2001/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.H. Gremmen

tegen

de redactie van 'Wat u zegt!' (De Telegraaf)

Bij brief van 11 april 2001 met drie bijlagen heeft J.H. Gremmen te Groningen (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van 'Wat u zegt!' (verweerder). Hierop heeft M. van der Wiel, redactielid, gereageerd in een brief van 2 mei 2001. Klager heeft zijn klacht nog nader toegelicht bij brief van 17 mei 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2001 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Naar aanleiding van een op 27 februari 2001 in De Telegraaf verschenen artikel, over een in Groningen gehouden referendum, heeft klager diezelfde dag een ingezonden brief aan verweerder gestuurd. Op 6 maart 2001 heeft klager verweerder nog een herinnering gestuurd en op 16 maart 2001 heeft klager zich gewend tot de hoofdredactie. Bij brief van 20 maart 2001 heeft voornoemde Van der Wiel aan klager meegedeeld dat zijn ingezonden stuk niet zou worden geplaatst. Daarop heeft klager ten slotte gereageerd in een brief van 28 maart 2001.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen de gang van zaken rond zijn ingezonden brief. Hij vindt het verwerpelijk dat een groot percentage ingezonden brieven niet wordt geplaatst en meent dat er een voorziening getroffen moet worden waardoor meer brieven gepubliceerd kunnen worden. Als dat laatste niet mogelijk is, moeten potentiële schrijvers dagelijks in de betreffende rubriek erop worden geattendeerd dat hun brief mogelijk niet wordt geplaatst, aldus klager. Voorts meent hij dat het hem onmogelijk wordt gemaakt te discussiëren met de auteur van het artikel en acht hij het onbehoorlijk dat uiteindelijk Van der Wiel en niet de hoofdredactie op de bezwaren van klager heeft gereageerd.

Verweerder stelt dat in de rubriek 'Wat u zegt!' per week gemiddeld 50 tot 60 brieven van lezers worden opgenomen, hetgeen veel meer is dan het aantal brieven dat in vergelijkbare rubrieken in onder meer de Volkskrant en het Algemeen Dagblad wordt geplaatst. Aangezien het totale aanbod van brieven veel groter is, moet door de redactie een selectie uit dat aanbod worden gemaakt. Daarbij wordt gelet op actualiteit, lengte en 'toegevoegde waarde' van meningen en onderwerpen. De redactie weegt de noodzaak van plaatsing af en streeft ernaar dat de rubriek een dwarsdoorsnede bevat van de wijze waarop in Nederland over verschillende zaken wordt gedacht. Verder speelt de kwantiteit van de brieven over een bepaald onderwerp een rol. De redactie kijkt naar de samenstelling van de rubriek en tracht de in de brieven aangesneden onderwerpen zoveel mogelijk te variëren
Na het maken van deze afwegingen is ervoor gekozen de brief van klager niet te publiceren. Inzenders van niet-geplaatste brieven krijgen normaliter na ongeveer een week een standaardbrief met een spijtbetuiging van de redactie toegezonden. Schrijvers van brieven die 'in portefeuille' zijn blijven liggen en uiteindelijk niet worden geplaatst, krijgen uiteraard pas later bericht. Bovendien is het onmogelijk alle brieven persoonlijk te beantwoorden. Klager heeft niet eerder een reactie op zijn brief ontvangen, omdat ook zijn brief enkele dagen op de 'reserve-stapel' is blijven liggen, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Dat de redactie in beginsel de vrijheid heeft een reactie van een lezer op een artikel al dan niet te plaatsen mag bekend worden verondersteld. De klacht dat in de rubriek 'Wat u zegt!' een mededeling omtrent die vrijheid ontbreekt, terwijl er wel op wordt gewezen dat de redactie stukken kan inkorten of redigeren, is dus ongegrond.
Dit geldt ook voor zover de klacht inhoudt dat ten onrechte niet tot plaatsing is overgegaan: door klager zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot het oordeel dat het de redactie in dit geval niet vrijstond plaatsing achterwege te laten.
Daargelaten of van een redactie kan worden verlangd dat zij op alle ingezonden brieven reageert, heeft verweerder uitgebreid en gemotiveerd aan klager bericht waarom zijn brief niet was geplaatst. Voor de late reactie op klagers brief heeft verweerder bovendien een plausibele en acceptabele reden aangevoerd. Ook op dit punt zijn derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 7 november 2001.
door mr. J.B. Fleers, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten, en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-42