2001/34 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.F.M. Broekmans

tegen

NRC Handelsblad en Paul de Leeuw

Bij brief van 29 maart 2001 met 6 bijlagen heeft A.F.M. Broekmans te Hulst (klager) een klacht ingediend tegen NRC Handelsblad en Paul de Leeuw (verweerders). Naar aanleiding van de klacht heeft de secretaris van de Raad bij brief van 3 april 2001 klager meegedeeld dat de klacht niet lijkt te voldoen aan een van de voorwaarden voor bevoegdheid van de Raad, te weten dat een klager rechtstreeks belang bij een oordeel van de Raad moet hebben. Bij brief van 18 april 2001 heeft klager de Raad verzocht de klacht toch in behandeling te nemen. De secretaris heeft bij brief van 26 april 2001 een nadere toelichting op haar standpunt gegeven, waarbij zij klager heeft meegedeeld dat de Raad na voorlegging van de klacht eerst de ontvankelijkheid zal beoordelen alvorens tot een inhoudelijke beoordeling te komen. Klager heeft bij brief van 5 mei 2001 laten weten hier prijs op te stellen.

Hoofdredacteur F.E. Jensma heeft zich in een brief van 14 mei 2001 namens NRC Handelsblad op het standpunt gesteld dat de klacht niet ontvankelijk is.

De klacht is ter zitting van 22 juni 2001 buiten aanwezigheid van partijen door de Raad beoordeeld op haar ontvankelijkheid.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten.

Op 3 maart 2001 heeft Paul de Leeuw in NRC Handelsblad onder de kop "Dreigende lucht" een column geschreven die grotendeels betrekking heeft op minister Brinkhorst en diens dochter Laurentien. In de column zijn passages opgenomen als:

"(...) de arrogantie uitstralend van een aanstaande koninklijke schoonvader met strafblad, staat hij bij een nooduitgang voor het geval dat, en zingt hij uit volle borst de carnavalskraker: (...)
Zo'n minister gun je een flinke koortslip!"

Klager heeft in een brief van 5 maart 2001 aan de hoofdredacteur van NRC Handelsblad laten weten dat hij zich zeer aan de column heeft geƫrgerd en heeft de hoofdredacteur gevraagd zich in een redactioneel commentaar daarvan te distantiƫren. Jensma heeft klager bij brief van 6 maart 2001 laten weten zich alleen met de inhoud van columns te bemoeien als hij deze echt ontoelaatbaar acht, terwijl de column van De Leeuw zijns inziens niet in die categorie viel. Klager heeft hierop nader gereageerd in brieven van 9 en 26 maart 2001, waarna Jensma zijn standpunt nog heeft toegelicht in een brief van 27 maart 2001.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt veel bewondering voor minister Brinkhorst te hebben. Het gaat volgens hem niet aan personen die om een of andere reden in de belangstelling staan, vogelvrij te verklaren voor de activiteiten van mensen die lollig willen zijn. Klager meent dat de gewraakte column een zodanige inbreuk op de fatsoensnormen is, dat een verontschuldiging in de krant en aan de bewindspersoon persoonlijk op zijn plaats zou zijn.
Klager meent voorts dat de brochure van de Raad geen restrictie bevat dat een klager rechtstreeks belanghebbende moet zijn. Indien de Raad de klacht niet in behandeling neemt, moet volgens klager de brochure worden aangepast.

Verweerders menen dat klager een algemene uitspraak wenst omtrent de vrijheid die een columnist in NRC Handelsblad heeft en omtrent de "mores van deze tijd". Omdat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij direct betrokken is bij de inhoud van de column of persoonlijk in zijn belang is geschaad, dient de klacht niet-ontvankelijk te worden verklaard.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

In artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad is bepaald dat een klaagschrift moet worden ingediend door een "rechtstreeks belanghebbende". Zoals de Raad ook onlangs nog heeft overwogen - inzake Spaans e.a./Haagsche Courant, RvdJ 2001/01 en Hartman/Doornbos, RvdJ 2001/11 - kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang direct bij de gewraakte publicatie is betrokken en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt. Het een noch het ander doet zich hier voor. Klager is derhalve geen rechtstreeks belanghebbende.

In de brochure van de Raad is op pagina 5 vermeld:

"Om een klacht behandeld te krijgen moet een indiener wel 'rechtstreeks belanghebbende', dus direct betrokken zijn. (...) De Raad behandelt geen klachten van derden met algemene bezwaren over de berichtgeving in de media, men moet zich persoonlijk in zijn belangen geschaad voelen."

De brochure behoeft derhalve geen aanpassing.

BESLISSING

De Raad verklaart klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in NRC Handelsblad.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2001 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mr. A. Herstel en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2001-34