2001/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Vergeer en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 20 juni 2001 met twee bijlagen heeft X te Arnhem (klager) een klacht ingediend tegen A. Vergeer en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft voornoemde Vergeer gereageerd bij brief die door de Raad is ontvangen op 6 juli 2001 met een aanvulling van 21 augustus 2001. Vervolgens heeft klager daarop geantwoord in een brief van 14 september 2001 en heeft Vergeer ten slotte nog gereageerd bij brief van 4 oktober 2001.

De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 oktober 2001 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 6 juni 2001 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Vergeer verschenen onder de kop "Ondergedoken voor een vluchteling". De kop van het artikel luidt:
"Wie goed doet, niet altijd goed ontmoet. Vraag dat maar aan Henk Feenstra, 73 jaar oud, ondergedoken bij familie nu, omdat hij uit zijn huis is weggepest door een afgewezen asielzoeker. Ook heeft Feenstra afgelopen zaterdag hals-over-kop zijn winkeltje moeten sluiten, een filiaal van de christelijke hulporganisatie Dorkas, omdat hij met de dood werd bedreigd."
Klager, afkomstig uit Mauritanië is de in het artikel bedoelde asielzoeker.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen, waarbij hij stelt dat hij altijd telefonisch - eventueel via zijn antwoordapparaat - bereikbaar is.
Hij klaagt verder dat in het artikel zijn cultuur wordt beledigd en ten onrechte de indruk wordt gewekt dat doden in zijn cultuur gebruikelijk is. Voorts wordt volgens hem geïnsinueerd dat hij zegt blind te zijn, terwijl hij dat niet is en dat hij zijn huur niet betaalt. Een en ander is niet juist. Verweerders hadden het artikel niet mogen publiceren zonder zijn weerwoord of in ieder geval moeten vermelden dat zij hem niet hadden bereikt, aldus klager. Ten slotte betoogt hij dat het artikel tot hem kan worden herleid en dat zijn privacy erdoor is geschaad.

Allereerst stellen verweerders dat het artikel tot stand is gekomen op verzoek van de zoon van Feenstra, die aandacht vroeg voor de situatie van zijn vader. Voor publicatie heeft Vergeer Feenstra telefonisch geïnterviewd, waarna hij in het kader van hoor en wederhoor heeft getracht klager te spreken te krijgen. Aangezien klager niet bereikbaar was, heeft Vergeer contact opgenomen met de politie en het aldus verkregen commentaar aan het artikel toegevoegd. Verweerders zijn vervolgens tot publicatie overgegaan, omdat Feenstra dringend aandacht voor zijn zaak wilde hebben. Zij wijzen erop dat klager niet is genoemd.
Nadat klager de volgende dag telefonisch zijn visie op de zaak had gegeven, stelde Vergeer voor een follow-up op het artikel te maken, indien klager zijn standpunten wist te onderbouwen. Daarvan wilde klager echter niet weten, aldus verweerders.
Zij vermelden nog dat de rechter te Arnhem in kort geding heeft bepaald dat klager het huis van Feenstra moet verlaten. Na tussenkomst van de politie en bemiddeling van de Samen-op-Weg-Kerken heeft klager daaraan gehoor gegeven en woont Feenstra weer in zijn eigen huis.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk moet gaan, hetgeen in het algemeen onder meer het toepassen van wederhoor meebrengt. Dat de beschuldigingen door een geïnterviewde zijn geuit, maakt zulks niet anders (vgl. onder meer: mr. H. van Katwijk (Assuraad B.V.) tegen P. Hovius en Algemeen Dagblad, RvdJ 2001/43 en Hensen-Verkaik/De Hoop Magazine, RvdJ 2001/13).
Het artikel bevat ernstige beschuldigingen en bovendien is klager - hoewel niet met name genoemd - gezien zijn bijzondere omstandigheden, in het artikel herkenbaar. Voorts is tussen het faxbericht van de zoon van Feenstra, waarbij hij aandacht vroeg voor diens situatie, en de publicatie slechts een etmaal is verstreken. Wat er zij van de bereikbaarheid van klager, de Raad is van oordeel dat verweerders, gelet op de inhoud van het artikel, onvoldoende hebben ondernomen om hen ontslagen te achten van hun verplichtingen wederhoor toe te passen.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen komt de Raad tot de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 december 2001 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. mr. V. Keur, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-46