2001/36 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

dr. J. Kamsteeg

tegen

de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

Bij brief van 29 november 2000 met drie bijlagen heeft dr. J. Kamsteeg te Weert (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (verweerder). Hierop heeft prof. dr. A.J.P.M. Overbeke, uitvoerend hoofdredacteur, bij brief van 8 januari 2001 met twee bijlagen gereageerd. Klager heeft zijn klacht nog toegelicht in een brief van 25 januari 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 april 2001. Klager is daar verschenen, vergezeld van drs. T. de Graaf. Verweerder is niet verschenen. Naar aanleiding van hetgeen ter zitting door klager naar voren is gebracht, heeft de Raad bij brief van 25 april 2000 vragen aan verweerder gesteld. Verweerder heeft hierop gereageerd in een brief van 3 mei 2001 met vier bijlagen. Klager is nog in de gelegenheid gesteld op de reactie van verweerder te reageren, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

DE FEITEN

In de rubriek 'Binnenlands Nieuws' van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, nummer 34 van 19 augustus 2000, is een artikel verschenen onder de kop "De nieuwe vrouwenziekte, HPU". De intro van het artikel luidt:
"Vorige maand kwam een boek uit met de titel Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte geschreven door de journalisten Toine de Graaf en Hanneke van Rossum. In dit boek meent de biochemicus dr. John Kampsteeg een nieuwe stofwisselingsziekte bij vrouwen te hebben ontdekt. De ziekte zou veel vage ziekteverschijnselen, zoals chronische vermoeidheid, migraine, hoofdpijn, depressie en allergieën bij vrouwen kunnen verklaren. In de medische wereld is het boek met scepsis ontvangen (de Telegraaf, 19 juni 2000 en HP/De Tijd 2000; 29: 16-7)."
Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
"De ziekte leidt tot een tekort aan zink, mangaan en vitamine B6. (...) Het tekort aan zink leidt volgens Kampsteeg indirect tot een laag histaminegehalte dat hij bij al zijn patiënten aantrof. Histamine heeft een direct effect op de samentrekking van vaatwanden en bij een tekort neemt de doorbloeding af, met vermoeidheid, hoofdpijn en migraine als gevolg. De ziekte ontstaat alleen bij vrouwen."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel een aantal feitelijke onjuistheden bevat. Volgens hem zijn met name twee van die onjuistheden schadelijk voor de beeldvorming rond HPU, te weten de beweringen dat hij bij al zijn patiënten een laag histaminegehalte zou hebben aangetroffen en dat HPU alleen bij vrouwen zou voorkomen. Klager wijst erop dat hij heeft geconstateerd dat bij ongeveer eenderde van zijn patiënten, onder wie mannen, geen verlaagd histaminegehalte voorkomt. Deze constatering betreft een relevant deel van zijn onderzoek, maar is niet in het artikel vermeld. De Graaf heeft bovendien aan de auteur van het artikel meegedeeld, dat deze beweringen niet juist zijn en verzocht de fouten te herstellen. Dit verzoek is echter afgewezen.
Aangezien het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde in de reguliere geneeskunst gezag heeft, zullen artsen, wanneer zij lezen dat hij beweert bij al zijn patiënten een laag histaminegehalte te hebben aangetroffen, denken dat hij wartaal spreekt, aldus klager. Hij betoogt ten slotte dat zijn werk door het artikel ernstig in diskrediet wordt gebracht.

Verweerder stelt voorop dat het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een van de oudste en grootste wetenschappelijke tijdschriften in Nederland is, en een beroepsblad voor de medici in Nederland. De hoofdredactie bestaat uit artsen van verschillende disciplines, aldus verweerder. Het artikel is geschreven door dr. F. Kievits, die geen journaliste is maar wetenschapper uit de discipline biochemie. Verweerder vraagt zich dan ook af of de Raad over de klacht kan oordelen.
Verder meent verweerder dat de toevoeging van het woord 'al' in de zinsnede "... tot een laag histaminegehalte dat hij bij al zijn patiënten aantrof." geen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van klagers onderzoek. Volgens verweerder hebben klager en De Graaf zelf onzorgvuldige gegevens verspreid over het histaminegehalte van HPU-patiënten. Verweerder wijst in dit verband op de website van het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC), waar klager aan is verbonden, waar is vermeld dat eenderde van de HPU-patiënten een verlaagde histaminewaarde vertoonde. In het boek "Hebt u HPU?" staat op pagina 14 dat cijfers van het KEAC aangeven dat 70% van de HPU-vrouwen een verlaagd histaminegehalte heeft. Overigens vermeldt De Graaf in het bulletin Overgevoeligheden (nummer 1/2001 blz. 27) dat bij veel HPU-patiënten een verlaagd histaminegehalte ontstaat, waarbij hij niet aangeeft hoeveel patiënten het betreft, aldus verweerder. Hij wijst verder op een onderzoek van de Consumentenbond. Na een uitvoerige zoekactie naar gegevens over de ziekte HPU concludeert de Consumentenbond: "Wetenschappelijke bewijzen van zowel het bestaan van de ziekte als van het effect van de therapie hebben wij dus niet kunnen vinden" (Gezond, Nieuwsbrief Consumentenbond, april 2001). Naar de mening van verweerder heeft het artikel er derhalve niet toe geleid dat de standpunten van klager in de medische wereld als wartaal overkomen.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID

