2001/39 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E. Hoole en A. Reussien (restaurant Blanko)

tegen

J. van Dam en de hoofdredacteur van 'Special Report' (AT5)

Bij niet gedateerde brief met een bijlage, door de Raad ontvangen op 25 april 2001, hebben E. Hoole en A. Reussien te Amsterdam (klagers) - eigenaren van Restaurant Blanko - een klacht ingediend tegen J. van Dam en de hoofdredacteur van 'Special Report' (verweerders).
Van Dam heeft op de klacht gereageerd in een brief van 8 mei 2001 met twee bijlagen. Vervolgens hebben klagers de klacht nader toegelicht bij brief van 23 mei 2001, op welke toelichting Van Dam heeft geantwoord bij brief van 13 juni 2001 met een bijlage. Daarop hebben klagers tenslotte nog gereageerd in een brief van 19 juni 2001.
M. van Nieuwkerk, hoofdredacteur AT 5, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 5 juni 2001. Klagers hebben daarop gereageerd in een brief van 14 juni 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2001 buiten aanwezigheid van partijen. Ter zitting is een video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 9 april 2001 heeft AT 5 een aflevering uitgezonden van het televisieprogramma 'Special Report' (verder te noemen: de uitzending). In de uitzending wordt een aantal restauranthouders geportretteerd, aan wie Van Dam in het verleden in zijn recensierubriek in Het Parool aandacht heeft besteed. Aanleiding voor de uitzending was de bundeling van de recensies van Van Dam in een restaurantgids.
De restauranthouders worden in de uitzending ondervraagd over de invloed van de recensie op hun bedrijf, klandizie en kookwijze. Van Dam zelf wordt eveneens geïnterviewd, waarbij hij een toelichting geeft op de totstandkoming van zijn beoordelingen.
Klagers komen in de uitzending aan het woord en verhalen van de negatieve beoordeling die Van Dam in oktober 1996 over hun restaurant heeft gegeven. Zij lezen onderdelen voor uit de reactie die zij destijds naar aanleiding van die recensie aan Het Parool hebben gestuurd. Hierin noemen klagers Van Dam onder meer "een zieke negatieveling". Van Dam verduidelijkt in de uitzending waarom hij het restaurant van klagers negatief heeft beoordeeld en roept tenslotte de kijkers op niet bij het restaurant van klagers te gaan eten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de uitzending misleidend is en onwaarheden bevat. Onvermeld is gebleven dat de negatieve recensie van Van Dam dateert uit 1996, terwijl de indruk werd gewekt dat deze recensie kortgeleden was gepubliceerd. Aldus wordt de kijkers zwaarwegende informatie onthouden, en wordt oude informatie als nieuw en recent gepresenteerd.

Voorts wordt volgens klagers hun restaurant ten onrechte als low-budget restaurant gekenschetst. Klagers achten deze kwalificatie onterecht, aangezien een driegangen menu in hun restaurant toch ƒ 52,50 kost. Door het onzorgvuldig optreden van de hoofdredacteur van AT 5 is de goede naam van het restaurant van klagers aangetast en zijn klagers in hun belang geschaad.
Klagers richten hun klacht voorts tegen de opmerkingen van Van Dam in de uitzending. Zij stellen dat Van Dam in zijn commentaar misleidende termen heeft gebruikt en zich heeft gebaseerd op onjuiste, want verouderde, gegevens. Aangezien Van Dam sinds 1996 niet meer in het restaurant van klagers heeft gegeten kan hij in de visie van klagers geen uitspraken doen over de huidige kwaliteit van de gebruikte ingrediënten en het eten. Bovendien roept Van Dam in de ogen van klagers op tot een boycot van het restaurant, hetgeen grote negatieve gevolgen heeft (gehad) voor het bedrijf van klagers.

