2001/37 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.H.A. Bernaards

tegen

de hoofdredacteur van VARA TV Magazine

Bij brief van 4 februari 2001 met twee bijlagen heeft J.H.A. Bernaards te Voorburg (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van VARA TV Magazine (verweerder). Hierop heeft A. Kantelberg, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 23 februari 2001. Vervolgens heeft klager de klacht nader toegelicht in een brief die de Raad op 6 maart 2001 heeft ontvangen, waarop voornoemde Kantelberg heeft geantwoord bij brief van 14 maart 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2001. Klager is daar verschenen. Aan de zijde van verweerder zijn D. Dijksman, hoofdredacteur, en Kantelberg verschenen.

DE FEITEN

In VARA TV Magazine nummer 5 (lopend van 3 tot en met 9 februari 2001) is een artikel verschenen onder de kop "Kijk 'ns wat vaker..." over het door de TROS uitgezonden televisieprogramma 'De tv kapper'. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
"Binnendruppelende klanten mengen zich hartelijk met het handjevol redactieleden dat druk bezig is. 'Ken ik jou niet ergens van?' vraagt een redactrice aan een lange, wat oudere man in een blauw pak. 'Van Boobytrap misschien?' 'Kan heel goed,' zegt de man. 'Of van dat andere verborgen-cameraprogramma, De wereld van de verborgen camera, dat heb ik ook gedaan.' Even later, aan de bar, vertelt Jan Bernaards uit Den Haag over een leven op de buis. In een reclamefilmpje voor Hans Anders bijvoorbeeld. 'Dan kom ik van de roltrap en dan denk ik dat ik Theo zie. "Hé Theo!" roep ik dan. Maar dat zie ik dan helemaal verkeerd natuurlijk, want ik moet nodig aan de bril. Hoeveel zoiets oplevert? Tussen de vijf- en de tienduizend gulden. Maar ik doe nog veel meer, hoor. Het Lagerhuis bijvoorbeeld.' Ha, nu herkennen wij hem ook, deze voormalig afdelingschef bij de Haagse V&D. In de laatste maanden van het vorig jaar had hij zich in de bankjes van Het Lagerhuis weten te worstelen. 'En morgen moet ik weer naar Aalsmeer. Figureren in een nieuw quizje van De Mol.' Jan Bernaards krijgt een knipselkrant uitgereikt door de redactrice. Boven een verzameling gekopieerde krantenartikelen staat een stelling. Daar moet het gesprek met de kapper vandaag over gaan. Zegt de kapster: 'Het is wat, hè? Heb je het gelezen? In de krant? Over die tweeling?' Bernaards' coupe is wel een beetje vlot, 't zal niet meevallen om er nog iets af te halen. De edelfigurant wuift zorgen op dat terrein grootmoedig weg. 'Het is televisie.' Hij doet het voor het geld, 'maar ook om op tv te komen natuurlijk. Wil jij niet in zo'n stoel gaan zitten, jongen?' vraagt hij nog maar 'ns. 'Dat zou goed voor je zelfvertrouwen zijn.' Bernaards heeft ook nog wel een tip. 'Schrijf je in bij een castingbureau. Of ik zelf ingeschreven sta? Wel bij zestig bureaus. Je moet er wel een beetje achteraan zitten, hè?' Op dat moment ontdekt hij naast zich aan de bar een andere klant ('helemaal uit Breda'). Bernaards zet zijn barkruk druk gebarend naar achter. 'Hé, hallo. Sorry, joh. Ik had je niet gezien.'"

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij aan de bar bij 'De tv kapper' in gesprek raakte met een man, die vertelde dat zijn vriendin wilde deelnemen aan het programma. Aan die man vertelde hij enthousiast over zijn achtergrond, waarbij hij enigszins overdreef en enkele onwaarheden meedeelde, omdat hij niet 'het achterste van zijn tong' wilde laten zien. Vervolgens werd klager in zijn omgeving aangesproken op het artikel en bleek hem dat hij met een verslaggever van VARA TV Magazine had gesproken. Tegen deze vorm van journalistiek bedrijven heeft klager ernstige bezwaren. Als hij had geweten met wie hij sprak, had hij de in het artikel weergegeven informatie niet gegeven. Nu zijn hem uitspraken ontlokt en is hij zonder zijn toestemming geciteerd.
Voorts stelt klager dat hij na zijn VUT in diverse programma's is gaan figureren, om zo een leuke tijdspassering te hebben. Klager betoogt dat de gehanteerde handelwijze jegens hem, als hobbyfigurant, ontoelaatbaar is.