Dr. F. Kievits is, zoals verweerder onweersproken heeft gesteld, geen journaliste. Anders dan verweerder oppert, leidt dit enkele feit echter niet tot het oordeel dat de Raad niet bevoegd is om over de klacht te oordelen. Onder "journalistieke gedragingen" die aan het oordeel van de Raad kunnen worden onderworpen, zijn ingevolge artikel 4 lid 1 en lid 2 van de toepasselijke Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek niet alleen te verstaan het handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep, maar ook het handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van dagbladen, nieuwsbladen, huis-aan-huisbladen of tijdschriften voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto's en andere illustraties, verslagen of artikelen. Het artikel waarover geklaagd wordt maakt deel uit van de redactionele inhoud van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Gelet op de inhoud van dit artikel moet het schrijven ervan worden aangemerkt als een journalistieke werkzaamheid. Nu verweerder niet heeft aangevoerd dat dr. Kievits anders dan regelmatig en tegen betaling haar medewerking verleent aan de redactionele inhoud van genoemd tijdschrift, moet de slotsom dan ook zijn dat de klacht zich richt tegen een journalistieke gedraging als bedoeld in de Statuten, zodat de Raad bevoegd is die klacht te beoordelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht komt erop neer dat in het artikel ten onrechte wordt gesteld dat:
a. klager bij al zijn HPU-patiënten een laag histaminegehalte heeft aangetroffen, en
b. de ziekte (HPU) die klager meent te hebben ontdekt alleen bij vrouwen ontstaat.
Volgens klager zijn beide beweringen onjuist en niet van hem afkomstig. Met name bewering a. is zo evident onjuist dat artsen die dit lezen alleen al om die reden geneigd zullen zijn het geheel als wartaal af te doen.

Klager heeft meegewerkt aan de publicatie van het boek dat het onderwerp vormt van het artikel van de hand van dr. Kievits. Dit boek, dat gaat over een nieuwe stofwisselingsziekte die klager meent te hebben ontdekt, draagt als titel "Hebt u HPU? De ontdekking van een vrouwenziekte". Aan het ontstaan van het beeld dat het bij HPU zou gaan om een ziekte die alleen bij vrouwen voorkomt heeft klager dus zelf bijgedragen. Dit in aanmerking genomen, kan hij zich niet beklagen over een bewering die met dat beeld in overeenstemming is. De juistheid van die bewering kan hier dan ook verder in het midden blijven. De klacht ten aanzien van bewering b. is ongegrond.

Klager heeft gesteld dat de bevindingen betreffende het histaminegehalte van zijn patiënten een wezenlijk onderdeel uitmaken van zijn onderzoek. Deze stelling is door verweerder niet gemotiveerd weersproken. Verweerder heeft erkend dat noch door klager, noch in het HP/De Tijd-artikel waarop dr. Kievits zich heeft gebaseerd, wordt beweerd dat klager bij al zijn HPU-patiënten een laag histaminegehalte heeft aangetroffen. Verweerder heeft er voorts op gewezen dat het artikel is geschreven door een wetenschapper die op wetenschappelijk terrein haar sporen heeft verdiend. De Raad meent dat gezien de status van zowel het tijdschrift als de auteur van het artikel, in een dergelijk geval bijzondere accuratesse mag worden verwacht waar het de vermelding betreft van wetenschappelijke feiten. Al deze omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerder op dit punt grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

Wat betreft bewering a. is de klacht gegrond, met betrekking tot bewering b. is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 augustus 2001 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mw. C.E.J.M. Joosten, mw. mr. V. Keur, mw. J.A. Koerts en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2001-36