2001/31 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Gemeente Heemstede

tegen

F.J.A. Belt en De Heemsteder (betreffende publicatie van 7 maart 2001)

Bij brief van 19 maart 2001 met 1 bijlage heeft de Gemeente Heemstede (klaagster) een klacht ingediend tegen F.J.A. Belt en De Heemsteder (verweerders). Hierop heeft Belt gereageerd in brieven van 27 maart 2001, 3 april 2001 met 6 bijlagen en 7 april 2001 met 2 bijlagen. Klaagster heeft nader gereageerd in een brief van 20 april 2001.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juni 2001. Namens klaagster waren aanwezig mr. W. van den Berg, mw. Y. Boonstra, C. Raateland en C. de Wild Propitius. Van den Berg heeft aan de hand van pleitnotities en onder overlegging van een exemplaar van De Heemsteder van 6 juni 2001 de klacht nader toegelicht. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.

In De Heemsteder van 7 maart 2001 is een artikel van de hand van Belt gepubliceerd onder de kop "'Innige' band Wareco en ambtenaar civieltechnische dienst?" In dit artikel heeft Belt, naar aanleiding van een door Wareco bij de Raad ingediende klacht tegen een artikel van 7 februari 2001 van zijn hand, zijn beweegredenen voor het schrijven van laatstgenoemd artikel uiteen gezet. In beide artikelen gaat het om het waarschuwen van de gemeente Heemstede voor een te 'innige' band met Wareco, vergelijkbaar met de op 20 januari 2001 onder de kop "'Innige' band Limburg met Iwaco" in NRC Handelsblad beschreven verhouding tussen onderzoeksbureau Iwaco en de provincie Limburg.

In het artikel van 7 maart 2001 komt de volgende passage voor:

"Voor de duidelijkheid, De Heemsteder stelde vragen via het bureau Communicatie van de gemeente Heemstede die vervolgens deels beantwoord werden door de directeur van Wareco. Enige 'innigheid' tussen ambtenaar Hin en Wareco kan derhalve niet ontzegd worden."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van mening dat door de publicatie van 7 maart 2001, in het bijzonder door de kop en de hiervoor geciteerde passage, de goede naam van haar college en die van haar medewerker Hin worden geschaad en acht de grenzen van het betamelijke overschreden. Het is juist dat aan de directeur van Wareco is verzocht enkele vragen te beantwoorden die de gemeente zelf niet kon beantwoorden. Dit kan, evenmin als het niet in het artikel vermelde maar door verweerders in de procedure genoemde feit dat Hin en de directeur van Wareco beiden in een werkgroep hydrologie participeren, niet de uitlating schragen dat er een innige band tussen beiden zou bestaan. De gemeente stoort zich al langer aan de eenzijdige berichtgeving door verweerders, maar hebben nu in de klacht van Wareco aanleiding gezien zelf ook een klacht in te dienen.

Verweerders stellen zich op het standpunt dat geen sprake is van verdachtmakingen of suggesties, maar dat slechts vragen zijn gesteld en als waarschuwing is gewezen op de relatie tussen Iwaco en de provincie Limburg. Dat Hin de beantwoording van een deel van de vragen aan Wareco moest overlaten, alsmede het feit dat hij tezamen met de directeur van Wareco in een werkgroep hydrologie participeert, geeft aan dat inderdaad sprake is van een zekere 'innigheid'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De term 'innigheid', die consequent tussen aanhalingstekens is geplaatst, verwijst naar het artikel van 20 januari 2001 in NRC Handelsblad. Met die verwijzing is het artikel van 7 maart 2001 met een lichte toon geschreven. Dat er enige 'innigheid' bestaat tussen de gemeente Heemstede - al dan niet in de persoon van Hin - en Wareco, is niet onjuist, zij het dat deze voorzover thans bekend beperkt is tot normale proporties. Het ligt in de relatie tussen de gemeente als opdrachtgever en Wareco als opdrachtnemer voor de hand dat de gemeente, wanneer zij vragen niet rechtstreeks kan beantwoorden, naar de opdrachtnemer verwijst. Desalniettemin is het gewraakte artikel, anders dan het artikel van 7 februari 2001 jegens Wareco (en wellicht ook jegens de gemeente wanneer de klacht daartegen gericht zou zijn geweest) niet dusdanig onzorgvuldig dat dit de grenzen overschrijdt van hetgeen naar journalistieke maatstaven maatschappelijk aanvaardbaar is. Juist door de aanhalingstekens en de aangeslagen licht ironische toon heeft de lezer immers voldoende kunnen begrijpen dat de in de koptekst opgeworpen vraag ontkennend werd beantwoord.

BESLISSING

De Raad verklaart de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Heemsteder.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2001 door mr. D. Allewijn, voorzitter, H. van Gessel, mr. A. Herstel, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. A.R. Creutzberg, secretaris.

Uitspraak 2001-31