wel journalistieke regels heeft overtreden. Storms is met open vizier te werk gegaan, heeft zich keurig bij de deur gemeld en voorgesteld, en heeft zich slechts beperkt tot het stellen van journalistiek relevante vragen met de intentie wederhoor toe te passen. Klaagster noch haar vader heeft kenbaar gemaakt dat in het conflict met Schaars een derde was betrokken, zoals zij thans stellen.
Ter zitting verklaart Storms nog dat hij contact heeft gezocht met Van den Tillaart BV ten einde deze ertoe te bewegen zich tegenover Delta Lloyd achter Schaars op te stellen. Volgens hem staat het een journalist vrij de vorm kiezen waarin hij nieuws vergaart; hij acht het werken met draaiende camera's op de wijze waarop dat in het programma gebeurt als vorm van nieuwsgaring dan ook legitiem. Een schrijvende journalist met pen en blocnote kan schadelijker zijn, aldus Storms. Hij wijst er verder op dat hij na het maken van opnamen nog bepaalt welke beelden hij publiceert en dat hij geen beelden live uitzendt vanwege het intimiderende karakter ervan. Storms stelt dat hij met de gewraakte werkwijze een journalistiek belang diende, en niet het belang van Schaars, door transparant te maken hoe een verzekeringsmaatschappij werkt en hoe wordt omgegaan met bepaalde maatschappelijke problemen. De kwestie-Schaars is derhalve slechts een voorbeeld ten behoeve van zijn programmaformule, aldus Storms. In deze formule past overigens niet dat hij eerst telefonisch contact zoekt met de partij die hij wenst te benaderen, omdat hem dan wellicht wordt meegedeeld dat hij niet welkom is. Verder deelt Storms ter zitting mee dat er geen verschil is tussen beelden opnemen op een openbare weg of op privé-terrein en dat het gaat om het belang dat met publicatie wordt gediend.
Ten slotte betreurt verweerder dat de vader van klaagster in de consternatie letsel heef opgelopen. Dit is echter uitsluitend te wijten aan zijn eigen agressieve en intimiderende handelwijze.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Zoals hiervoor vermeld, wist de Raad voorafgaand aan de zitting niet dat beeldmateriaal van het gewraakte optreden van Breekijzer beschikbaar was en evenmin dat dit materiaal reeds een week of zeven tevoren was uitgezonden.
Nu de klacht zich richt tegen de door verweerder bij het vergaren van dit beeldmateriaal gehanteerde methode en niet tegen de uitzending van dat materiaal, ziet de Raad met partijen geen noodzaak om van dat materiaal kennis te nemen alvorens zijn beslissing te geven.

Zowel in de lezing die klaagster geeft van de gang van zaken als in de lezing van verweerder is sprake van 'overvaljournalistiek'. Volgens het vaste oordeel van de Raad hieromtrent acht hij deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts geoorloofd indien die nodig is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en wanneer daarvoor geen ander middel openstaat (vgl. Ouderraad Kinderdagverblijf Krisj Krasj Kresj tegen TV8 Brabant, RvdJ 1999/12; Koster tegen Fréquin, RvdJ 1998/32; WZHO tegen Storms, RvdJ 1995/16). Dit laatste doet zich hier niet voor.
De zaak die verweerder aan de orde wilde stellen - kort gezegd: een aansprakelijk gestelde als Van den Tillaart BV behoort zich niet achter zijn aansprakelijkheidsverzekeraar te 'verschuilen' omdat dit een vlotte en behoorlijke afwikkeling van de schade belemmert - betreft niet een ernstige misstand als hiervoor bedoeld. Die zaak rechtvaardigde dan ook niet dat klaagster, haar vader en/of Van den Tillaart BV in een poging hen ertoe te bewegen in de schadekwestie de zijde van Schaars te kiezen, onder druk werden gezet door zonder voorafgaande aankondiging ongevraagd met draaiende camera het erf c.q. het bedrijf van klaagster te betreden en daar zonder toestemming opnamen te maken met het kennelijke doel deze uit te zenden.

Gezien het bovenstaande komt de Raad tot de conclusie dat grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door de wijze waarop verweerder c.q. de programmamaker van 'Breekijzer' beeldmateriaal hebben vergaard.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het programma Breekijzer

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-47