Volgens verweerder is het in de journalistiek niet ongebruikelijk om gebruik te maken van een undercoverstrategie om dát bloot te leggen wat anders niet bloot te leggen zou zijn. Hij past deze tactiek niet willekeurig toe, maar slechts bij grote uitzondering en nooit dan na ampel intern overleg. Als hij zich formeel zou hebben aangemeld bij de TROS of bij de producent van het programma, zou het artikel nooit het onthullende karakter hebben gehad dat het nu heeft. Nu bevat het artikel details over de wijze waarop het televisieprogramma is geënsceneerd. Het is belangrijk om het publiek hierover te informeren, mede omdat het de eerste 'reality-soap' betreft die door een publieke omroep wordt uitgezonden.
Verweerder stelt verder dat de figuranten niet willekeurig met naam zijn genoemd. Alleen klager is op deze wijze aangeduid, aangezien hij werd herkend door de VARA-verslaggever. Overigens werd klager ook herkend door een redactrice van de TROS, hetgeen in het artikel is weergegeven. Verweerder wijst erop dat klager op eigen initiatief en met enige frequentie optreedt in televisieprogramma's, waaronder die van de VARA. Wie er aldus naar streeft een publiek figuur te zijn, kan en mag er niet verbaasd over zijn herkend te worden. Ook Hummie van der Tonnekreek werd herkend en is net als klager met naam genoemd.
Het is verweerder niet duidelijk welke onwaarheden het artikel bevat. Voor zover klagers stelling ter zake al juist zou zijn, kan dat verweerder niet worden verweten. Dat klager de waarheid niet heeft gesproken is de verantwoordelijkheid van klager zelf.
Verweerder concludeert dat hij zorgvuldig heeft gehandeld. Zowel bij het doel als bij het middel is rekening gehouden met de mores zoals die in de kwaliteitsjournalistiek gangbaar zijn.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de lijn van eerdere uitspraken stelt de Raad voorop dat een journalist degene over wie hij publiceert met 'open vizier' tegemoet behoort te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem vooraf bekend moet maken. Slechts indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden kan rechtvaardiging bestaan voor het niet naleven van deze regel. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn gelegen in het maatschappelijk belang, dat met een publicatie wordt gediend. Dit belang betreft niet alleen het aan de kaak stellen van misstanden, teneinde te bewerkstelligen dat zij onderzocht worden, doch tevens het informeren van het publiek over feiten en bijzonderheden, die de ernst van een situatie scherper naar voren doen komen en die zonder de gevolgde werkwijze niet aan het licht gebracht zouden kunnen worden. (vgl. Minister van Justitie tegen Van Prooijen, RvdJ 2000/5 en Minister van Justitie tegen NOVA, RvdJ 2000/15)

Het televisieprogramma 'De tv kapper' werd kennelijk als een zogeheten 'reality-soap' gepresenteerd, dat wil zeggen als een programma dat louter zou zijn gebaseerd op de werkelijkheid. Verweerder heeft gebruik gemaakt van een 'undercoverstrategie' om aan te tonen dat sprake is van fictie: kijkers meenden gesprekken te zien met mensen die zich spontaan hadden aangeboden, terwijl het in werkelijkheid zou gaan om personen die werden ingehuurd door de producent van het programma. De Raad acht het maatschappelijk en journalistiek relevant dat verweerder heeft willen aantonen dat kijkers in die zin werden misleid. De vraag die in dit geval echter beantwoord dient te worden is of verweerder bij de uitvoering van de door hem als 'undercoverstrategie' aangeduide werkwijze is te werk gegaan met de daarbij jegens klager vereiste zorgvuldigheid. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord.
Het sprekend opvoeren van klager op de wijze als in het artikel is gedaan noch het daarbij voluit vermelden van diens naam was met het oog op voormeld doel noodzakelijk. Volstaan had kunnen worden met de constatering dat bij de opname ook een uit onder meer het TV-programma 'Het Lagerhuis' bekende 'beroepsfigurant' aanwezig was, waarbij de Raad er nog op wijst dat - anders dan verweerder blijkbaar veronderstelt - klagers aanwezigheid niet aantoont dat hij voor 'De tv kapper' was ingehuurd of uitgenodigd. Zonder afbreuk te doen aan het doel dat hem met de gekozen werkwijze voor ogen stond had verweerder bovendien na afloop van de opname en voor publicatie van het artikel alsnog aan klager bekend kunnen maken dat hij met een journalist van VARA TV Magazine had gesproken en hem kunnen vragen of hij met die wetenschap bleef bij wat uit zijn mond was opgetekend. Door zo te handelen en na te laten jegens klager als hij heeft gedaan, heeft verweerder de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in VARA TV Magazine te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 augustus 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mw. drs. B.L.W. Tillema en leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. I.H.J. Konings, secretaris.

Uitspraak 2001-37