Van Nieuwkerk stelt dat hij niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Klagers hebben zelf besloten om medewerking te verlenen aan het programma. In de uitzending is voldoende duidelijk gemaakt dat de beoordeling van Van Dam enige tijd geleden heeft plaatsgevonden. In de uitzending herhaalt Van Dam het oordeel dat hij eerder in zijn recensie heeft geformuleerd. Voorts is in de uitzending de uitspraak van klagers vastgelegd, dat Van Dam niet meer welkom is in hun restaurant.
Van Dam stelt dat een recensent de journalistieke vrijheid moet hebben om een kritisch oordeel uit te spreken over de kwaliteit van een restaurant. Verder is hij als geïnterviewde in het programma opgetreden, waardoor hij met de redactionele en journalistieke vorm van het programma geen bemoeienis heeft gehad. Van Dam acht zich dan ook niet verantwoordelijk voor het weglaten van bepaalde, door klagers relevant geachte, informatie. Hij heeft in de uitzending slechts gereageerd op een voor hem beledigende brief die klagers in het programma hebben voorgelezen, en op de opmerking van klagers dat hij niet meer welkom is in hun restaurant. Van Dam heeft zeker niet de indruk willen wekken dat zijn kritiek op recente ervaringen gebaseerd was.
Overigens bestrijdt Van Dam dat de Raad bevoegd is om een oordeel over zijn handelen als geïnterviewde uit te spreken. Hij wijst erop dat hij geen enkele invloed heeft kunnen uitoefenen op de montage en samenstelling van het eindproduct. Bovendien ontbreekt een professionele relatie met AT5 en heeft hij geen vergoeding ontvangen. Het interview was derhalve geen vrucht van zijn journalistieke arbeid. De Raad is alleen bevoegd om te oordelen over gedragingen van journalisten in hun professie, en mag niet oordelen over gedragingen van journalisten buiten hun functie, aldus Van Dam.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID

Nu Van Dam om commentaar werd gevraagd als culinair journalist en hij een toelichting gaf op zijn eigen recensies, die kort daarvoor in boekvorm waren uitgebracht, moet worden geoordeeld dat Van Dam zijn uitlatingen heeft gedaan in de uitoefening van zijn beroep als culinair journalist, zodat de Raad bevoegd is daarover te oordelen.
Het feit dat Van Dam slechts gedeeltelijk invloed kon uitoefenen op het eindresultaat van de uitzending kan hieraan niet afdoen. Journalisten kunnen immers in veel gevallen slechts gedeeltelijk invloed uitoefenen op de vorm waarin een artikel of programma uiteindelijk verschijnt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uitgangspunt moet zijn dat Van Dam in de uitzending aan het woord werd gelaten als culinair journalist, meer in het bijzonder als recensent van eetgelegenheden. Naar het vaste oordeel van de Raad komt aan een recensent een grote mate van vrijheid toe, zowel wat de inhoud als wat de vorm van een recensie betreft (vgl. onder meer: Braam tegen Van Maanen, RvdJ 2000/62; Mulders en Philippart tegen Wesseling en NRC Handelsblad RvdJ 2000/32).
De grenzen van die vrijheid heeft Van Dam, voor zover hij - in overeenstemming met de gebeurtenis die aanleiding was voor de uitzending - herhaalde wat hij destijds over restaurant Blanko in Het Parool had geschreven, niet overschreden. Anders dan klagers stellen wekt Van Dam niet de indruk dat zijn uitlatingen zijn gebaseerd op een recent bezoek aan dat restaurant. Zijn oproep om niet bij Blanko te gaan eten is duidelijk vooral een ironisch bedoelde reactie op de door klagers (opnieuw) in de uitzending naar voren gebrachte opinie dat Van Dam blijkens de wijze waarop hij Blanko heeft gerecenseerd "een zieke negatieveling" is, die bij hen niet meer welkom is. In deze context bezien kan, anders dan klagers menen, van een oproep tot boycot niet worden gesproken. Door Van Dam zijn geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de hoofdredacteur van AT5. In de uitzending wordt op verschillende manieren duidelijk gemaakt dat de met Van Dam besproken recensies niet van recente datum zijn. Zo vertelt bijvoorbeeld een van de gerecenseerden dat hij het interieur van zijn restaurant inmiddels geheel vernieuwd heeft. Het ongenoemd laten van de precieze datum waarop de beoordeling van Blanko door Van Dam heeft plaatsgevonden kan dan ook niet als misleidend worden aangemerkt.
De kwalificatie van Blanko als "low-budget restaurant" is, in aanmerking genomen dat het drie-gangenmenu daar thans ƒ 52,50 kost, minder juist. Dit is echter, mede in aanmerking genomen dat het hier gaat om een terloopse opmerking die in de rest van de uitzending verder geen enkele rol speelt, onvoldoende voor het oordeel dat de hiervoor genoemde grenzen zijn overschreden.

BESLISSING

De klachten zijn ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het televisieprogramma 'Special Report'.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 oktober
door mr. J.B. Fleers, prof. mr. W.D.H. Asser, drs. C.M. Buijs, mw. C.E.J.M. Joosten, en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-39